zondag 31 mei 2026

Hendrik Alberts Haak (No 100)

Hendrik Alberts (van der) Haak (No 100)

Hendrik Alberts Haak is geboren in 1753. Hij is gedoopt op belijdenis op 29 mei 1778 in Kollum. Hij is in Siegerswoude op 4 oktober 1807 overleden. Hij is op 8 april 1770 getrouwd met Jantjen Gerkes (Boer). Jantje(n) is in 1748 in Kollum geboren en op 19 december 1831 in Kollumerland overleden. Ze hadden samen 8 kinderen:

1. Gerke Hendri(c)ks Slagter, gedoopt op 13 januari 1771 te Kollum,  overleden 's middags om vier uur op vijftigjarige leeftijd op 11 aug 1820 op de Citadel, Antwerpen. Hij is getrouwd geweest met Reine Janssens (Reintie Jans). Ze zijn op 17 december 1802 in Leeuwarden in ondertrouw gegaan en 's avonds op 6 januari 1803 getrouwd in Leeuwarden in de Galileeërkerk. Op dat moment zat hij echter in het landschaps Tucht- en Werkhuis, dus hij is op afstand getrouwd. Ze hadden een zoon, genaamd Jan, geboren op 12 februari 1803 en gedoopt in Leeuwarden op 27 maart 1803. Verder een dochter genaamd Jantje, geboren op 30 december 1809. 

  2. Ybeltje Hendriks de Boer,  geboren op 20 september 1772, Kollum,  overleden op 28 mrt 1843, Kollumerland. Ze woonde in wijk A nummer 11. 

  3. Eelkje(n) Hendriks van der Haak, geboren op 25 februari 1774 in Kollum,  Overleden op 17 maart 1854 te Dokkum. Ze was getrouwd met Andries Hendriks Tol.

        4. Albert Hendriks van der Haak, geboren op 31 december 1776. Hij is getrouwd met Antje Minnes op 19 mei 1793. Ze hadden samen een dochter genaamd Hiltje, geboren op 6 augustus 1806 en een zoon genaamd Hendrik, geboren op 10 april 1796. Nog een dochter, Mensche, werd geboren op 18 juli 1793 en Mintje, ook een meisje werd geboren op 18 mei 1811.   

  5. Gerrit Hendriks van der Haak, geboren op 12 januari 1780 te Kollum. Overleden op 30 juli 1832 in Kollumerland. Gerrit was arbeider en gehuwd met Trijntje Jans de Jong. Hij had vier kinderen, Albert, Aukje, Hendrikje en Jan.

  6. Jan Hendriks Bonnes, geboren op 26 april 1784, Kollum. Overleden op 24 februari 1843, Kollumerland

  7. Sijke Hendriks van der Haak, geboren op 18 april 1787 te Kollum. Overleden op 21 juni 1827, Kollumerland. Ze was getrouwd met Mennolt IJes Kastma.

  8. Romke Hendriks van der Slink (No 50), geboren op 19 januari 1789 te Kollum. Overleden op 26 januari 1860, Kollumerland. Hij was werkman (arbeider) van beroep en getrouwd met Gepke Harms Hambeek.

  9. Meindert Hendriks van der Haak, geboren op 20 mei 1793 te Kollum. Overleden op 4 april 1837, Kollumerland. Hij was getrouwd met Trijtje Wopkes Kats.


Afbeelding 1 Naamnaaneming in 1811 van Albert Hendriks van der Haak

In 1811 nam Albert Hendriks (postuum) de naam van der Haak aan. 

Turpmaklust

Hij woonde in Turpma Clust (Torpmaklust), een buurt in Kollum. Dit gedeelte lag in de buurt van de haven, met verbinding naar de Lauwerszee. Ze woonden in 1744 er met zijn tweeen.

Kollum wordt in 1844 door Van der Aa beschreven:

Het heeft een schone, grote en dichtbebouwde buurt, met aanzienlijke huizen en verscheidene straten; de voornaamste of hoofdstraat loopt van oost naar west en wordt halverwege doorsneden door een kanaal, dat van het zuiden naar het noorden loopt, en tot vaart en afleiding van het water naar de Nieuwezijlen dient. Men heeft er, ten zuiden van het dorp een puinweg, en ten westen een grindweg. Het dorp wordt verdeeld in vier delen, kluften genaamd, welke zijn: de Laanster-en-Luynster-kluft , de Torpma-kluft , de Uiterdijkster-kluft en de Kerkburen-kluft . Men telt er, in de kom van het dorp of de Kerkburen, 200 huizen en 1600 inwoners en in de vier kluften tezamen 339 huizen en 2.140 inwoners, die meest hun bestaan vinden in de landbouw, veeteelt en handel. Ook bestaan vele ingezetenen van de visvangst.

De namen Gerke Hendriks uit Kollum en Albert Hendriks uit Boerum (Burum) komen voor in de verslagen over het Kollumer oproer van 1797. Beide werden in het Blokhuis in Leeuwarden opgesloten.


Afbeelding 2 Blokhuis (Huis van Opsluiting en Tuchtiging) in Leeuwarden

Nu is de vraag of dit dezelfde zijn als familieleden van mijn voorouder. Dat zou bijzonder zijn omdat de meeste van mijn voorouders in die tijd patriot waren. De Albert Hendriks die bij het Kollumer oproer betrokken was, was dienstknecht bij een boer genaamd Bening Hessels, dicht bij Grijpskerk. 

Kollumer Oproer

Het Kollumer Oproer was een uiting van oranjeliefde in Kollum in de Franse tijd. In 1797 bleek dat de Oranjeliefde nog sterk leefde onder het gewone volk. Het kwam tot een uitbarsting, die bekend staat als het Kollumer Oproer. Op woensdag 18 januari 1797 werden de bewoners van Kollumerzwaag opgeroepen om na te gaan wie van hen geschikt waren voor de "burgerwapening". En op zaterdag 28 januari werd de bevolking van Burum daartoe opgeroepen. Onder hen was ook ene Abele Reitzes. Toen Abele uit Kollum terug kwam, riep hij "Oranje Boven". Daarop werd hij in de nacht van 2 op 3 februari gevangen genomen. Eerst werd hij vastgezet in het Rechthuis te Kollum met het doel hem later over te brengen naar het blokhuis te Leeuwarden. De arrestatie van Abele was de druppel die de emmer deed overlopen. Er kwam een meute naar Kollum om Abele te bevrijden. Onderweg naar Kollum werden al enige huizen in brand gestoken. De mannen waren bewapend met zeisen, snoeimessen, sikkels. Abele Reitzes werd onder dwang vrij gelaten. 

Ondertussen werd echter het gezag in Leeuwarden gewaarschuwd. Er werd versterking gestuurd en een aantal oproerkraaiers werd gevangen gezet in de kerk van Kollum, waaronder ene Jan Binnes van Oudwoude. De volgende dag kwamen aanhangers van deze Jan Binnes weer in grote getale naar Kollum. Aangevuld met mensen uit de Dongeradelen en Burum werden de troepen van de patriotten uit Kollum verdreven. Een detachement ruiters met Friese paarden en twee veldstukken werd naar Kollum en omgeving gestuurd en de rust keerde weer. De volgende dagen werden in geheel noord en noordoost-Friesland "rebellen" gevangen genomen. Er werden zware straffen opgelegd aan 168 gevangen genomen Prinsgezinden. Jan Binnes en (later) Salomon Levy werden ter dood gebracht, terwijl anderen hoge boetes kregen opgelegd.

Albert Hendriks uit Boerum en Gerke Hendriks (een van de 13 oproerkraaiers uit Kollum) staan op de lijst van gearresteerden die op Blokhuis in Leeuwarden gevangen gezet waren. Gerke is gedoopt in 1771, en als hij net na zijn geboorte gedoopt is zou hij in 1797 28 geweest zijn en Albert 23. Gerke zat bij zijn trouwen in 1802 in het Tuchthuis, dus het zou kunnen dat hij inderdaad bij het oproer betrokken was. Ze komen niet voor op een lijst van mensen die beboet werden voor hun rol bij het oproer.

