vrijdag 28 augustus 2026

Swatov porselein: schoonheid ligt niet altijd in perfectie

Swatov porselein: schoonheid ligt niet altijd in perfectie

Swatow-porselein is een type Chinees porselein gemaakt voor de export. De naam is historisch ingeburgerd, maar tegenwoordig spreken musea en keramiekonderzoekers over Zhangzhou porselein (Zhangzhou ware). Het is vooral bekend om de grote, vrij grof gemaakte schalen met krachtige, spontane schilderingen in blauw, rood, groen, turquoise en zwart.

Swatow is jargon voor Shantou, een havenstad in de Chinese provincie Guangdong. Lange tijd dacht men dat dit keramiek daar werd geproduceerd. Archeologisch onderzoek heeft echter aangetoond dat belangrijke productiecentra vooral in Zhangzhou, in Fujian, lagen. Daarom gebruiken musea tegenwoordig vaak de naam Zhangzhou Export Ware. Maar ik blijf het Swatov noemen, aangezien de meeste antiekhandelaren dat nog steeds zo noemen.

Het gaat voornamelijk om Chinees exportkeramiek uit de late Ming-dynastie, grofweg vanaf het laatste kwart van de 16e eeuw tot het midden van de 17e eeuw. Archeologisch bewijs wijst vooral op de periode van 1575 tot 1650, waarbij de productie waarschijnlijk rond het begin van de 17e eeuw haar hoogtepunt had.

Een belangrijke ontwikkeling was het opheffen van de Ming-beperking op overzeese handel in 1567. Daarna kon de productie voor de Zuidoost-Aziatische markt sterk groeien.

De kenmerken zijn:

  • dikwandig
  • relatief zwaar
  • grof gedraaid
  • minder zuiver van klei
  • voorzien van een wat grijsachtige of melkachtige glazuur
  • soms wat ondergebakken
  • voorzien van onregelmatigheden
  • aan de onderzijde vaak voorzien van vastgebakken ovenzand of gruis
  • beschilderd met een opvallend vrije, soms bijna nonchalante hand

  • Kortom het ziet er wat slordig uit.

    Het Fries Museum in Leeuwarden heeft een bijzonder belangrijke collectie van dit materiaal; volgens onderzoek van het museum ongeveer 170 stukken, waarmee de collectie tot de belangrijkste Swatow/Zhangzhou-collecties ter wereld behoort. 

    De bekendste categorie is blauw-wit.

    Hierbij werd kobaltpigment onder het glazuur aangebracht. De kwaliteit van het blauw kan behoorlijk variëren.

    Je ziet bijvoorbeeld:

    • helder blauw
    • grijsblauw
    • bijna zwartblauw
    • vlekkerig blauw
    • heel dunne, spontane penseellijnen.

    Minder vaak zie je polychrome varianten, de meest voorkomen kleuren zijn dan:

    • ijzerrood
    • groen
    • turquoise
    • zwart
    • geel

    Deze kleuren werden vaak als overglazuur-email aangebracht. 

    Swatow werd in belangrijke mate voor de export gemaakt. Men zou denken dat de export naar Europa ging, maar de belangrijkste afzetgebieden waren:

    • Indonesië
    • de Filipijnen
    • Maleisië
    • Japan
    • andere delen van Zuidoost-Azië

    Er zijn daarnaast stukken gevonden in onder andere India, het Midden-Oosten en andere handelsgebieden.

    De grote schalen waren bijzonder geschikt voor de eet- en leefgewoonten in Zuidoost-Azië. Ze werden soms generaties lang als familiebezit bewaard.

    Het was dus niet simpelweg "goedkoop Chinees servies". In bepaalde Zuidoost-Aziatische samenlevingen konden dergelijke grote, kleurrijke Chinese schalen juist prestigeobjecten zijn.

    De Verenigde Oostindische Compagnie (VOC) speelde een belangrijke rol in de handel in Chinees keramiek. Swatov porselein werd echter anders verhandeld dan het beroemde Jingdezhen-porselein dat rechtstreeks richting Europa ging.

    Swatov porselein speelde vooral een rol in de inter-Aziatische handel van de VOC.

    Een interessant voorbeeld is het VOC-schip Witte Leeuw, dat in 1613 verging. In de lading bevond zich een aanzienlijke hoeveelheid Swatow-keramiek.

    Hoe herken je echt Swatow?

    Als je een stuk voor je hebt, zijn dit belangrijke aanwijzingen:

    De voet

    Kijk eerst naar de onderkant. Een ruwe voet met:

    • zandkorrels
    • ovenvuil
    • onregelmatige glazuurresten
    • een grijsachtige scherf

    Maar: één kenmerk bewijst niets. Moderne imitaties kunnen dergelijke kenmerken bewust namaken.

    De scherf

    De scherf is doorgaans behoorlijk grof en het lichaam relatief dik.

    Het glazuur

    • melkachtig
    • grijsgroen
    • blauwachtig
    • enigszins onregelmatig

    en soms met craquelé.

    De schildering

    Een echte aanwijzing is de "spontane" penseelvoering. Je zou het kliederwerk kunnen noemen.

    Een draak hoeft bijvoorbeeld niet anatomisch perfect te zijn. De schildering kan juist heel vrij en asymmetrisch zijn.

    De vorm

    Een grote, zware, enigszins onregelmatig gevormde schaal past goed binnen de typische Swatow-productie.

    Merken aan de onderkant

    Hier moet je voorzichtig mee zijn. Op Chinees porselein kunnen Chinese karakters, pseudo-keizerlijke merken, gelukstekens of andere tekens voorkomen. Maar bij Swatow zijn merken doorgaans veel minder betrouwbaar voor datering en identificatie dan bij bijvoorbeeld fijn Jingdezhen-porselein.

    Je moet een merkteken daarom altijd samen bekijken met:

    1. de scherf
    2. het glazuur
    3. de voet
    4. de schilderstijl
    5. de vorm
    6. de diameter
    7. de slijtage
    8. eventuele restauraties.

    Een Chinese tekst op de bodem betekent dus niet automatisch dat het stuk uit de Ming-dynastie komt.

    Een eenvoudig, klein Swatow-kommetje is iets heel anders dan een grote, goed bewaarde Wanli-schaal met een uitzonderlijke voorstelling.

    Bijzondere categorieën kunnen interessant zijn vanwege:

    • zeer grote afmetingen
    • uitzonderlijke decoratie
    • goede staat
    • interessante herkomst
    • vroege datering
    • bijzondere inscripties
    • zeldzame motieven
    • uitstekende schilderkwaliteit
    • archeologische of scheepswrakcontext.

    En juist omdat Swatow vroeger door Europese verzamelaars lange tijd als grof en minderwaardig werd beschouwd, is het relatief laat serieus bestudeerd. Het Fries Museum merkt bijvoorbeeld op dat er in Europese musea historisch relatief weinig voorbeelden waren, met Leeuwarden als belangrijke uitzondering.

    De prijs kan enorm variëren.

    Een klein beschadigd bord kan relatief bescheiden geprijsd zijn, terwijl een grote, goed gedecoreerde en goed gedocumenteerde Ming-schaal aanzienlijk meer waard kan zijn.

    Er zijn tegenwoordig veel reproducties en "antiek ogende" Chinese keramiekstukken.

    Let bijvoorbeeld op:

    • onnatuurlijk egaal craquelé
    • kunstmatig aangebrachte ovenvuiligheid
    • "te perfecte"slijtage
    • moderne pigmenten
    • schilderingen die ouderwets proberen te lijken maar stilistisch niet kloppen
    • een te dunne of te perfecte scherf
    • een bodem die kunstmatig oud is gemaakt
    • restauraties die met het blote oog nauwelijks zichtbaar zijn.