Een verslag van het oproer in de Groninger Courant van 14 februari 1797:

"Ten aanzien van het uitgebrokene Oranje Oproer in het naburig Friesland , doch dat thans door de genomene maatregulen van 't Provinciaal Beftaur van dat Geweft, eu den betoonden yver van Frieslands gewapende Burgermagt, weder geftuit is, verneemt men thans nog het volgende: Na dat eenige gewapende Burgers, die naar Collum waren getrokken, voor de verfchriklyke overmagt hadden moeren wyken ; zo trokken de Oproerigen, gewapend met stokken , hooyvorken, jagtgeweren, degens enz., naar 't Slot van Braak, dat voor een groot gedeelte geplunderd werd; — van daar begaf deze bende zig naar 't Collumer Verlaat, naar 't huis van den Burger A. Kuining, waardig Lid van het Provinciaal Beftuur in Friesland; dan daar deze zig in een Paardekrib verfteken had, misten zy hun doel, om hem te vermoorden, wordende zyn Huis door die Vagebonden deerlyk geruïneerd. — Vervolgens hielden zy aldaar een zoort van Krygsraad, Wat hun nu verder te doen ftond, want de woeste hoop wist zeer wel, dat het hun taak was, om vry wat meer te doen, dan hier en daar een huis te plunderen of een Patriot te vermoorden ! — het besluit derhalven was, om zig van de Stad Dockum meester te maken; — misschien als een gelegen plaats, om met dc verraderlyke Engelfehen te corresponderen... 

Daadlyk marcheerden daarop de Muiters. naar gisting wel twee duizend min sterk, naar Dockum.— Voor de wallen van Dockum komende, begonnen enigen der Oranje helden te schieten, ongetwyffeld, om de Patriotten van Dockum bang te maken, —ook riepen zy aan de Dockumsche Wagt, dat zy hen maar binnen moesten laten , dat de Prinseluiden die in de Stad waren, zig van de Stad maar meester moesten maken enz., 't welk alias besloten werd met het helsch geschreeuw van Fivat de Prins! Oranje boven! enz. —¦ Dan, daar in Dockum alles zweeg en sidderde wat voor zyn gevloekte Hoogheid was, kreegen zy eenige kanon- en Musketschoten, waar door er enigen van de bende naar de Eeuwigheid gezonden en anderen zwaar en ligt gekwetst werden, en straks daarop begaf zig den Oproerigen hoop, door slooten en greppen, over heggen en struiken op de vlugt! Na dat vervolgens meer gewapende Burger Corpfen aangekomen waren, zo is door dezelve de Oproerige hoop geheel verftrooid, blykens de volgende stukken: GELYKHEID, FRYHEID, BROEDERSCHAP.  van erkentenis in ons te verwekken."

Naast vele arrestaties werden er ook veel wapens in beslag genomen. Alleen al in Kollumerland 200 geweren, 16 pistolen en 39 sabels.

Hendrik Alberts' vader is waarschijnlijk Albert Luijtjens (Luitsens) (No 200). Hij is gedoopt op 23 februari 1710. Hij is op 23 mei 1745 getrouwd met Anke Ritskes en later, op 11 april 1756,  hertrouwd met Tjitske Ruurds. Met Anke had hij een zoon genaamd Ritske Alberts Beystra. Ritske had de naam Beistra in 1811 aangenomen en werd veehandelaar en trouwde met Dyttien Martens. Ritske is op 29 november 1750 gedoopt. Ritske is overleden op 18 november 1813 in Kollum.

Albert had ook nog een dochter genaamd Aaltje, gedoopt in Kollum op 14 juli 1748 en dus zoon Hendrik Alberts Beistra, gedoopt op 15 april 1753. Verder een zoon genaamd Luitjen Alberts (Bakker?), gedoopt op 10 april 1746. Er is waarschijnlijk rond deze tijd nog iemand die ook Albert Luijtjens heet, want in bronnen staat dat deze rond 1731 is geboren, maar dat zou betekenen dat hij gedoopt was voordat hij geboren werd. In 1779 werd in Kollum een nieuw waaggebouw neergezet. Het familie wapen van Albert Luitjens is terug te vinden op de timpaan in de gevel, als kerkvoogd en mede opdrachtgever. Het lijkt erop dat dit inderdaad de Albert Luitjens geboren in 1710 is.

Anke Ritskes is geboren rond 1720 in Kollum en overleden, in elk geval voor 1756.


Afbeelding 3 Het waaggebouw aan de Westerdiepswal 4 te Kollum met de Timpaan op de gevel met het wapen van Albert Luitjens


Afbeelding 4 Het Timpaan uitvergroot

Hetzelfde wapen komt voor op een zilveren doopbekken, gegeven door "Tjitske Ruerds huisvrouw van Albert Luytjens in ’t jaar anno 1771". Het wapen bestaat uit twee delen, links de bekende Friese halve adelaar en rechts drie klavers boven elkaar.

De vader van Albert Luitsens is waarschijnlijk Luitjen Heetses (no 400). Luitjen Heetses is rond 1685 in Kollum geboren en naast Albert had hij nog twee kinderen: Haetse (Hedse), geboren in 1706, gedoopt op 7 maart 1706 en Antje, geboren in 1714, gedoopt op 29 april 1714 en overleden in 1755.

Bronnen en Literatuur:

- Burum, Augsbuurt, Munnekezijl, Nieuw-kruisland; Kollum; Oudwoude, Veenklooster, Kollumerzwaag, Westergeest, archiefnummer 29, Register van familienamen - Tresoar, inventarisnummer 0037 Periode: 1811-1825

- Overlijdensregister 1817-1824, archiefnummer 30-21, Burgerlijke Stand Kollumerland c.a. - Tresoar, inventarisnummer 3005, aktenummer 0050 Gemeente: Kollumerland c.a. Periode: 1820

Trouwregister Hervormde gemeente Kollum, archiefnummer 28, Collectie doop-, trouw-, lidmaten- begraafboeken - Tresoar, inventarisnummer 0450 Gemeente: Kollumerland c.a. Periode: 1718-1811

Doopboek Herv. gem. Kollum, archiefnummer 28, Collectie doop-, trouw-, lidmaten- begraafboeken - Tresoar, inventarisnummer 0449 Gemeente: Kollumerland c.a. Periode: 1696-1811

Doopboek Herv. gem. Kollum, archiefnummer 28, Collectie doop-, trouw-, lidmaten- begraafboeken - Tresoar, inventarisnummer 0449 Gemeente: Kollumerland c.a. Periode: 1696-1811

- https://hvnf.nl/index/KOLLUMER.htm

- https://www.blokhuispoort.nl/online-museum/huis-van-opsluiting/oproer-1797/

AlleFriezen te Leeuwarden, DTB Trouwen Collectie doop-, trouw-, lidmaten- begraafboeken - Tresoar, Deel: 1002, Periode: 179..., Leeuwarden, archief 28, inventaris­num­mer 1002, 6 januari 1803, Trouwregister Hervormde gemeente Leeuwarden

- Groninger Courant, 14 februari 1797

Uit het verleden en heden van Kollum, 1932 p. 149

- It Jubeljier (1793-1813), 1927, p. 486

- http://www.stinseninfriesland.nl/SybemaStateKollum.htm

Doopboek Herv. gem. Kollum, archiefnummer 28, Collectie doop-, trouw-, lidmaten- begraafboeken - Tresoar, inventarisnummer 0449 Gemeente: Kollumerland c.a. Periode: 1696-1811

Trouwregister Hervormde gemeente Kollum, archiefnummer 28, Collectie doop-, trouw-, lidmaten- begraafboeken - Tresoar, inventarisnummer 0450 Gemeente: Kollumerland c.a. Periode: 1718-1811

- Doopboek Herv. gem. Kollum, archiefnummer 28, Collectie doop-, trouw-, lidmaten- begraafboeken - Tresoar, inventarisnummer 0449 Gemeente: Kollumerland c.a. Periode: 1696-1811

Verzameling Hessel de Walle, archiefnummer 0001, Inscripties en grafschriften - Hessel de Walle, aktenummer 3439 Periode: 1341-1901

- https://nl.wikipedia.org/wiki/Waag_(Kollum)

- https://www.fryske-akademy.nl/fileadmin/inhoud/img/kennis/genjierboek/GJ_2016.pdf

- Burum, Augsbuurt, Munnekezijl, Nieuw-kruisland; Kollum; Oudwoude, Veenklooster, Kollumerzwaag, Westergeest, archiefnummer 29, Register van familienamen - Tresoar, inventarisnummer 0037 Periode: 1811-1825


zondag 10 mei 2026

Jacob Lucas Dreijer (Draijer) No 126

Jacob Lucas Dreijer (no 126), zeeman

De vader van Adriaantje Jacobs Dreijer (Jaantje Jakobs Draijer) (No 63), gedoopt op 30 januari 1801, heette Jakob Lucas Dreijer (Drajer) en haar moeder heette Roelfien (Roelfijn) Klaassens Prummel. Jakob was Nederlands Hervormd en gedoopt op 9 februari 1766 te Veendam. Ze hadden daarnaast nog een zoon, Lucas, deze overleed op 15 juli 1862 in Kerklaan, gemeente Veendam, 66 jaar oud. Hij was gedoopt op 27 maart 1796 in Veendam. Lucas Dreijer (Drayer) was gezagvoerder op het Kofschip Theresia Josephina, van 1818 tot en met 1828, hij voer ermee op Noorwegen vanuit Harlingen, onder de vlag van Hanover. Het Koninkrijk Hannover (1814-1866) was in een personele unie met Groot-Brittannië tot 1837, maar had zijn eigen vlag en handelsbetrekkingen. Schepen uit Hannover waren in de 19e eeuw actief in de internationale handel.


Afbeelding 1 Voorbeeld van een kofschip

Hij wordt in de Rotterdamsche Courant van 11 mei 1822 Lucas Jassen Dreijer genoemd. Volgen de Rottedamsche Courant van 25 mei 1822 zeilde de Tresia Josephina onder L.J. Draijer naar Bergen. Later, in dezelfde krant van 17 september 1822, wordt zijn naam dan weer verbasterd naar L.J. Kreijer, maar het is inderdaad Lucas Dreijer, want het schip is weer de Theresia Josephina, afkomstig van Petersburg. Op 26 september 1822 is hij op weg naar Bayonne in Frankrijk. De Rotterdamsche Courant van 5 oktober 1821 meldt dat de Theresia Josephina met L.J. Lucas onderweg is naar Sint Petersburg.

Volgens de Leeuwarder Courant van 4 mei 1827 kwam het kofschip van kapt L.J. Dreijer genaamd Theresia Josephina op 24 april in Harlingen aan vanuit Noorwegen met een partij hout. Vanaf 1832 zit er een andere kapitein op het schip.

En een zoon genaamd Klaas Jakobs Drajer (IJpelaar), zeeman van beroep, gedoopt op 12 november 1797. Klaas Jacobs was getrouwd met Martje Klaassens Pottjewijd. Ze hadden samen een zoon, genaamd Petrus Draijer IJpelaar die goudsmid van beroep werd.

Verder hadden Adriaantje en Jakob nog een zoon genaamd Hindrik, gedoopt op 20 oktober 1799.      

Maar waarschijnlijk was ook vader Jacob Lucas Dreijer zeeman, want in de Oprechte Haarlemse Courant van 3 november 1808 komt de naam J.L. Dreijer voor die naar Port a Port onderweg was.   

Roelfijn Klaassens Prummel is gedoopt op zondag 29 augustus 1773 in Veendam, is overleden op zaterdag 12 februari 1859 in Veendam. Roelfijn werd 85 jaar, 5 maanden en 14 dagen. Roelfijn trouwt voor de kerk) op zondag 2 augustus 1795 in Veendam op 21-jarige leeftijd met de dan 29-jarige Jakob Lukas Draijer. Jakob, zeeman, is geboren in 1766 in Veendam, is gedoopt op zondag 9 februari 1766 aldaar, is overleden rond 1804 (hij was vermist). Jakob werd ongeveer 38 jaar.

Dat Jakob Lukas Draijer inderdaad schipper was wordt bewezen in het onderstaande document van 26 april 1794 dat overeen contract gaat, getekend in Amsterdam en waar Jacob Lucas Dreijer genoemd wordt als schipper van de "Jonge Jan".


Afbeelding 2 Pagina van een akte waarin Jacob Lucas Dreijer genoemd wordt als schipper van de "Jonge Jan".


Afbeelding 3 Handtekening van Jakob Lukas Dreijer

De vader van Jacob Lucas Dreyer heette Lucas Roel(e)fs Su(c)k (no 252). Lucas Roelfs Suck is op 12 oktober 1721 gedoopt en is op 22 december 1769 getrouwd met Frouke Hindriks (Hindrix). Frouke komt uit de beneden Pekel A. Zij werd lid op belijdenis op 11 maart 1756 te Veendam. Lucas Roelefs Suk was op 22 december 1744, op 30 januari 1764 en op 25 februari 1765 getuige bij een huwelijk in Veendam. Ze hadden naast Jacob nog een dochter, Roelfien, geboren op 8 augustus 1756 te Veendam en. Ze is gedoopt op 23 december 1759 te Veendam. Roelfien Lucas Suk is overleden op 14 april 1829. Ze was getrouwd met Cornelis Reints Dopper en zij was winkelierster en kastelein van beroep. 

De vader van Lucas Roelefs Suk heette Roelf Jans Suk (no 504) en was geboren in 1676 in Veendam. Hij was getrouwd met Aaltje (Aeltjen) Lucas op 16 januari 1707 te Wildervank. Aaltje komt uit Münsterland (Duitsland). Naast Lucas was er nogeen zoon, Verder was er nog een zoon, Wijndelt, gedoopt op 7 november 1723 te Veendam. Waarschijnlijk vroeg overleden, want op 16 maart 1725 is er nog een Wijndelt gedoopt, ook te Veendam en een dochter genaamd Annigjen, gedoopt op 6 oktober 1715 te Veendam. Annigjen is getrouwd op 31 januari 1738 met Hindrik Jurjens. 

De vader van Roelf Jans Suk heette Jan Roelofs Suk (no 1.008) en is geboren in 1658 (1655) en overleden in 1698. Hij was de zoon van Roelof Geerts Suck (no 2.016). Roelof Geerts is rond 1625 geboren in Old Ambt, te weten in Scheemda. Verder had hij nog meer kinderen: Geert Roelofs Suck en Fennechjen Roelofs Suck. Hij is op 4 februari 1655 getrouwd met Annichje (Anna) Harmens voor de kerk in Scheemda. Anna Harmens was eerder getrouwd geweest met Hemmo Phebens uit Wagenborgen.


Afbeelding 4 Kaart van Oldambt rond 1625

De vader van Roelof Geerts Suck heette Geert Hendricks Suk (no 4.032) (geboren rond 1600) en zijn moeder heette Anna Andreas. 

Noten en literatuur:    

- AlleGroningers in Groningen (Netherlands), Civil registration deaths
Bron: boek, Period: 1862, Veendam, July 16, 1862, Overlijdensregister 1862, record number 99

- AlleGroningers in Groningen (Netherlands), Civil registration deaths
Bron: boek, Period: 1867, Muntendam, May 4, 1867, Overlijdensregister 1867, record number 17

- Doop- en trouwboek 1790-1811, archiefnummer 124, Doop-, trouw- en begraafboeken enz. in de provincie Groningen, inventarisnummer 477 Gemeente: Kerkelijke gemeente Veendam Periode: 1790-1804

- Doop- en trouwboek 1790-1811, archiefnummer 124, Doop-, trouw- en begraafboeken enz. in de provincie Groningen, inventarisnummer 477 Gemeente: Kerkelijke gemeente Veendam Periode: 1790-1804

- Leeuwarder Courant 4 mei 1827

- www.marhisdata.nl

- Oprechte Haarlemse courant 3 november 1808

- https://www.noordelingen.nl/

- Stadsarchief Amsterdam te Amsterdam, Notariële archieven Deel: 16413, Periode: 1794, Amsterdam, archief 5075, inventaris­num­mer 16413, 26 april 1794, Notariële archieven, aktenummer 610458

- AlleGroningers te Groningen, DTB Dopen Doop-, trouw- en begraafboeken enz. in de provincie Groningen, Bron: boek, Deel: 476..., Kerkelijke gemeente Veendam, archief 124, inventaris­num­mer 476, 9 februari 1766, Doop- en trouwboek 1732-1799

- AlleGroningers te Groningen, DTB Dopen Doop-, trouw- en begraafboeken enz. in de provincie Groningen, Bron: boek, Deel: 476..., Kerkelijke gemeente Veendam, archief 124, inventaris­num­mer 476, 8 augustus 1756, Doop- en trouwboek 1732-1799

- AlleGroningers te Groningen, DTB Dopen Doop-, trouw- en begraafboeken enz. in de provincie Groningen, Bron: boek, Deel: 476..., Kerkelijke gemeente Veendam, archief 124, inventaris­num­mer 476, 23 december 1759, Doop- en trouwboek 1732-1799

- AlleGroningers te Groningen, Memories van successie Successierechten van het kantoor te Zuidbroek, Bron: boek, Deel: 0010, Periode: 1829, Kantoor - Zuidbroek (1819 - 1855), archief 1893, inventaris­num­mer 0010, 14 april 1829, Memories van successie 1829 jan - jun

- AlleGroningers te Groningen, BS Overlijden Bron: boek, Periode: 1829, Veendam, 15 april 1829, Overlijdensregister 1829, aktenummer 54

- http://boerrigter.info/Kwartierstaat.html

- AlleGroningers te Groningen, DTB Dopen Doop-, trouw- en begraafboeken enz. in de provincie Groningen, Bron: boek, Deel: 475..., Kerkelijke gemeente Veendam, archief 124, inventaris­num­mer 475, 12 oktober 1721, Doop- en trouwboek 1655-1731