    En belangrijk: ouderdom is niet hetzelfde als waarde. Een authentiek 17e-eeuws stuk met een grote barst kan minder waard zijn dan een uitzonderlijk stuk met een goede "curriculum vitae".


    vrijdag 31 juli 2026

    Jan Gerrits Hoekzema (No 26)

    Jan Gerrits Hoekzema (No 26)

    Dit artikel is het vijfenveertigste uit een serie over burgers die zich inzetten voor militaire taken en gaat over de dienstplicht, schutterijen en het reguliere leger. De discussie over de dienstplicht is nu weliswaar minder, maar nooit helemaal weg geweest en gezien het personeelstekort in het leger ook nu actueel. Het is nuttig om dit fenomeen in historisch perspectief te plaatsen. Sommigen hebben de dienstplicht ondergaan maar er zijn ook mensen vrijwillig het leger ingegaan, waarbij "het leger" een rekbaar begrip is. Ook milities, schutterijen en andere paramilitaire organisaties komen aan de orde. Met de beschrijving van de lotgevallen van deze mannen zie je tegelijkertijd een verschuiving van de loyaliteit jegens de stad naar loyaliteit jegens de staat.  

    Jan Gerrits Hoekzema (Hoeksema) is geboren op 18 maart 1827 te Oldehove. Hij was dagloner van beroep en is getrouwd met Geertje Alberts Bennema (Binnema). Ze hadden samen een dochter, Alberdina, geboren op 26 februari 1866 te Oldehove (1). Ze hadden ook nog een zoon, Albert, geboren op 3 juli 1863 te Oldehove (2).

    Nog een andere zoon heette Gerrit Jans Hoeksema en is geboren op 13 (of 12) april 1860 te Burum. Gerrit was van beroep dienstbode (3) Hij woonde op B 219 in Kollum (4). Ze waren Nederlands Hervormd.

    Geertje (Grietje) Binnema is op 90-jarige leeftijd overleden, op 3 januari 1918, te Kommerzijl, gemeente Oldehove (5) Geertje was op 22 maart 1827 geboren. Haar moeder was Ebbeltje (Egbertje) Berends Wolteringa en haar vader Albert Jans Binnema (no 54). Albert en Ebbeltje zijn op 2 jui 1811 met elkaar getrouwd in Zuidhorn. Albert is in 1782 in Visvliet geboren. Hij was schoenmaker van beroep. Hij is op 25 augustus 1839 in Burum overleden. Ze hadden naast Geertje nog een dochter, genaamd Trijntje, geboren op 16 augustus 1822 (12). Verder nog een zoon, genaamd Berent. Op 5 december 1825 kocht Albert een schuur in Munnekezijl voor 150 gulden van Gerlof Egberts Geertsma, wonende in Burum (13).

    Jan Gerrits Hoekzema en Geertje Alberts Binnema zijn op 18 juni 1859 te Kollumerland getrouwd. Jan Gerrits Hoekzema is op 9 oktober 1868 te Kommerzijl overleden (17).

    De vader van Jan Gerrits Hoekzema heette Gerrit Klaas Jans Hoeksema (no 52) en zijn moeder heette Jantje Wierds Mulder (6). Naast Jan Gerrits hadden Gerrit Klaas en Jantje Wierds nog een dochter, genaamd Geelje Hoeksema, geboren op 4 maart 1819 te Oldehove (14) en overleden op 22 maart 1851 te Oldehove (15), een dochter genaamd Trijntje Hoeksema, geboren op 18 september 1817, arbeidster van beroep en geboren te Saaksum, een dochter genaamd Renschke Hoeksema, geboren te Oldehove op 15 mei 1835 en overleden op 22 september 1912 te Grootegast; een dochter genaamd Dina Gerrits Hoeksema, geboren op 9 februari 1821 en dienstmaagd van beroep, overleden op 28-jarige leeftijd te Niehove. Gerrit Klaas en Jantje Wierds zijn op 10 juli 1817 getrouwd. Gerrit Klaas overleed op 52-jarige leeftijd te Oldehove (16).


    Afbeelding 1 Certificaat van de Nationale Militie

    Uit het certificaat van de Nationale Militie blijkt dat Jan Gerrits is afgekeurd wegens een lichamelijk gebrek en dat hij niet kon lezen en schrijven. (7)

    De vader van Gerrit Klaassens Hoeksema heette Klaas Kristiaans (no 104) en zijn moeder heette Geelje Geerts.


    Afbeelding 2 De handtekening van Gerrit Klaassens Hoeksema

    De vader van Jantje Wierds Mulder heette Wierd Jans Mulder (no 106) en haar moeder heette Trijntje Hendriks. Trijntje Hendriks was dagloner van beroep en woonde te Visvliet, "aan de andere zijde".

    Klaas Christiaans en Geelje (Chijlje) Geerts hadden naast Gerrit nog een zoon, genaamd Klaas, gedoopt op 12 oktober 1794 te Oldehove, boerenknecht van beroep (8) en een meisje genaamd Renske, geboren op 26 april 1789 te Oldehove. (9). Renske was getrouwd met Hendrik Bartels Tiemens en is op 9 november 1827 overleden.

    Klaas en Geelje zijn op 19 mei 1782 voor de kerk te Oldehove getrouwd. Geelje komt uit Oldehove. Klaas is uit Farmsum afkomstig (10). Geelje is later met Jacob Frederichs uit Wansdorp hertrouwt.

    Verder hadden ze nog een zoon met de naam Gerrit, geboren op 27 maart 1786 te Oldehove (11)

    Noten en Literatuur:

    (1) AlleGroningers te Groningen, BS Geboorte Bron: boek, Periode: 1866, Oldehove, 28 februari 1866, Geboorteregister 1866, aktenummer 14

    (2) AlleGroningers te Groningen, BS Geboorte Bron: boek, Periode: 1863, Oldehove, 3 juli 1863, Geboorteregister 1863, aktenummer 44

    (3) Kollumerland, Dienstboden, 1870-1880 Gemeente: Kollumerland c.a. Periode: 1870-1880

    (4) Kollumerland, Kollum, 1880-1900 (H-P) Gemeente: Kollumerland c.a. Periode: 1880-1900

    (5) AlleGroningers te Groningen, BS Overlijden Bron: boek, Periode: 1918, Oldehove, 4 januari 1918, Overlijdensregister 1918, aktenummer 1

    (6) AlleFriezen te Leeuwarden, BS Huwelijk Burgerlijke Stand Kollumerland c.a. - Tresoar, Bron: boek, Deel: 2015, Periode: 1859, Kollumerland c.a., archief 30-21, inventaris­num­mer 2015, 18 juni 1859, Huwelijksregister 1859, aktenummer 29

    (7) Huwelijksregister 1859, archiefnummer 30-21, Burgerlijke Stand Kollumerland c.a. - Tresoar, inventarisnummer 2015, aktenummer 0029 Gemeente: Kollumerland c.a. Periode: 1859

    (8) AlleGroningers te Groningen, DTB Dopen Doop-, trouw- en begraafboeken enz. in de provincie Groningen, Bron: boek, Deel: 345..., Kerkelijke gemeente Oldehove, archief 124, inventaris­num­mer 345, 12 oktober 1794, Doop- en trouwboek 1661-1811

    (9) AlleGroningers te Groningen, DTB Dopen Doop-, trouw- en begraafboeken enz. in de provincie Groningen, Bron: boek, Deel: 345..., Kerkelijke gemeente Oldehove, archief 124, inventaris­num­mer 345, 26 april 1789, Doop- en trouwboek 1661-1811

    (10) AlleGroningers te Groningen, DTB Trouwen Doop-, trouw- en begraafboeken enz. in de provincie Groningen, Bron: boek, Deel: 345..., Kerkelijke gemeente Oldehove, archief 124, inventaris­num­mer 345, 19 mei 1782, Doop- en trouwboek 1661-1811, folio 276v

    (11) AlleGroningers te Groningen, DTB Dopen Doop-, trouw- en begraafboeken enz. in de provincie Groningen, Bron: boek, Deel: 345..., Kerkelijke gemeente Oldehove, archief 124, inventaris­num­mer 345, 26 maart 1786, Doop- en trouwboek 1661-1811

    (12) AlleFriezen in Leeuwarden, Civil registration births Burgerlijke Stand Kollumerland c.a. - Tresoar, Bron: boek, Part: 1006, Period: 1822, Kollumerland c.a., archive 30-21, inventory number 1006, August 17, 1822, Geboorteregister 1822, record number 83

    (13) AlleFriezen in Leeuwarden (Netherlands), Notarial records Notarieel archief - Tresoar, Part: 070010, Period: 1823-1825, Kollumerland c.a., archive 26, inventory number 070010, December 5, 1825, Minuut-akten 1823, aktes 1825, record number 51

    (14) AlleGroningers te Groningen, BS Geboorte ron: boek, Periode: 1819, Oldehove, 6 maart 1819, Geboorteregister 1819, aktenummer 15

    (15) AlleGroningers te Groningen, BS Overlijden Bron: boek, Periode: 1851, Oldehove, 23 maart 1851, Overlijdensregister 1851, aktenummer 11

    (16) AlleGroningers te Groningen, BS Overlijden Bron: boek, Periode: 1839, Oldehove, 23 maart 1839, Overlijdensregister 1839, aktenummer 15

    (17) Huwelijksregister 1887, archiefnummer 30-21, Burgerlijke Stand Kollumerland c.a. - Tresoar, inventarisnummer 2025, aktenummer 0036 Gemeente: Kollumerland c.a. Periode: 1887

    zondag 31 mei 2026

    Hendrik Alberts Haak (No 100)

    Hendrik Alberts (van der) Haak (No 100)

    Hendrik Alberts Haak is geboren in 1753. Hij is gedoopt op belijdenis op 29 mei 1778 in Kollum. Hij is in Siegerswoude op 4 oktober 1807 overleden. Hij is op 8 april 1770 getrouwd met Jantjen Gerkes (Boer). Jantje(n) is in 1748 in Kollum geboren en op 19 december 1831 in Kollumerland overleden. Ze hadden samen 8 kinderen:

    1. Gerke Hendri(c)ks Slagter, gedoopt op 13 januari 1771 te Kollum,  overleden 's middags om vier uur op vijftigjarige leeftijd op 11 aug 1820 op de Citadel, Antwerpen. Hij is getrouwd geweest met Reine Janssens (Reintie Jans). Ze zijn op 17 december 1802 in Leeuwarden in ondertrouw gegaan en 's avonds op 6 januari 1803 getrouwd in Leeuwarden in de Galileeërkerk. Op dat moment zat hij echter in het landschaps Tucht- en Werkhuis, dus hij is op afstand getrouwd. Ze hadden een zoon, genaamd Jan, geboren op 12 februari 1803 en gedoopt in Leeuwarden op 27 maart 1803. Verder een dochter genaamd Jantje, geboren op 30 december 1809. 

      2. Ybeltje Hendriks de Boer,  geboren op 20 september 1772, Kollum,  overleden op 28 mrt 1843, Kollumerland. Ze woonde in wijk A nummer 11. 

      3. Eelkje(n) Hendriks van der Haak, geboren op 25 februari 1774 in Kollum,  Overleden op 17 maart 1854 te Dokkum. Ze was getrouwd met Andries Hendriks Tol.

            4. Albert Hendriks van der Haak, geboren op 31 december 1776. Hij is getrouwd met Antje Minnes op 19 mei 1793. Ze hadden samen een dochter genaamd Hiltje, geboren op 6 augustus 1806 en een zoon genaamd Hendrik, geboren op 10 april 1796. Nog een dochter, Mensche, werd geboren op 18 juli 1793 en Mintje, ook een meisje werd geboren op 18 mei 1811.   

      5. Gerrit Hendriks van der Haak, geboren op 12 januari 1780 te Kollum. Overleden op 30 juli 1832 in Kollumerland. Gerrit was arbeider en gehuwd met Trijntje Jans de Jong. Hij had vier kinderen, Albert, Aukje, Hendrikje en Jan.

      6. Jan Hendriks Bonnes, geboren op 26 april 1784, Kollum. Overleden op 24 februari 1843, Kollumerland

      7. Sijke Hendriks van der Haak, geboren op 18 april 1787 te Kollum. Overleden op 21 juni 1827, Kollumerland. Ze was getrouwd met Mennolt IJes Kastma.

      8. Romke Hendriks van der Slink (No 50), geboren op 19 januari 1789 te Kollum. Overleden op 26 januari 1860, Kollumerland. Hij was werkman (arbeider) van beroep en getrouwd met Gepke Harms Hambeek.

      9. Meindert Hendriks van der Haak, geboren op 20 mei 1793 te Kollum. Overleden op 4 april 1837, Kollumerland. Hij was getrouwd met Trijtje Wopkes Kats.


    Afbeelding 1 Naamnaaneming in 1811 van Albert Hendriks van der Haak

    In 1811 nam Albert Hendriks (postuum) de naam van der Haak aan. 

    Turpmaklust

    Hij woonde in Turpma Clust (Torpmaklust), een buurt in Kollum. Dit gedeelte lag in de buurt van de haven, met verbinding naar de Lauwerszee. Ze woonden in 1744 er met zijn tweeen.

    Kollum wordt in 1844 door Van der Aa beschreven:

    Het heeft een schone, grote en dichtbebouwde buurt, met aanzienlijke huizen en verscheidene straten; de voornaamste of hoofdstraat loopt van oost naar west en wordt halverwege doorsneden door een kanaal, dat van het zuiden naar het noorden loopt, en tot vaart en afleiding van het water naar de Nieuwezijlen dient. Men heeft er, ten zuiden van het dorp een puinweg, en ten westen een grindweg. Het dorp wordt verdeeld in vier delen, kluften genaamd, welke zijn: de Laanster-en-Luynster-kluft , de Torpma-kluft , de Uiterdijkster-kluft en de Kerkburen-kluft . Men telt er, in de kom van het dorp of de Kerkburen, 200 huizen en 1600 inwoners en in de vier kluften tezamen 339 huizen en 2.140 inwoners, die meest hun bestaan vinden in de landbouw, veeteelt en handel. Ook bestaan vele ingezetenen van de visvangst.

    De namen Gerke Hendriks uit Kollum en Albert Hendriks uit Boerum (Burum) komen voor in de verslagen over het Kollumer oproer van 1797. Beide werden in het Blokhuis in Leeuwarden opgesloten.


    Afbeelding 2 Blokhuis (Huis van Opsluiting en Tuchtiging) in Leeuwarden

    Nu is de vraag of dit dezelfde zijn als familieleden van mijn voorouder. Dat zou bijzonder zijn omdat de meeste van mijn voorouders in die tijd patriot waren. De Albert Hendriks die bij het Kollumer oproer betrokken was, was dienstknecht bij een boer genaamd Bening Hessels, dicht bij Grijpskerk. 