- AlleGroningers te Groningen, DTB Dopen Doop-, trouw- en begraafboeken enz. in de provincie Groningen, Bron: boek, Deel: 475..., Kerkelijke gemeente Veendam, archief 124, inventaris­num­mer 475, 7 november 1723, Doop- en trouwboek 1655-1731

- AlleGroningers te Groningen, DTB Dopen Doop-, trouw- en begraafboeken enz. in de provincie Groningen, Bron: boek, Deel: 475..., Kerkelijke gemeente Veendam, archief 124, inventaris­num­mer 475, 16 maart 1725, Doop- en trouwboek 1655-1731

- AlleGroningers te Groningen, DTB Dopen Doop-, trouw- en begraafboeken enz. in de provincie Groningen, Bron: boek, Deel: 475..., Kerkelijke gemeente Veendam, archief 124, inventaris­num­mer 475, 6 oktober 1715, Doop- en trouwboek 1655-1731

- https://www.menneglas.nl/ledematen/Veendam.htm

- https://www.dewijk.org/genealogie/Aljo-Roggema.html#Sources14


dinsdag 28 april 2026

In dienst van Stad en Staat: Fridus Steffens van Dijk (No 62)

Fridus Steffens van Dijk (no 62)

Dit artikel is het vierenveertigste uit een serie over burgers die zich inzetten voor militaire taken en gaat over de dienstplicht, schutterijen en het reguliere leger. De discussie over de dienstplicht is nu weliswaar minder, maar nooit helemaal weg geweest en gezien het personeelstekort in het leger ook nu actueel. Het is nuttig om dit fenomeen in historisch perspectief te plaatsen. Sommigen hebben de dienstplicht ondergaan maar er zijn ook mensen vrijwillig het leger ingegaan, waarbij "het leger" een rekbaar begrip is. Ook milities, schutterijen en andere paramilitaire organisaties komen aan de orde. Met de beschrijving van de lotgevallen van deze mannen zie je tegelijkertijd een verschuiving van de loyaliteit jegens de stad naar loyaliteit jegens de staat.  

Steffen Johannis van Dijk (no 124) was de vader van Fri(e)dus (Fridrik) Steffens van Dijk (no 62). Fridus was bakker en geboren in Muntendam op 10 maart 1802. Hij was in 1825 fuselier met groot verlof in de tweede compagnie van het tweede bataljon der achtste afdeling infanterie van de nationale militie.

Het tweede bataljon was in 1814 opgericht (landmilitie) in Groningen en ging bij de vorming van de Koninklijke Landmacht in 1815 op in de achtste afdeling infanterie. In 1825 had een fuselier van de achtste afdeling infanterie een blauw uniform. Nu moet men wel enige kanttekeningen maken bij de door kunstenaars afgebeelde soldaten. Dat zal een best practice geweest zijn en niet een weergave van het echte uniform dat waarschijnlijk verfomfaaid uit zal hebben gezien.




Afbeelding 1 Soldaat van het tweede bataljon van het achtste regiment van nationale militie omstreeks 1820.

Fridus trouwde met  Adrieaantje (Jaantje) Jacobs Drayer (Dreijer). Fridus was iemand van 12 ambachten. In 1825 was hij bakker. In 1835 was hij molenaarsknecht en in 1840 timmerman en in 1845 molenaar. Hij werd later arbeider en overleed op 52-jarige leeftijd op 19 maart 1852 te Muntendam, zonder een vermogen van betekenis achter te laten. Adriaantje had als beroep inlandse kramer. Ze is gedoopt op 30 januari 1803 in Veendam.

Steffen, de vader van Fridus, geboren op 6 mei 1780 te Muntendam was op 24 mei 1801 getrouwd met Trijntje Friedriks van Dijk uit Noordbroek. Hij woonde aan de middenweg in Muntendam. Hij is overleden op 28 januari 1853. Steffen was van beroep koopman. Trijntje is overleden op 60-jarige leeftijd, op 6 juli 1832 te Muntendam. Steffen is tevens getrouwd geweest met Elsijn Hendriks Holtjer, winkelierster. Zij kwam van Sappemeer en is gedoopt op 23 maart 1777 en is overleden op 15 juni 1844 in Muntendam. Zij was eerder getrouwd geweest met Kornelis Ruurts Wijngaard. 

Steffen had naast Fridus nog een dochter, genaamd Geesjen, geboren op 10 september 1811 om 10 uur in huis nummer 133 te Muntendam en overleden in Achlum op 30-jarige leeftijd en getrouwd met Wijndelt Johannes Suk, gezagvoerder van de tjalk met de naam Welvaart. Wijndelt was de zoon van de tweede vrouw van Johannes Davids van Dijk. Dus Wijndelt was getrouwd met de dochter van zijn halfbroer. Het blijft in de familie zullen we maar zeggen. De keus in een geïsoleerd dorp als Muntendam zal ook wel niet over hebben gehouden.

Scheepsjagers en nachtbidders

Verder had Steffen nog een zoon genaamd Johannes Steffen van Dijk. Het is geen voorouder, maar zijn levenswandel wel tekendend voor de omstandigheden in Muntendam. Hij was arbeider, geboren op 23 april 1805 in Muntendam. Hij was getrouwd met Grietje Hindriks Venema. Ze hadden een zoontje genoemd naar Johannes' vader, Steffen Johannes van Dijk, maar deze overleed op 28 november 1827 op tweejarige leeftijd in Muntendam. Deze Johannes Steffens van Dijk komt in een artikel in de Groninger krant van 12 december 1848 voor als verdachte in een inbraak. Hij was scheepsjager van beroep en hij wordt genoemd in een zin met beruchte "nachtbidders" als Jan Standevelt en Johannes Coenraad Seip. Een scheepsjager was meestal een boerenzoon of los werkvolk dat wel gemist kon worden op boerderij, die zichzelf verhuurde om een trekschuit over het jaagpad voort te trekken. Zwaar werk, maar het betaalde goed, de concurrentie was echter groot en het wachten op een nieuwe klus werd meestal in een café gedaan met de nodige alcoholconsumptie als gevolg. 



Afbeelding 2 Voorbeeld van een scheepsjager. Soms ook zonder paard, meteen brede band om de borst zelf het schip voorttrekkend over het jaagpad.


Een nachtbidder is een landloper die aan de boer vraagt om in het hooi te mogen slapen. Deze Johannes Coenraad Seip overleed overigens in de Leeuwarder gevangenis op 1 april 1858 op 32-jarige leeftijd.



Afbeelding 3 Artikel in de Groninger Courant van 10 november 1848 over de geruchtmakende inbraak in Kalkwijk.


Afbeelding 4 artikel in de Groninger Courant krant van 12 december 1848


Afbeelding 5 Artikel in de Drentse Courant van 15 december 1848, de naam van Johannes Steffens van Dijk staat hier nu als J.S. van Dijk


Afbeelding 6 Artikel in de Groninger Courant van 3 april 1849, 

Bij een andere zaak werden nog een aantal mensen gearresteerd, waarbij opvalt dat bepaalde familienamen wel terugkomen. Hier wordt J.S. van Dijk niet genoemd, maar wel de naam Seip en Ploeger, maar dat zijn waarschijnlijk familieleden van degenen die al eerder zijn gearresteerd.

Hoe het verder met Johannes Steffens van Dijk is afgelopen is niet helemaal duidelijk, zijn naam komt verder in tegenstelling tot die van Seip niet voor in het gevangenisregister. Echter wel in het Weekblad van het regt; verzameling van regtszaken, bouwstoffen voor wetgeving, mengelwerk, jrg 11, 1849, no. 1070, van 18 november 1849. Hierin staat dat van de 15 verdachten een aantal in vrijheid zijn gesteld, maar dat J.S. van Dijk samen met een aantal anderen wordt verwezen naar de procureur generaal bij het provinciaal gerechtshof van Groningen.


Afbeelding 7 Artikel in het Weekblad van het regt; verzameling van regtszaken, bouwstoffen voor wetgeving, mengelwerk, van 18 november 1849.

Dus wellicht was hij opgepakt omdat hij ook scheepsjager was en in de omgeving van de daders zat. 

Hij had samen met zijn vrouw Grietje nog een dochter genaamd Anke. Ze is op 15 september 1832 te Middelweg in Muntendam geboren, overleden op 5-jarige leeftijd. Nog een dochter met de naam Anke, geboren op 17 mei 1835 en nog een dochter genaamd Steffentje, geboren op 31 augustus 1829. Hij overleed op 14 december 1870 te Muntendam.

Fridus had samen met Adriaantje de volgende kinderen:

- Wiena Fridus van Dijk, geboren op 28 oktober 1837 te Muntendam, overleden op 2 november 1837 te Muntendam, dus als baby al overleden

- Steffen van Dijk, geboren op 8 oktober 1835

- Geesjen van Dijk, geboren op 28 maart 1843. Zij was dienstmeid en trouwde met Sikke Philippus Buwalda, zeilmaker. Ze trouwde dus met de broer van haar zwager Gerrit die met Wiena was getrouwd. samen kregen ze drie kinderen:  Friedus Buwalda, Roelfien Buwalda en Ulbe Gerrit Buwalda.


Steffen Johannes van Dijk 1780-1853 Trijntje Fridriks van Dijk ca 1772-1832 Jakob Lukas Drajer 1766- Roelfjen Klaassens Prummel 1773-1859
||||






||
Fridrik Steffens van Dijk 1802- Adriaantje Jakobs Drajer 1803-
||



|
Geesjen van Dijk 1843-


Afbeelding 8 De stamboom van Geesjen van Dijk

- Trijntje van Dijk, geboren op 29 juni 1826. Zij trouwde met Hindrik Derks Seip. Hindrik was een zeeman.

- Wiena van Dijk (no 31), geboren op 5 oktober 1838 te Middelweg, Muntendam. Zij trouwde met Gerrit Buwalda (no 30), zeilmaker. Wiena was naaister van beroep. Ze hadden samen een dochter, genaamd Beitske, geboren in december 1874.  Wiena overleed op 22 maart 1912.


Afbeelding 9 Overlijdens advertentie voor Wiena van Dijk in het Nieuwsblad van het Noorden van 25 maart 1912 



Afbeelding 10 De handtekeningen van Wiena van Dijk en Gerrit Buwalda onder de huwelijksakte uit 1863

- Hindrik van Dijk, geboren op 20 november 1840 te Middelweg, Muntendam. Hendrik was zeeman en getrouwd met Jantje Geertsema. Hendrik overleed in 1871 op 30-jarige leeftijd in Antwerpen. Hij was toen scheepskok.

- Roelfjen van Dijk, geboren op 25 april 1830 te Muntendam. Roelfjen was dienstmeid en trouwde met Meindert Joostens, een dagloner.

- Johannes van Dijk, geboren op 27 december 1845 te Muntendam. Johannes is op 3 juni 1901 te Kerkelaan, gemeente Muntedam overleden. Hij was timmerman en arbeider. Hij was getrouwd met Berendina Kuipers, dienstmeid.    

- Lukas van Dijk, geboren te Muntendam op 15 februari 1828. Friedus was toen nog in dienst van de nationale militie. 


Afbeelding 11 Handtekening van Fridus Steffen van Dijk onder aangifte van geboorte

De vader van Steffen Johannis van Dijk heette Johannes Davids van Dijk (no 248), hij was van beroep arbeider en zijn moeder heette Geesien Steffens.  Johannes en Geesien zijn op 29 oktober 1775 voor de kerk in Meeden getrouwd. Johannes kwam van Muntendam en Geesien van Veendam. Geesien was de dochter van Steffen Jurjens en Klaasje Harms en is gedoopt op zondag 16 februari 1749. Ze is begraven op 15 januari 1787 in Zuidbroek.

Naast Steffen hadden ze nog een dochter, genaamd Annigjen, geboren op 2 februari 1784 te Muntendam en een zoon genaamd David, geboren op 10 januari 1778 te Muntendam. Johannes Davids zelf werd geboren op zondag 29 maart 1739. Hij werd gedoopt in Muntendam op zondag 5 april 1739. Hij stierf in Muntendam op 22 augustus 1808 en werd begraven in Zuidbroek. Hij is later nogmaals getrouwd, nu met Frouke Wijndelts Suk, op 9 augustus 1789. Bij het opstellen van het huwelijkscontract erkende Johannes Davids een van de kinderen van Frouke Windelts (Wiendels) als zijn eigen kind. Samen hadden ze nog een zoon, genaamd Wijndel, geboren op 12 maart 1797 en een dochter, Aaltje, gedoopt op 2 juni 1799 te Veendam en nog een zoon, David, geboren op 22 november 1792. 

Muntendam

Muntendam is een dorp gelegen in de voormalige gemeente Menterwolde.

Al in 1391 komt de naam Muntendam al voor, met als betekenis ‘dam in de Munte’. De Munter Ee is hiervan het restant. Van oorsprong is Muntendam een buurschap van het kerspel Zuidbroek. Pas in 1820 wordt het dorp zelfstandig. Eeuwenlang ligt Muntendam geïsoleerd tussen de Dollard en de veenmoerassen. Oorspronkelijk is het een veenontginningsdorp. Het ontstaat in de omgeving van een dam in het riviertje de Munter Ee. Nadat de Dollard in de 15e eeuw inbreekt, raakt de bewoning geconcentreerd rond een natuurlijke zandhoogte. De aanleg van het Muntendammerdiep in 1637 verbreekt het isolement van Muntendam. Het was lange tijd armoede troef in Muntendam en ook tot lang in de twintigste eeuw was het een "rood" lees: communistisch stemmend dorp.

Het dorp had een probleem met door de armoede in de drank gevluchte mannen. Deze drankzuchtige vechtjassen zijn pas uit het dorpsbeeld verdwenen toen in 1889 de marechaussee de dorpsveldwachter bij kwam staan.`


Afbeelding 12 Kaart van Muntendam in 1868

De Muntendammer bandieten hebben zo rond 1900 de strijd met Vrouwe Justitia verloren. Het waren Jan Standevelt (1800-1856), Conrad Seip (1825-1858) en Tamme Romp die gezamenlijk en regelmatig op roof uittrokken tot in de wijde omgeving. Ze trokken er bij voorkeur ’s nachts op uit en werden nachtbidders genoemd. Met zwart gemaakte gezichten stalen en pleegden ze inbraken aan de lopende band: bij voorkeur bij weduwen of afgelegen wonende boeren.

Het was dan ook geen wonder dat ze voor twaalf jaar de cel indraaiden. Ze werden opgesloten in Leeuwarden, maar wisten te ontvluchten. Voorzichtig hadden ze stukje bij beetje de kalk uit de voegen van de gevangenismuren geschraapt. De lossen stenen haalden ze eruit en door het gat kozen ze het hazenpad. Achter zich deden ze de muur weer “dicht”. Ze hebben zich lange tijd schuilgehouden. Naar men zegt in een hol in de bossen rond Veenwouden. Vanuit deze schuilplaats ondernamen ze nieuwe strooptochten in de omgeving.  

Noten en Literatuur:

- Overlijdensregister 1837, aktenummer 40 Gemeente: Muntendam Periode: 1837

- Geboorteregister 1843, aktenummer 19 Gemeente: Muntendam Periode: 1843

Geboorteregister 1840, aktenummer 56 Gemeente: Muntendam Periode: 1840

Overlijdensregister 1901, aktenummer 100 Gemeente: Veendam Periode: 1901

Huwelijksregister 1855, aktenummer 5 Gemeente: Slochteren Periode: 1855

Huwelijksregister 1863, aktenummer 17 Gemeente: Muntendam Periode: 1863

- Memories van successie 1852, archiefnummer 1893, Successierechten van het kantoor te Zuidbroek, inventarisnummer 0048 Gemeente: Kantoor - Zuidbroek (1819 - 1855) Periode: 1852

Overlijdensregister 1832, aktenummer 19 Gemeente: Muntendam Periode: 1832

- Overlijdensregister 1844, aktenummer 21 Gemeente: Muntendam Periode: 1844

- Overlijdensregister 1853, aktenummer 7 Gemeente: Muntendam Periode: 1853

- Overlijdensregister 1827, aktenummer 38 Gemeente: Muntendam Periode: 1827

- AlleGroningers te Groningen, DTB Trouwen Doop-, trouw- en begraafboeken enz. in de provincie Groningen, Bron: boek, Deel: 587..., Kerkelijke gemeente Zuidbroek en Muntendam, archief 124, inventaris­num­mer 587, 24 mei 1801, Doop- en trouwboek 1784-1811, folio 61

AlleGroningers te Groningen, DTB Trouwen Doop-, trouw- en begraafboeken enz. in de provincie Groningen, Bron: boek, Deel: 586..., Kerkelijke gemeente Zuidbroek en Muntendam, archief 124, inventaris­num­mer 586, 29 oktober 1775, Doop- en trouwboek 1741-1803, folio 174

AlleGroningers te Groningen, DTB Dopen Doop-, trouw- en begraafboeken enz. in de provincie Groningen, Bron: boek, Deel: 586..., Kerkelijke gemeente Zuidbroek en Muntendam, archief 124, inventaris­num­mer 586, 22 februari 1784, Doop- en trouwboek 1741-1803