    Kollumer Oproer

    Het Kollumer Oproer was een uiting van oranjeliefde in Kollum in de Franse tijd. In 1797 bleek dat de Oranjeliefde nog sterk leefde onder het gewone volk. Het kwam tot een uitbarsting, die bekend staat als het Kollumer Oproer. Op woensdag 18 januari 1797 werden de bewoners van Kollumerzwaag opgeroepen om na te gaan wie van hen geschikt waren voor de "burgerwapening". En op zaterdag 28 januari werd de bevolking van Burum daartoe opgeroepen. Onder hen was ook ene Abele Reitzes. Toen Abele uit Kollum terug kwam, riep hij "Oranje Boven". Daarop werd hij in de nacht van 2 op 3 februari gevangen genomen. Eerst werd hij vastgezet in het Rechthuis te Kollum met het doel hem later over te brengen naar het blokhuis te Leeuwarden. De arrestatie van Abele was de druppel die de emmer deed overlopen. Er kwam een meute naar Kollum om Abele te bevrijden. Onderweg naar Kollum werden al enige huizen in brand gestoken. De mannen waren bewapend met zeisen, snoeimessen, sikkels. Abele Reitzes werd onder dwang vrij gelaten. 

    Ondertussen werd echter het gezag in Leeuwarden gewaarschuwd. Er werd versterking gestuurd en een aantal oproerkraaiers werd gevangen gezet in de kerk van Kollum, waaronder ene Jan Binnes van Oudwoude. De volgende dag kwamen aanhangers van deze Jan Binnes weer in grote getale naar Kollum. Aangevuld met mensen uit de Dongeradelen en Burum werden de troepen van de patriotten uit Kollum verdreven. Een detachement ruiters met Friese paarden en twee veldstukken werd naar Kollum en omgeving gestuurd en de rust keerde weer. De volgende dagen werden in geheel noord en noordoost-Friesland "rebellen" gevangen genomen. Er werden zware straffen opgelegd aan 168 gevangen genomen Prinsgezinden. Jan Binnes en (later) Salomon Levy werden ter dood gebracht, terwijl anderen hoge boetes kregen opgelegd.

    Albert Hendriks uit Boerum en Gerke Hendriks (een van de 13 oproerkraaiers uit Kollum) staan op de lijst van gearresteerden die op Blokhuis in Leeuwarden gevangen gezet waren. Gerke is gedoopt in 1771, en als hij net na zijn geboorte gedoopt is zou hij in 1797 28 geweest zijn en Albert 23. Gerke zat bij zijn trouwen in 1802 in het Tuchthuis, dus het zou kunnen dat hij inderdaad bij het oproer betrokken was. Ze komen niet voor op een lijst van mensen die beboet werden voor hun rol bij het oproer.

    Een verslag van het oproer in de Groninger Courant van 14 februari 1797:

    "Ten aanzien van het uitgebrokene Oranje Oproer in het naburig Friesland , doch dat thans door de genomene maatregulen van 't Provinciaal Beftaur van dat Geweft, eu den betoonden yver van Frieslands gewapende Burgermagt, weder geftuit is, verneemt men thans nog het volgende: Na dat eenige gewapende Burgers, die naar Collum waren getrokken, voor de verfchriklyke overmagt hadden moeren wyken ; zo trokken de Oproerigen, gewapend met stokken , hooyvorken, jagtgeweren, degens enz., naar 't Slot van Braak, dat voor een groot gedeelte geplunderd werd; — van daar begaf deze bende zig naar 't Collumer Verlaat, naar 't huis van den Burger A. Kuining, waardig Lid van het Provinciaal Beftuur in Friesland; dan daar deze zig in een Paardekrib verfteken had, misten zy hun doel, om hem te vermoorden, wordende zyn Huis door die Vagebonden deerlyk geruïneerd. — Vervolgens hielden zy aldaar een zoort van Krygsraad, Wat hun nu verder te doen ftond, want de woeste hoop wist zeer wel, dat het hun taak was, om vry wat meer te doen, dan hier en daar een huis te plunderen of een Patriot te vermoorden ! — het besluit derhalven was, om zig van de Stad Dockum meester te maken; — misschien als een gelegen plaats, om met dc verraderlyke Engelfehen te corresponderen... 

    Daadlyk marcheerden daarop de Muiters. naar gisting wel twee duizend min sterk, naar Dockum.— Voor de wallen van Dockum komende, begonnen enigen der Oranje helden te schieten, ongetwyffeld, om de Patriotten van Dockum bang te maken, —ook riepen zy aan de Dockumsche Wagt, dat zy hen maar binnen moesten laten , dat de Prinseluiden die in de Stad waren, zig van de Stad maar meester moesten maken enz., 't welk alias besloten werd met het helsch geschreeuw van Fivat de Prins! Oranje boven! enz. —¦ Dan, daar in Dockum alles zweeg en sidderde wat voor zyn gevloekte Hoogheid was, kreegen zy eenige kanon- en Musketschoten, waar door er enigen van de bende naar de Eeuwigheid gezonden en anderen zwaar en ligt gekwetst werden, en straks daarop begaf zig den Oproerigen hoop, door slooten en greppen, over heggen en struiken op de vlugt! Na dat vervolgens meer gewapende Burger Corpfen aangekomen waren, zo is door dezelve de Oproerige hoop geheel verftrooid, blykens de volgende stukken: GELYKHEID, FRYHEID, BROEDERSCHAP.  van erkentenis in ons te verwekken."

    Naast vele arrestaties werden er ook veel wapens in beslag genomen. Alleen al in Kollumerland 200 geweren, 16 pistolen en 39 sabels.

    Hendrik Alberts' vader is waarschijnlijk Albert Luijtjens (Luitsens) (No 200). Hij is gedoopt op 23 februari 1710. Hij is op 23 mei 1745 getrouwd met Anke Ritskes en later, op 11 april 1756,  hertrouwd met Tjitske Ruurds. Met Anke had hij een zoon genaamd Ritske Alberts Beystra. Ritske had de naam Beistra in 1811 aangenomen en werd veehandelaar en trouwde met Dyttien Martens. Ritske is op 29 november 1750 gedoopt. Ritske is overleden op 18 november 1813 in Kollum.

    Albert had ook nog een dochter genaamd Aaltje, gedoopt in Kollum op 14 juli 1748 en dus zoon Hendrik Alberts Beistra, gedoopt op 15 april 1753. Verder een zoon genaamd Luitjen Alberts (Bakker?), gedoopt op 10 april 1746. Er is waarschijnlijk rond deze tijd nog iemand die ook Albert Luijtjens heet, want in bronnen staat dat deze rond 1731 is geboren, maar dat zou betekenen dat hij gedoopt was voordat hij geboren werd. In 1779 werd in Kollum een nieuw waaggebouw neergezet. Het familie wapen van Albert Luitjens is terug te vinden op de timpaan in de gevel, als kerkvoogd en mede opdrachtgever. Het lijkt erop dat dit inderdaad de Albert Luitjens geboren in 1710 is.

    Anke Ritskes is geboren rond 1720 in Kollum en overleden, in elk geval voor 1756.


    Afbeelding 3 Het waaggebouw aan de Westerdiepswal 4 te Kollum met de Timpaan op de gevel met het wapen van Albert Luitjens


    Afbeelding 4 Het Timpaan uitvergroot

    Hetzelfde wapen komt voor op een zilveren doopbekken, gegeven door "Tjitske Ruerds huisvrouw van Albert Luytjens in ’t jaar anno 1771". Het wapen bestaat uit twee delen, links de bekende Friese halve adelaar en rechts drie klavers boven elkaar.

    De vader van Albert Luitsens is waarschijnlijk Luitjen Heetses (no 400). Luitjen Heetses is rond 1685 in Kollum geboren en naast Albert had hij nog twee kinderen: Haetse (Hedse), geboren in 1706, gedoopt op 7 maart 1706 en Antje, geboren in 1714, gedoopt op 29 april 1714 en overleden in 1755.