AlleGroningers te Groningen, DTB Dopen Doop-, trouw- en begraafboeken enz. in de provincie Groningen, Bron: boek, Deel: 586..., Kerkelijke gemeente Zuidbroek en Muntendam, archief 124, inventaris­num­mer 586, 28 mei 1780, Doop- en trouwboek 1741-1803

- Veendammer Courant, 15 december 1874

- Nieuwsblad van het Noorden, 25 maart 1912

https://boerrigter.info/Kwartierstaat_Jan_Boerrigter.html

- AlleGroningers te Groningen, DTB Dopen Doop-, trouw- en begraafboeken enz. in de provincie Groningen, Bron: boek, Deel: 586..., Kerkelijke gemeente Zuidbroek en Muntendam, archief 124, inventaris­num­mer 586, 2 april 1797, Doop- en trouwboek 1741-1803

AlleGroningers te Groningen, Registraties vóór 1811 Bron: boek, Deel: 7259, Periode: 1786-1789, Kerkelijke gemeente Veendam, archief 731, inventaris­num­mer 7259, 7 augustus 1789, Minuten van akten 1786-1789, aktenummer 731

AlleGroningers te Groningen, DTB Trouwen Doop-, trouw- en begraafboeken enz. in de provincie Groningen, Bron: boek, Deel: 476..., Kerkelijke gemeente Veendam, archief 124, inventaris­num­mer 476, 19 juli 1789, Doop- en trouwboek 1732-1799, folio 221

- Groninger Courant, 10 november 1848

- Drentse Courant, 15 december 1848

AlleGroningers te Groningen, BS Geboorte Bron: boek, Periode: 1832, Muntendam, 17 september 1832, Geboorteregister 1832, aktenummer 30

AlleGroningers te Groningen, BS Overlijden Bron: boek, Periode: 1870, Muntendam, 15 december 1870, Overlijdensregister 1870, aktenummer 61

AlleGroningers te Groningen, BS Geboorte Bron: boek, Periode: 1828, Muntendam, 15 februari 1828, Geboorteregister 1828, aktenummer 8

- het Weekblad van het regt; verzameling van regtszaken, bouwstoffen voor wetgeving, mengelwerk, jrg 11, 1849, no. 1070, van 18 november 1849.

- Sneeker Nieuwsblad nl 1848 16 december 1848 pagina 1

Doop- en trouwboek 1741-1803, archiefnummer 124, Doop-, trouw- en begraafboeken enz. in de provincie Groningen, inventarisnummer 586 Gemeente: Kerkelijke gemeente Zuidbroek en Muntendam Periode: 1741-1803

vrijdag 3 april 2026

In dienst van Stad en Staat: Geert Sytzes (no 144)

Geert Sytzes (no 144)

Dit artikel is het drieënveertigste uit een serie over burgers die zich inzetten voor militaire taken en gaat over de dienstplicht, schutterijen en het reguliere leger. De discussie over de dienstplicht is nu weliswaar minder, maar nooit helemaal weg geweest en gezien het personeelstekort in het leger ook nu actueel. Het is nuttig om dit fenomeen in historisch perspectief te plaatsen. Sommigen hebben de dienstplicht ondergaan maar er zijn ook mensen vrijwillig het leger ingegaan, waarbij "het leger" een rekbaar begrip is. Ook milities, schutterijen en andere paramilitaire organisaties komen aan de orde. Met de beschrijving van de lotgevallen van deze mannen zie je tegelijkertijd een verschuiving van de loyaliteit jegens de stad naar loyaliteit jegens de staat.  

Geert Sytzes is op 22 juni 1749 getrouwd met Janke Klazes (Jance Clases) en woonde in Noorderdrachten. Hij was arbeider en werd in 1749 volgens de Quotisatie kohieren aangeslagen voor 1 volwassene voor £ 7:17:-. 

Sytse Geerts (no 288)

Zijn vader heette Sytse (Sijtze) Geerts (no 288) en zijn moeder was Martjen Allerts. Martjen is gedoopt in Bergum op 24 januari 1706.  

Martje (Martsen) was een dochter van Allert Eelkes (Eelkis of Eelties, Eelckes) (no 578) en Trijntje Hanses. Ze hadden ook nog een zoon genaamd Hans, later schipper geworden. Hans is op 13 juni 1690 gedoopt in de hervormde kerk in Leeuwarden. Ze hadden nog drie dochters Eekje, Grietje, op 24 januari 1706 in Bergum gedoopt, en Aaltje. Aaltje is geboren op de Keizersgracht in Leeuwarden. De Keizersgracht is inmiddels gedempt en loopt tot aan het Blokhuisplein.

Allert zelf is geboren in 1663 in Leeuwarden en overleden op 17 januari 1735 te Tietjerksteradeel. Hij was meester timmerman maar was eerder ook veerschipper in de Kuikhorne onder Bergum. Hij was de kleinzoon van Allert Doeyes (no 2.312). Allert Eelkes deed belijdenis in Bergum in 1689. In 1679 is hij daar bij de Hervormde Gemeente binnengekomen samen met Trijn Hanses. Later is hij nog getrouwd geweest met Minke Gaatses uit Aalsum. De huwelijkstoestemming daarvoor was op 13 augustus 1718 in Bergum.

Allert Doeyes (Doyesz) (no 2.312)

Allert Doeyes was boer te Veenwouden onder Bergum. Zijn zus heette Hinke. In 1720 was hij nog ongetrouwd. Hij was getrouwd met Aatje (Aet) Geerts. Aatje is in 1650 overleden. Op 26 maart 1641 wordt een akte opgemaakt waarin staat "Allert Doyesz en Aet Geertsdr, el., wonende in de Kuikhorne, verklaren ƒ 75 schuldig te zijn aan Wybe IJesz aldaar; onderpand: huis en eigen landen, tegenwoordig door ons zelf gebruikt". Op 22 mei 1646 was hij een hypotheek aangegaan ter hoogte van 100 gulden met als geldverstrekker Rinse Hayes uit Leeuwarden. Op 8 mei 1650 gaat hij weer een lening aan, nu ter grootte van 125 gulden tegen 6% rente. Allert Doeyes is 1653 overleden.

Deserteur

Terug naar Sijtze Geerts. Hij is geboren in 1709 en overleden in 1760. Sijtze en Martje leefden gescheiden. Zij woonde in Eernewoude. Sijtze was een zoon van Geert Sijtzes (Een andere bron noemt echter Geert Andries). Sijtze leidde een slordig leven en maakte zich schuldig aan diefstal al of niet door middel van braak. Sijtze was soldaat geweest, maar was uit het leger gedeserteerd en weggelopen. Het is lastig te achterhalen in welk onderdeel hij zat, maar het zal in het Staatse leger zijn geweest. Er komt echter geen Sijtze Geerts voor in de archieven. Hij woonde al een tijd samen met Grietje Lieuwes en woonde in de Folgeren. 

Sijtze was een beetje een boefje en op een kwade dag liep hij tegen de lamp en kwam hij voor het gerecht, het hof van Friesland. De aanklager had diverse diefstallen verzameld, waarvoor Sijtze als dader werd aangemerkt. Op de jaarmarkt van Norg had hij enige jaren daarvoor van een nieuwe wagen van Harryt Ypes uit Oudega twee wielen afgenomen en aan zijn eigen kar gezet. De wielen van zijn oude kar had hij aan de wagen van Harryt gezet. Die had het door en sprak Sijtze er over aan. Onder bedreiging van aangifte bij de schout gaf Sijtze toe dat hij het had gedaan en wisselde de wielen weer om. Hij beloofde Harryt een pond tabak als hij zich stil hield en het niet rapporteerde aan de schout. Verder zou hij een partij schaatsen hebben gestolen te Smalle Ee van Jan Andries en Gerben Ubles. Tenslotte had de aanklager nog een forse inbraak voor hem in petto, gepleegd tussen 9 en 12 september 1745 ten huize van Wybe Tjeerds, wonende aan de Kletten onder Opeinde. Bij Wybe was een houten luik voor het raam verwijderd en een ruit uit de sponning gehaald. Binnen in huis was een kist opengebroken en werden diverse goederen ontvreemd. 

Gestolen werden onder meer: 

Een aantal hemden voorzien van zilveren knoopjes, een bijbel met zilveren haken waarop de letter WW stonden, een mes met zilverbeslag met daarop de naam Jochum Abeles  en enige kledingstukken. Vermeld werd dat de hemden gemaakt waren van "gingang" (gekleurd katoenen weefsel met streepjes).  Sytze zou volgens de aanklager en bevestigd door getuigen kledingstukken te koop hebben aangeboden in Lippenhuizen. Verder had zijn broer Jan zilveren knoopjes te koop aangeboden. De aanklager meende dat hij sterk stond en over voldoende aanwijzingen beschikte om tot een veroordeling van Sijtze te komen. Syze werd behandeld als een echte misdadiger en aan handen en voeten in de boeien geslagen. De verdediger maakte een stevig geformuleerde remonstrantie voor Sytze hier en daar doorspekt met Latijnse citaten. 

De verdediger had wat moeite met de logica van de aanklager. Wybe Tjeerds, oud 40 jaar, arbeider, woonde en werkte bij de weduwe Frouck Bruchts onder Rottevalle. Hij was op 9 september 1745 naar Brucht Cornelis gegaan om te werken en had thuis de deuren en ramen gesloten. Op 11 september was hij thuis gekomen en had gezien dat er een venster was vernield. Hij zag dat een kist was opengebroken en ontdekte de diefstal Hij ging die zondagmorgen naar zijn buurman Wyger Aukes om de diefstal te melden. Wyger verklaarde evenwel dat hij nergens over had gesproken en pas op donderdagmiddag bij hem was geweest met de vraag of hij een gedeelte van het land van Tjalling Arents zou maaien. Wyger was ook niet bij zijn buurman geweest om zelf te zien hoe de inbraak was gepleegd. De verdediger vond het niet zo logisch allemaal. Vervolgens probeert hij alle stellingen van de klager te ontzenuwen en klaagt tevens over de behandeling van zijn cliënt. Een cipier had hem aan voeten en handen geboeid en enige dagen zo in de koude laten zitten! Voor het soort delict waarvoor Sytze vast zat was dat een te zware maatregel. 

Hoe de zaak verder bij het Hof is behandeld is verwarrend, want op 22 mei 1753 werd het dossier opgelegd in de kanselarij en er is geen arrest gevonden betreffende Sytze Geerts. 

In het dossier werd een stukje stof aangetroffen dat identiek was aan de stof van het hemd van Sytze Geerts. 


Afbeelding 1 Gedeelte van een pagina uit het dossier met daarop geplakt een stukje hemdstof. 

De aanklager had alle registers open getrokken om Sytse veroordeeld te krijgen, wat onder andere blijkt uit de vele getuigen die waren opgeroepen, voornamelijk afkomstig uit De Folgeren:

Sjoukje Jelles, 29 jaar, vrouw van Watze Hanses  Grietje Lieuwes, 31 jaar, woonde samen met Sytze Geerts Grietje Jelles, 46 jaar, vrouw van Meindert Eelkes Nutte Andries, 46 jaar, woonde onder Rottevalle, man van Lijsbet Andries 46 jaar Jan Oebles, 32 jaar, arbeider. Grietje Jans, vrouw van Gerrit Sakes Fedde Cornelis, 55 jaar, veentier, Noorderdrachten Jochum Oebles, arbeider, 50 jaar, Noorderdrachten Engel Daniels, 60 jaar, Grietje Errits, 68 jaar, ontving bijstand. Ekes Griet, vrouw van Eke Hayes Antie Arents, 40 laar, vrouw van Jeen Bruchts Grietje Roels, vrijgezel, had zuster Antie Roels Tnjntje Johannes, 37 jaar, vrouw van Melle Jacobs, wonende Lippenhuizen. Arent lans, 44 jaar Libbe Gerbens, 39 jaar Fedde Cornelis, arbeider, 55 jaar Jelle Sijbrens, man van Aukje Molles Joukje Goitses, 30 jaar vrouw van Gauke Jans Inia Geerts, 40 jaar, vrouw van Wyger Hinkes, wonende De Kletten Wybe Tjeerds, 40 jaar, arbeider, woonde aan de Kletten Wieger Aukes, woonde aan de Kletten Lense Lefferts, bijker, 60 jaar. Jacob Eebles, 46 jaar, veenbaas Harryt Ypes, 40 jaar, huisman te Oudega man van Antie Jans 

Maar kennelijk is het toch met een sisser afgelopen voor Sytse.    



Afbeelding 2 Noorderdrachten rond 1700

Noorder Drachten was een dorp ten noordoosten van het huidige riviertje de Drait en net ten zuiden van de toen nog bestaande Noorder Drait. Na de aanleg van de Drachtster Compagnonsvaart in 1641 groeide het dorp met Zuider Drachten uit tot Drachten, maar bleef tot het begin van de 19e eeuw een bestuurlijke eenheid.

Officiële straatnamen kende men niet. Huizen en winkels werden aangeduid met nummers. Tot omstreeks 1840 werd gesproken van Noorder- en Zuiderdrachten. Dat veranderde toen in 1856 de woningen werden ingedeeld in wijken met letter en nummer. Pas toen was er sprake van 'Dragten', een schrijfwijze die later weer is veranderd in Drachten. Op de kaart van Schotanus uit 1718 is het een dorp van ongeveer 25 boeren dat aan de Oudeweg en de weg naar Folgeren ligt. Aan weerszijden van die weg ligt landbouwgrond. De meeste mensen wonen dan echter al aan de Noorder Dwarsvaart. Ten zuiden, aan de Drachtstervaart, staat ook een school aangegeven.

Geert en Janke hadden samen drie zoons, een zoon genaamd Claas, gedoopt op 4 januari 1750 in Drachten en een zoon genaamd Oene, gedoopt op 13 juni 1751. Oene is op 28 april 1771 getrouwd met Grietje Hendriks. Oene is op 23 maart 1801 overleden. De derde zoon heette Marten Geerts Schriemer (no 72). Marten is in 1754 geboren.

Doopsgezind

Geert is op 17 juli 1789 overleden (volgens een andere bron op 23 juli 1789). Op 23 januari 1766 is hij gedoopt op belijdenis. 


Afbeelding 3 Passage uit het Lidmatenregister Doopsgezinde Gemeente Rottevalle en Het Witveen

Hij was doopsgezind en zal dus geen militaire taken hebben vervuld. Janke is overleden op 9 juni 1794. Zij was ook doopsgezind en is gedoopt op 25 januari 1771. 

In de zeventiende eeuw werden de venen tussen Rottevalle en Ureterp ontgonnen. In 1642 laten Hollandse Compagnons een nieuwe vaart graven, tussen de oude boerendorpjes Noorder- en Zuider- Dragten.  De doopsgezinden vergaderen sinds 1661 op verschillende plekken in boerenschuren tussen Ureterp en ‘de Dragten’, onder verschillende namen, en in verschillende fracties. 

Uiteindelijk bouwen ze in 1790 een nieuw vergaderhuis nu bekend staat als ‘Doopsgezinde Vermaning Zuiderbuurt 26-28‘. eerst als schuilkerk, verborgen op het achtererf van een broeder leerlooier. Binnen twintig jaar komt formeel de vrijheid van godsdienst, en volgt grotere deelname van de doopsgezinden aan het maatschappelijk verkeer. Rond Drachten en Ureterp woonden in de 18e eeuw een redelijk aantal doopsgezinde families. Omdat men pas op volwassen leeftijd overging tot de doop is het vaak moeilijk om een de samenstelling van een gezin te reconstrueren met behulp van alleen doopdata.

Marten Geerts Schriemer is overleden op 30 april 1827 in Rottevalle op 73-jarige leeftijd en was getrouwd met Antje Hendriks de Roos op 24 september 1780 in Drachten. Marten Geerts noemde zichzelf ook wel Marten Geerts Fenema.


Afbeelding 4 Pagina uit het overlijdensregister met vermelding van overlijden Marten Geerts Schriemer

Antje is geboren in 1753 in Drachten en ze overleed op 89-jarige leeftijd in Drachten. Zij was doopsgezind. Marten Geerts heeft in 1811 de naam Schriemer aangenomen. Marten woonde toen in Noordrachten, locatie nr. 255.



Afbeelding 5 Naam aanneming in 1811

Marten en Antje hadden ook weer drie zoons: Geert Martens (Fenema/Venema), geboren in 1781. Hij zat als vrijwilliger in dienst toen hij 30 jaar was. Hij zal niet doopsgezind zijn geweest. Hij was getrouwd met Korneliske Frederiks Ruardi uit Workum. Hij overleed in Workum op 2 november 1826. Hij was pas 44 jaar oud. In 1811 nam hij de naam Venema aan. En tenslotte Hendrik Martens, geboren op 29 oktober 1829. Hij was achtereenvolgens arbeider, koopman, agent levensverzekering en is overleden op 14 september 1919. 

En als derde zoon Oene Martens Schriemer (no 36). Oene is geboren op 14 april 1850 in Dragten.  Oene Martens was arbeider en was getrouwd met Baukjen Lourens Vellinga. Hij was Nederlands Hervormd, dus niet meer Dopers. Met haar had hij 6 kinderen, waaronder Meine Oenes Schriemer (no 18). Meine was ook weer de derde zoon. Meine was schoenmaker en getrouwd met Wietske Wietzes Klaver.