    Bronnen en Literatuur:

    - Burum, Augsbuurt, Munnekezijl, Nieuw-kruisland; Kollum; Oudwoude, Veenklooster, Kollumerzwaag, Westergeest, archiefnummer 29, Register van familienamen - Tresoar, inventarisnummer 0037 Periode: 1811-1825

    - Overlijdensregister 1817-1824, archiefnummer 30-21, Burgerlijke Stand Kollumerland c.a. - Tresoar, inventarisnummer 3005, aktenummer 0050 Gemeente: Kollumerland c.a. Periode: 1820

    Trouwregister Hervormde gemeente Kollum, archiefnummer 28, Collectie doop-, trouw-, lidmaten- begraafboeken - Tresoar, inventarisnummer 0450 Gemeente: Kollumerland c.a. Periode: 1718-1811

    Doopboek Herv. gem. Kollum, archiefnummer 28, Collectie doop-, trouw-, lidmaten- begraafboeken - Tresoar, inventarisnummer 0449 Gemeente: Kollumerland c.a. Periode: 1696-1811

    Doopboek Herv. gem. Kollum, archiefnummer 28, Collectie doop-, trouw-, lidmaten- begraafboeken - Tresoar, inventarisnummer 0449 Gemeente: Kollumerland c.a. Periode: 1696-1811

    - https://hvnf.nl/index/KOLLUMER.htm

    - https://www.blokhuispoort.nl/online-museum/huis-van-opsluiting/oproer-1797/

    AlleFriezen te Leeuwarden, DTB Trouwen Collectie doop-, trouw-, lidmaten- begraafboeken - Tresoar, Deel: 1002, Periode: 179..., Leeuwarden, archief 28, inventaris­num­mer 1002, 6 januari 1803, Trouwregister Hervormde gemeente Leeuwarden

    - Groninger Courant, 14 februari 1797

    Uit het verleden en heden van Kollum, 1932 p. 149

    - It Jubeljier (1793-1813), 1927, p. 486

    - http://www.stinseninfriesland.nl/SybemaStateKollum.htm

    Doopboek Herv. gem. Kollum, archiefnummer 28, Collectie doop-, trouw-, lidmaten- begraafboeken - Tresoar, inventarisnummer 0449 Gemeente: Kollumerland c.a. Periode: 1696-1811

    Trouwregister Hervormde gemeente Kollum, archiefnummer 28, Collectie doop-, trouw-, lidmaten- begraafboeken - Tresoar, inventarisnummer 0450 Gemeente: Kollumerland c.a. Periode: 1718-1811

    - Doopboek Herv. gem. Kollum, archiefnummer 28, Collectie doop-, trouw-, lidmaten- begraafboeken - Tresoar, inventarisnummer 0449 Gemeente: Kollumerland c.a. Periode: 1696-1811

    Verzameling Hessel de Walle, archiefnummer 0001, Inscripties en grafschriften - Hessel de Walle, aktenummer 3439 Periode: 1341-1901

    - https://nl.wikipedia.org/wiki/Waag_(Kollum)

    - https://www.fryske-akademy.nl/fileadmin/inhoud/img/kennis/genjierboek/GJ_2016.pdf

    - Burum, Augsbuurt, Munnekezijl, Nieuw-kruisland; Kollum; Oudwoude, Veenklooster, Kollumerzwaag, Westergeest, archiefnummer 29, Register van familienamen - Tresoar, inventarisnummer 0037 Periode: 1811-1825


    zondag 10 mei 2026

    Jacob Lucas Dreijer (Draijer) No 126

    Jacob Lucas Dreijer (no 126), zeeman

    De vader van Adriaantje Jacobs Dreijer (Jaantje Jakobs Draijer) (No 63), gedoopt op 30 januari 1801, heette Jakob Lucas Dreijer (Drajer) en haar moeder heette Roelfien (Roelfijn) Klaassens Prummel. Jakob was Nederlands Hervormd en gedoopt op 9 februari 1766 te Veendam. Ze hadden daarnaast nog een zoon, Lucas, deze overleed op 15 juli 1862 in Kerklaan, gemeente Veendam, 66 jaar oud. Hij was gedoopt op 27 maart 1796 in Veendam. Lucas Dreijer (Drayer) was gezagvoerder op het Kofschip Theresia Josephina, van 1818 tot en met 1828, hij voer ermee op Noorwegen vanuit Harlingen, onder de vlag van Hanover. Het Koninkrijk Hannover (1814-1866) was in een personele unie met Groot-Brittannië tot 1837, maar had zijn eigen vlag en handelsbetrekkingen. Schepen uit Hannover waren in de 19e eeuw actief in de internationale handel.


    Afbeelding 1 Voorbeeld van een kofschip

    Hij wordt in de Rotterdamsche Courant van 11 mei 1822 Lucas Jassen Dreijer genoemd. Volgen de Rottedamsche Courant van 25 mei 1822 zeilde de Tresia Josephina onder L.J. Draijer naar Bergen. Later, in dezelfde krant van 17 september 1822, wordt zijn naam dan weer verbasterd naar L.J. Kreijer, maar het is inderdaad Lucas Dreijer, want het schip is weer de Theresia Josephina, afkomstig van Petersburg. Op 26 september 1822 is hij op weg naar Bayonne in Frankrijk. De Rotterdamsche Courant van 5 oktober 1821 meldt dat de Theresia Josephina met L.J. Lucas onderweg is naar Sint Petersburg.

    Volgens de Leeuwarder Courant van 4 mei 1827 kwam het kofschip van kapt L.J. Dreijer genaamd Theresia Josephina op 24 april in Harlingen aan vanuit Noorwegen met een partij hout. Vanaf 1832 zit er een andere kapitein op het schip.

    En een zoon genaamd Klaas Jakobs Drajer (IJpelaar), zeeman van beroep, gedoopt op 12 november 1797. Klaas Jacobs was getrouwd met Martje Klaassens Pottjewijd. Ze hadden samen een zoon, genaamd Petrus Draijer IJpelaar die goudsmid van beroep werd.

    Verder hadden Adriaantje en Jakob nog een zoon genaamd Hindrik, gedoopt op 20 oktober 1799.      

    Maar waarschijnlijk was ook vader Jacob Lucas Dreijer zeeman, want in de Oprechte Haarlemse Courant van 3 november 1808 komt de naam J.L. Dreijer voor die naar Port a Port onderweg was.   

    Roelfijn Klaassens Prummel is gedoopt op zondag 29 augustus 1773 in Veendam, is overleden op zaterdag 12 februari 1859 in Veendam. Roelfijn werd 85 jaar, 5 maanden en 14 dagen. Roelfijn trouwt voor de kerk) op zondag 2 augustus 1795 in Veendam op 21-jarige leeftijd met de dan 29-jarige Jakob Lukas Draijer. Jakob, zeeman, is geboren in 1766 in Veendam, is gedoopt op zondag 9 februari 1766 aldaar, is overleden rond 1804 (hij was vermist). Jakob werd ongeveer 38 jaar.

    Dat Jakob Lukas Draijer inderdaad schipper was wordt bewezen in het onderstaande document van 26 april 1794 dat overeen contract gaat, getekend in Amsterdam en waar Jacob Lucas Dreijer genoemd wordt als schipper van de "Jonge Jan".


    Afbeelding 2 Pagina van een akte waarin Jacob Lucas Dreijer genoemd wordt als schipper van de "Jonge Jan".


    Afbeelding 3 Handtekening van Jakob Lukas Dreijer

    De vader van Jacob Lucas Dreyer heette Lucas Roel(e)fs Su(c)k (no 252). Lucas Roelfs Suck is op 12 oktober 1721 gedoopt en is op 22 december 1769 getrouwd met Frouke Hindriks (Hindrix). Frouke komt uit de beneden Pekel A. Zij werd lid op belijdenis op 11 maart 1756 te Veendam. Lucas Roelefs Suk was op 22 december 1744, op 30 januari 1764 en op 25 februari 1765 getuige bij een huwelijk in Veendam. Ze hadden naast Jacob nog een dochter, Roelfien, geboren op 8 augustus 1756 te Veendam en. Ze is gedoopt op 23 december 1759 te Veendam. Roelfien Lucas Suk is overleden op 14 april 1829. Ze was getrouwd met Cornelis Reints Dopper en zij was winkelierster en kastelein van beroep. 

    De vader van Lucas Roelefs Suk heette Roelf Jans Suk (no 504) en was geboren in 1676 in Veendam. Hij was getrouwd met Aaltje (Aeltjen) Lucas op 16 januari 1707 te Wildervank. Aaltje komt uit Münsterland (Duitsland). Naast Lucas was er nogeen zoon, Verder was er nog een zoon, Wijndelt, gedoopt op 7 november 1723 te Veendam. Waarschijnlijk vroeg overleden, want op 16 maart 1725 is er nog een Wijndelt gedoopt, ook te Veendam en een dochter genaamd Annigjen, gedoopt op 6 oktober 1715 te Veendam. Annigjen is getrouwd op 31 januari 1738 met Hindrik Jurjens. 

    De vader van Roelf Jans Suk heette Jan Roelofs Suk (no 1.008) en is geboren in 1658 (1655) en overleden in 1698. Hij was de zoon van Roelof Geerts Suck (no 2.016). Roelof Geerts is rond 1625 geboren in Old Ambt, te weten in Scheemda. Verder had hij nog meer kinderen: Geert Roelofs Suck en Fennechjen Roelofs Suck. Hij is op 4 februari 1655 getrouwd met Annichje (Anna) Harmens voor de kerk in Scheemda. Anna Harmens was eerder getrouwd geweest met Hemmo Phebens uit Wagenborgen.


    Afbeelding 4 Kaart van Oldambt rond 1625

    De vader van Roelof Geerts Suck heette Geert Hendricks Suk (no 4.032) (geboren rond 1600) en zijn moeder heette Anna Andreas. 

    Noten en literatuur:    

    - AlleGroningers in Groningen (Netherlands), Civil registration deaths
    Bron: boek, Period: 1862, Veendam, July 16, 1862, Overlijdensregister 1862, record number 99

    - AlleGroningers in Groningen (Netherlands), Civil registration deaths
    Bron: boek, Period: 1867, Muntendam, May 4, 1867, Overlijdensregister 1867, record number 17

    - Doop- en trouwboek 1790-1811, archiefnummer 124, Doop-, trouw- en begraafboeken enz. in de provincie Groningen, inventarisnummer 477 Gemeente: Kerkelijke gemeente Veendam Periode: 1790-1804

    - Doop- en trouwboek 1790-1811, archiefnummer 124, Doop-, trouw- en begraafboeken enz. in de provincie Groningen, inventarisnummer 477 Gemeente: Kerkelijke gemeente Veendam Periode: 1790-1804

    - Leeuwarder Courant 4 mei 1827

    - www.marhisdata.nl

    - Oprechte Haarlemse courant 3 november 1808

    - https://www.noordelingen.nl/

    - Stadsarchief Amsterdam te Amsterdam, Notariële archieven Deel: 16413, Periode: 1794, Amsterdam, archief 5075, inventaris­num­mer 16413, 26 april 1794, Notariële archieven, aktenummer 610458

    - AlleGroningers te Groningen, DTB Dopen Doop-, trouw- en begraafboeken enz. in de provincie Groningen, Bron: boek, Deel: 476..., Kerkelijke gemeente Veendam, archief 124, inventaris­num­mer 476, 9 februari 1766, Doop- en trouwboek 1732-1799

    - AlleGroningers te Groningen, DTB Dopen Doop-, trouw- en begraafboeken enz. in de provincie Groningen, Bron: boek, Deel: 476..., Kerkelijke gemeente Veendam, archief 124, inventaris­num­mer 476, 8 augustus 1756, Doop- en trouwboek 1732-1799

    - AlleGroningers te Groningen, DTB Dopen Doop-, trouw- en begraafboeken enz. in de provincie Groningen, Bron: boek, Deel: 476..., Kerkelijke gemeente Veendam, archief 124, inventaris­num­mer 476, 23 december 1759, Doop- en trouwboek 1732-1799

    - AlleGroningers te Groningen, Memories van successie Successierechten van het kantoor te Zuidbroek, Bron: boek, Deel: 0010, Periode: 1829, Kantoor - Zuidbroek (1819 - 1855), archief 1893, inventaris­num­mer 0010, 14 april 1829, Memories van successie 1829 jan - jun

    - AlleGroningers te Groningen, BS Overlijden Bron: boek, Periode: 1829, Veendam, 15 april 1829, Overlijdensregister 1829, aktenummer 54

    - http://boerrigter.info/Kwartierstaat.html

    - AlleGroningers te Groningen, DTB Dopen Doop-, trouw- en begraafboeken enz. in de provincie Groningen, Bron: boek, Deel: 475..., Kerkelijke gemeente Veendam, archief 124, inventaris­num­mer 475, 12 oktober 1721, Doop- en trouwboek 1655-1731

    - AlleGroningers te Groningen, DTB Dopen Doop-, trouw- en begraafboeken enz. in de provincie Groningen, Bron: boek, Deel: 475..., Kerkelijke gemeente Veendam, archief 124, inventaris­num­mer 475, 7 november 1723, Doop- en trouwboek 1655-1731

    - AlleGroningers te Groningen, DTB Dopen Doop-, trouw- en begraafboeken enz. in de provincie Groningen, Bron: boek, Deel: 475..., Kerkelijke gemeente Veendam, archief 124, inventaris­num­mer 475, 16 maart 1725, Doop- en trouwboek 1655-1731

    - AlleGroningers te Groningen, DTB Dopen Doop-, trouw- en begraafboeken enz. in de provincie Groningen, Bron: boek, Deel: 475..., Kerkelijke gemeente Veendam, archief 124, inventaris­num­mer 475, 6 oktober 1715, Doop- en trouwboek 1655-1731

    - https://www.menneglas.nl/ledematen/Veendam.htm

    - https://www.dewijk.org/genealogie/Aljo-Roggema.html#Sources14


    dinsdag 28 april 2026

    In dienst van Stad en Staat: Fridus Steffens van Dijk (No 62)

    Fridus Steffens van Dijk (no 62)

    Dit artikel is het vierenveertigste uit een serie over burgers die zich inzetten voor militaire taken en gaat over de dienstplicht, schutterijen en het reguliere leger. De discussie over de dienstplicht is nu weliswaar minder, maar nooit helemaal weg geweest en gezien het personeelstekort in het leger ook nu actueel. Het is nuttig om dit fenomeen in historisch perspectief te plaatsen. Sommigen hebben de dienstplicht ondergaan maar er zijn ook mensen vrijwillig het leger ingegaan, waarbij "het leger" een rekbaar begrip is. Ook milities, schutterijen en andere paramilitaire organisaties komen aan de orde. Met de beschrijving van de lotgevallen van deze mannen zie je tegelijkertijd een verschuiving van de loyaliteit jegens de stad naar loyaliteit jegens de staat.  

    Steffen Johannis van Dijk (no 124) was de vader van Fri(e)dus (Fridrik) Steffens van Dijk (no 62). Fridus was bakker en geboren in Muntendam op 10 maart 1802. Hij was in 1825 fuselier met groot verlof in de tweede compagnie van het tweede bataljon der achtste afdeling infanterie van de nationale militie.

    Het tweede bataljon was in 1814 opgericht (landmilitie) in Groningen en ging bij de vorming van de Koninklijke Landmacht in 1815 op in de achtste afdeling infanterie. In 1825 had een fuselier van de achtste afdeling infanterie een blauw uniform. Nu moet men wel enige kanttekeningen maken bij de door kunstenaars afgebeelde soldaten. Dat zal een best practice geweest zijn en niet een weergave van het echte uniform dat waarschijnlijk verfomfaaid uit zal hebben gezien.