Afbeelding 6 Meine Oenes Schriemer en Wietske Klaver

Oene Martens is op 10 april 1861 op 62-jarige leeftijd overleden. Hij was eerder getrouwd met Teetske Jakobs Hoppinga. Met haar had hij twee kinderen.

Meine Oenes had een dochter genaamd Jitske Schriemer (9). Jitske is op 14 juli 1866 in Drachten geboren en op 6 mei 1956 overleden.


Afbeelding 7 Jitske Schriemer

Jitske is getrouwd met Pieter Gerbenzon (8). Jitske is op 14 juli 1866 geboren en overleed op 6 mei 1956 op 89-jarige leeftijd. Toen ze met Pieter trouwde was ze dienstbode. 


Afbeelding 8 Jitske Schriemer en Pieter Gerbenzon

Noten en literatuur:

- Trouwregister Hervormde gemeente Drachten, archiefnummer 28, Collectie doop-, trouw-, lidmaten- begraafboeken - Tresoar, inventarisnummer 0624

- Doopboek Herv. gem. Drachten, archiefnummer 28, Collectie doop-, trouw-, lidmaten- begraafboeken - Tresoar, inventarisnummer 0622 Gemeente: Smallingerland Periode: 1674-1782

Doopboek Herv. gem. Drachten, archiefnummer 28, Collectie doop-, trouw-, lidmaten- begraafboeken - Tresoar, inventarisnummer 0622 Gemeente: Smallingerland Periode: 1674-1782

Lidmatenregister Doopsgezinde Gemeente Rottevalle en Het Witveen, archiefnummer 28, Collectie doop-, trouw-, lidmaten- begraafboeken - Tresoar, inventarisnummer 633 Gemeente: Smallingerland Periode: 1737-1850

https://www.hvnf.nl/genealogie/familygroup.php?familyID=F199324&tree=SET

- Naamsaanneming 1811Soort registratie: Inschrijving naamsaanneming 1811Datum: 1811Plaats: Drachten Bijzonderheden: Kind(eren): Geert 30, in dienst, Hendrik 28, afwezig, Oene 13 Kleinkind(eren): (v. Geert) Marten 7, Trijntje 4 maanden, beiden te Workum vgl. Duursma J.V.  Ingeschreven Marten Geerts Schriemer wonende te Noorderdrachten Diversen: nr. 225 (Noorder- en Zuider) Drachten, archiefnummer 29, Register van familienamen - Tresoar, inventarisnummer 0013 Periode: 1811-1825

Overlijdensregister 1859-1862, archiefnummer 30-33, Burgerlijke Stand Smallingerland - Tresoar, inventarisnummer 3013, aktenummer 59 Gemeente: Smallingerland Periode: 1861

Schoterland, Sloten, Smallingerland, Sneek, Stavoren, archiefnummer 5, Gewestelijke bestuursinstellingen van Friesland 1580-1795 - Tresoar, inventarisnummer 6482, blad 58 Periode: 1749

- Lidmatenregister Doopsgezinde Gemeente Rottevalle en Het Witveen, archiefnummer 28, Collectie doop-, trouw-, lidmaten- begraafboeken - Tresoar, inventarisnummer 633 Gemeente: Smallingerland Periode: 1737-1850 Religie: D.G.

AlleFriezen te Leeuwarden, BS Overlijden Ambtenaar van de Burgerlijke Stand in Leeuwarden - Historisch Centrum Leeuwarden, Br..., Leeuwarden, archief 1007, inventaris­num­mer 772, 7 mei 1956, Overlijdensregister 1956 II, aktenummer 179

- https://doopsgezinden.nl/over-ons/#:~:text=Doopsgezinden%20zijn%20in%20de%20kern,van%20mensen%20overal%20op%20aarde.

AlleFriezen te Leeuwarden, Bevolkingsregister Bron: Bevolkingsregister, Deel: 2336, Periode: 1850-1860, Leeuwarderadeel, archief 2106, inventaris­num­mer 2336, Dienstboden en landarbeiders Hijum, Jelsum en Stiens

AlleFriezen te Leeuwarden, Militairen 1795-1815 Friese militairen in leger en marine 1795-1815 - Tresoar, Deel: NN_01, Periode: 1795..., Onbekend, archief 1819, inventaris­num­mer NN_01, 1815, Friese militairen onder Napoleon

Tietjerksteradeel e.o., archiefnummer 1730, Bevolking Tietjerksteradeel, verzameling Nieuwland - Tresoar, inventarisnummer 1 Gemeente: Tietjerksteradeel Periode: 1600-1850

Memories kantoor Gorredijk, archiefnummer 42, Memories van successie - Tresoar, inventarisnummer 5011, aktenummer 658 Gemeente: Opsterland Periode: 1826-1827 (Noorder- en Zuider) Drachten, archiefnummer 29, Register van familienamen - Tresoar, inventarisnummer 0013 Periode: 1811-1825

Minuut-akten 1820, archiefnummer 26, Notarieel archief - Tresoar, inventarisnummer 032020, aktenummer 01756 Gemeente: Smallingerland Periode: 1820

Workum, archiefnummer 29, Register van familienamen - Tresoar, inventarisnummer 0073 Periode: 1811-1825

- Smallingerland in de vroegere jaren, INWONERS VAN SMALLINGERLAND  in de vroege jaren. SLECHT EN RECHT . Verslag van zaken dienende voor het Hof van Friesland en de Rechtbank van Heerenveen Dossier 2516 Sententies van het Hof van Friesland, p. 62, 63.

AlleFriezen te Leeuwarden, DTB Dopen Collectie doop-, trouw-, lidmaten- begraafboeken - Tresoar, Deel: 0703, Periode: 167..., Tietjerksteradeel, archief 28, inventaris­num­mer 0703, 24 januari 1706, Doopboek Herv. gem. Bergum

AlleFriezen te Leeuwarden, DTB Begraven. Hervormde gemeente Bergum - Tresoar, Deel: 12, Periode: 1725-1740, Tietjerksteradeel, archief 244-07, inventaris­num­mer 12, 17 januari 1735, Diaconierekeningboek Bergum

AlleFriezen te Leeuwarden, Tietjerksteradeel bevolking Bevolking Tietjerksteradeel, verzameling Nieuwland - Tresoar, Deel: 1, Periode: 1600..., Tietjerksteradeel, archief 1730, inventaris­num­mer 1, Tietjerksteradeel e.o.

AlleFriezen te Leeuwarden, Tietjerksteradeel bevolking Bevolking Tietjerksteradeel, verzameling Nieuwland - Tresoar, Deel: 1, Periode: 1600..., Tietjerksteradeel, archief 1730, inventaris­num­mer 1, Tietjerksteradeel e.o.

Hypotheekboek, archiefnummer 13-38, Nedergerecht Tietjerksteradeel - Tresoar, inventarisnummer 0091, blad 190v Gemeente: Tietjerksteradeel Periode: 1642-1649"

Hypotheekboek, archiefnummer 13-38, Nedergerecht Tietjerksteradeel - Tresoar, inventarisnummer 0090, blad 256v Gemeente: Tietjerksteradeel Periode: 1635-1642

Tietjerksteradeel e.o., archiefnummer 1730, Bevolking Tietjerksteradeel, verzameling Nieuwland - Tresoar, inventarisnummer 1 Gemeente: Tietjerksteradeel Periode: 1600-1850

AlleFriezen te Leeuwarden, DTB Dopen Collectie doop-, trouw-, lidmaten- begraafboeken - Tresoar, Deel: 0703, Periode: 167..., Tietjerksteradeel, archief 28, inventaris­num­mer 0703, 24 januari 1706, Doopboek Herv. gem. Bergum

Trouwregister Hervormde gemeente Aalsum Wetsens, archiefnummer 28, Collectie doop-, trouw-, lidmaten- begraafboeken - Tresoar, inventarisnummer 0528 Gemeente: Oostdongeradeel Periode: 1680-1811

Doopboek Herv. gem. Leeuwarden, archiefnummer 28, Collectie doop-, trouw-, lidmaten- begraafboeken - Tresoar, inventarisnummer 0935 Gemeente: Leeuwarden Periode: 1690-1698

Lidmatenregister Herv. Gemeente Bergum, archiefnummer 28, Collectie doop-, trouw-, lidmaten- begraafboeken - Tresoar, inventarisnummer 705 Gemeente: Tietjerksteradeel Periode: 1679-1850


Hendrik Alberts Haak (No 100)

Hendrik Alberts (van der) Haak (No 100) Hendrik Alberts Haak is geboren in 1753. Hij is gedoopt op belijdenis op 29 mei 1778 in Kollum. Hij ...