    Afbeelding 1 Soldaat van het tweede bataljon van het achtste regiment van nationale militie omstreeks 1820.

    Fridus trouwde met  Adrieaantje (Jaantje) Jacobs Drayer (Dreijer). Fridus was iemand van 12 ambachten. In 1825 was hij bakker. In 1835 was hij molenaarsknecht en in 1840 timmerman en in 1845 molenaar. Hij werd later arbeider en overleed op 52-jarige leeftijd op 19 maart 1852 te Muntendam, zonder een vermogen van betekenis achter te laten. Adriaantje had als beroep inlandse kramer. Ze is gedoopt op 30 januari 1803 in Veendam.

    Steffen, de vader van Fridus, geboren op 6 mei 1780 te Muntendam was op 24 mei 1801 getrouwd met Trijntje Friedriks van Dijk uit Noordbroek. Hij woonde aan de middenweg in Muntendam. Hij is overleden op 28 januari 1853. Steffen was van beroep koopman. Trijntje is overleden op 60-jarige leeftijd, op 6 juli 1832 te Muntendam. Steffen is tevens getrouwd geweest met Elsijn Hendriks Holtjer, winkelierster. Zij kwam van Sappemeer en is gedoopt op 23 maart 1777 en is overleden op 15 juni 1844 in Muntendam. Zij was eerder getrouwd geweest met Kornelis Ruurts Wijngaard. 

    Steffen had naast Fridus nog een dochter, genaamd Geesjen, geboren op 10 september 1811 om 10 uur in huis nummer 133 te Muntendam en overleden in Achlum op 30-jarige leeftijd en getrouwd met Wijndelt Johannes Suk, gezagvoerder van de tjalk met de naam Welvaart. Wijndelt was de zoon van de tweede vrouw van Johannes Davids van Dijk. Dus Wijndelt was getrouwd met de dochter van zijn halfbroer. Het blijft in de familie zullen we maar zeggen. De keus in een geïsoleerd dorp als Muntendam zal ook wel niet over hebben gehouden.

    Scheepsjagers en nachtbidders

    Verder had Steffen nog een zoon genaamd Johannes Steffen van Dijk. Het is geen voorouder, maar zijn levenswandel wel tekendend voor de omstandigheden in Muntendam. Hij was arbeider, geboren op 23 april 1805 in Muntendam. Hij was getrouwd met Grietje Hindriks Venema. Ze hadden een zoontje genoemd naar Johannes' vader, Steffen Johannes van Dijk, maar deze overleed op 28 november 1827 op tweejarige leeftijd in Muntendam. Deze Johannes Steffens van Dijk komt in een artikel in de Groninger krant van 12 december 1848 voor als verdachte in een inbraak. Hij was scheepsjager van beroep en hij wordt genoemd in een zin met beruchte "nachtbidders" als Jan Standevelt en Johannes Coenraad Seip. Een scheepsjager was meestal een boerenzoon of los werkvolk dat wel gemist kon worden op boerderij, die zichzelf verhuurde om een trekschuit over het jaagpad voort te trekken. Zwaar werk, maar het betaalde goed, de concurrentie was echter groot en het wachten op een nieuwe klus werd meestal in een café gedaan met de nodige alcoholconsumptie als gevolg. 



    Afbeelding 2 Voorbeeld van een scheepsjager. Soms ook zonder paard, meteen brede band om de borst zelf het schip voorttrekkend over het jaagpad.


    Een nachtbidder is een landloper die aan de boer vraagt om in het hooi te mogen slapen. Deze Johannes Coenraad Seip overleed overigens in de Leeuwarder gevangenis op 1 april 1858 op 32-jarige leeftijd.



    Afbeelding 3 Artikel in de Groninger Courant van 10 november 1848 over de geruchtmakende inbraak in Kalkwijk.


    Afbeelding 4 artikel in de Groninger Courant krant van 12 december 1848


    Afbeelding 5 Artikel in de Drentse Courant van 15 december 1848, de naam van Johannes Steffens van Dijk staat hier nu als J.S. van Dijk


    Afbeelding 6 Artikel in de Groninger Courant van 3 april 1849, 

    Bij een andere zaak werden nog een aantal mensen gearresteerd, waarbij opvalt dat bepaalde familienamen wel terugkomen. Hier wordt J.S. van Dijk niet genoemd, maar wel de naam Seip en Ploeger, maar dat zijn waarschijnlijk familieleden van degenen die al eerder zijn gearresteerd.

    Hoe het verder met Johannes Steffens van Dijk is afgelopen is niet helemaal duidelijk, zijn naam komt verder in tegenstelling tot die van Seip niet voor in het gevangenisregister. Echter wel in het Weekblad van het regt; verzameling van regtszaken, bouwstoffen voor wetgeving, mengelwerk, jrg 11, 1849, no. 1070, van 18 november 1849. Hierin staat dat van de 15 verdachten een aantal in vrijheid zijn gesteld, maar dat J.S. van Dijk samen met een aantal anderen wordt verwezen naar de procureur generaal bij het provinciaal gerechtshof van Groningen.


    Afbeelding 7 Artikel in het Weekblad van het regt; verzameling van regtszaken, bouwstoffen voor wetgeving, mengelwerk, van 18 november 1849.

    Dus wellicht was hij opgepakt omdat hij ook scheepsjager was en in de omgeving van de daders zat. 

    Hij had samen met zijn vrouw Grietje nog een dochter genaamd Anke. Ze is op 15 september 1832 te Middelweg in Muntendam geboren, overleden op 5-jarige leeftijd. Nog een dochter met de naam Anke, geboren op 17 mei 1835 en nog een dochter genaamd Steffentje, geboren op 31 augustus 1829. Hij overleed op 14 december 1870 te Muntendam.

    Fridus had samen met Adriaantje de volgende kinderen:

    - Wiena Fridus van Dijk, geboren op 28 oktober 1837 te Muntendam, overleden op 2 november 1837 te Muntendam, dus als baby al overleden

    - Steffen van Dijk, geboren op 8 oktober 1835

    - Geesjen van Dijk, geboren op 28 maart 1843. Zij was dienstmeid en trouwde met Sikke Philippus Buwalda, zeilmaker. Ze trouwde dus met de broer van haar zwager Gerrit die met Wiena was getrouwd. samen kregen ze drie kinderen:  Friedus Buwalda, Roelfien Buwalda en Ulbe Gerrit Buwalda.


    Steffen Johannes van Dijk 1780-1853 Trijntje Fridriks van Dijk ca 1772-1832 Jakob Lukas Drajer 1766- Roelfjen Klaassens Prummel 1773-1859
    ||||






    ||
    Fridrik Steffens van Dijk 1802- Adriaantje Jakobs Drajer 1803-
    ||



    |
    Geesjen van Dijk 1843-


    Afbeelding 8 De stamboom van Geesjen van Dijk

    - Trijntje van Dijk, geboren op 29 juni 1826. Zij trouwde met Hindrik Derks Seip. Hindrik was een zeeman.

    - Wiena van Dijk (no 31), geboren op 5 oktober 1838 te Middelweg, Muntendam. Zij trouwde met Gerrit Buwalda (no 30), zeilmaker. Wiena was naaister van beroep. Ze hadden samen een dochter, genaamd Beitske, geboren in december 1874.  Wiena overleed op 22 maart 1912.


    Afbeelding 9 Overlijdens advertentie voor Wiena van Dijk in het Nieuwsblad van het Noorden van 25 maart 1912 



    Afbeelding 10 De handtekeningen van Wiena van Dijk en Gerrit Buwalda onder de huwelijksakte uit 1863

    - Hindrik van Dijk, geboren op 20 november 1840 te Middelweg, Muntendam. Hendrik was zeeman en getrouwd met Jantje Geertsema. Hendrik overleed in 1871 op 30-jarige leeftijd in Antwerpen. Hij was toen scheepskok.

    - Roelfjen van Dijk, geboren op 25 april 1830 te Muntendam. Roelfjen was dienstmeid en trouwde met Meindert Joostens, een dagloner.

    - Johannes van Dijk, geboren op 27 december 1845 te Muntendam. Johannes is op 3 juni 1901 te Kerkelaan, gemeente Muntedam overleden. Hij was timmerman en arbeider. Hij was getrouwd met Berendina Kuipers, dienstmeid.    

    - Lukas van Dijk, geboren te Muntendam op 15 februari 1828. Friedus was toen nog in dienst van de nationale militie. 


    Afbeelding 11 Handtekening van Fridus Steffen van Dijk onder aangifte van geboorte

    De vader van Steffen Johannis van Dijk heette Johannes Davids van Dijk (no 248), hij was van beroep arbeider en zijn moeder heette Geesien Steffens.  Johannes en Geesien zijn op 29 oktober 1775 voor de kerk in Meeden getrouwd. Johannes kwam van Muntendam en Geesien van Veendam. Geesien was de dochter van Steffen Jurjens en Klaasje Harms en is gedoopt op zondag 16 februari 1749. Ze is begraven op 15 januari 1787 in Zuidbroek.

    Naast Steffen hadden ze nog een dochter, genaamd Annigjen, geboren op 2 februari 1784 te Muntendam en een zoon genaamd David, geboren op 10 januari 1778 te Muntendam. Johannes Davids zelf werd geboren op zondag 29 maart 1739. Hij werd gedoopt in Muntendam op zondag 5 april 1739. Hij stierf in Muntendam op 22 augustus 1808 en werd begraven in Zuidbroek. Hij is later nogmaals getrouwd, nu met Frouke Wijndelts Suk, op 9 augustus 1789. Bij het opstellen van het huwelijkscontract erkende Johannes Davids een van de kinderen van Frouke Windelts (Wiendels) als zijn eigen kind. Samen hadden ze nog een zoon, genaamd Wijndel, geboren op 12 maart 1797 en een dochter, Aaltje, gedoopt op 2 juni 1799 te Veendam en nog een zoon, David, geboren op 22 november 1792. 

    Muntendam

    Muntendam is een dorp gelegen in de voormalige gemeente Menterwolde.

    Al in 1391 komt de naam Muntendam al voor, met als betekenis ‘dam in de Munte’. De Munter Ee is hiervan het restant. Van oorsprong is Muntendam een buurschap van het kerspel Zuidbroek. Pas in 1820 wordt het dorp zelfstandig. Eeuwenlang ligt Muntendam geïsoleerd tussen de Dollard en de veenmoerassen. Oorspronkelijk is het een veenontginningsdorp. Het ontstaat in de omgeving van een dam in het riviertje de Munter Ee. Nadat de Dollard in de 15e eeuw inbreekt, raakt de bewoning geconcentreerd rond een natuurlijke zandhoogte. De aanleg van het Muntendammerdiep in 1637 verbreekt het isolement van Muntendam. Het was lange tijd armoede troef in Muntendam en ook tot lang in de twintigste eeuw was het een "rood" lees: communistisch stemmend dorp.

    Het dorp had een probleem met door de armoede in de drank gevluchte mannen. Deze drankzuchtige vechtjassen zijn pas uit het dorpsbeeld verdwenen toen in 1889 de marechaussee de dorpsveldwachter bij kwam staan.`


    Afbeelding 12 Kaart van Muntendam in 1868

    De Muntendammer bandieten hebben zo rond 1900 de strijd met Vrouwe Justitia verloren. Het waren Jan Standevelt (1800-1856), Conrad Seip (1825-1858) en Tamme Romp die gezamenlijk en regelmatig op roof uittrokken tot in de wijde omgeving. Ze trokken er bij voorkeur ’s nachts op uit en werden nachtbidders genoemd. Met zwart gemaakte gezichten stalen en pleegden ze inbraken aan de lopende band: bij voorkeur bij weduwen of afgelegen wonende boeren.

    Het was dan ook geen wonder dat ze voor twaalf jaar de cel indraaiden. Ze werden opgesloten in Leeuwarden, maar wisten te ontvluchten. Voorzichtig hadden ze stukje bij beetje de kalk uit de voegen van de gevangenismuren geschraapt. De lossen stenen haalden ze eruit en door het gat kozen ze het hazenpad. Achter zich deden ze de muur weer “dicht”. Ze hebben zich lange tijd schuilgehouden. Naar men zegt in een hol in de bossen rond Veenwouden. Vanuit deze schuilplaats ondernamen ze nieuwe strooptochten in de omgeving.  

    Noten en Literatuur:

    - Overlijdensregister 1837, aktenummer 40 Gemeente: Muntendam Periode: 1837

    - Geboorteregister 1843, aktenummer 19 Gemeente: Muntendam Periode: 1843

    Geboorteregister 1840, aktenummer 56 Gemeente: Muntendam Periode: 1840

    Overlijdensregister 1901, aktenummer 100 Gemeente: Veendam Periode: 1901

    Huwelijksregister 1855, aktenummer 5 Gemeente: Slochteren Periode: 1855

    Huwelijksregister 1863, aktenummer 17 Gemeente: Muntendam Periode: 1863

    - Memories van successie 1852, archiefnummer 1893, Successierechten van het kantoor te Zuidbroek, inventarisnummer 0048 Gemeente: Kantoor - Zuidbroek (1819 - 1855) Periode: 1852

    Overlijdensregister 1832, aktenummer 19 Gemeente: Muntendam Periode: 1832

    - Overlijdensregister 1844, aktenummer 21 Gemeente: Muntendam Periode: 1844

    - Overlijdensregister 1853, aktenummer 7 Gemeente: Muntendam Periode: 1853

    - Overlijdensregister 1827, aktenummer 38 Gemeente: Muntendam Periode: 1827

    - AlleGroningers te Groningen, DTB Trouwen Doop-, trouw- en begraafboeken enz. in de provincie Groningen, Bron: boek, Deel: 587..., Kerkelijke gemeente Zuidbroek en Muntendam, archief 124, inventaris­num­mer 587, 24 mei 1801, Doop- en trouwboek 1784-1811, folio 61

    AlleGroningers te Groningen, DTB Trouwen Doop-, trouw- en begraafboeken enz. in de provincie Groningen, Bron: boek, Deel: 586..., Kerkelijke gemeente Zuidbroek en Muntendam, archief 124, inventaris­num­mer 586, 29 oktober 1775, Doop- en trouwboek 1741-1803, folio 174

    AlleGroningers te Groningen, DTB Dopen Doop-, trouw- en begraafboeken enz. in de provincie Groningen, Bron: boek, Deel: 586..., Kerkelijke gemeente Zuidbroek en Muntendam, archief 124, inventaris­num­mer 586, 22 februari 1784, Doop- en trouwboek 1741-1803

    AlleGroningers te Groningen, DTB Dopen Doop-, trouw- en begraafboeken enz. in de provincie Groningen, Bron: boek, Deel: 586..., Kerkelijke gemeente Zuidbroek en Muntendam, archief 124, inventaris­num­mer 586, 28 mei 1780, Doop- en trouwboek 1741-1803

    - Veendammer Courant, 15 december 1874

    - Nieuwsblad van het Noorden, 25 maart 1912

    https://boerrigter.info/Kwartierstaat_Jan_Boerrigter.html

    - AlleGroningers te Groningen, DTB Dopen Doop-, trouw- en begraafboeken enz. in de provincie Groningen, Bron: boek, Deel: 586..., Kerkelijke gemeente Zuidbroek en Muntendam, archief 124, inventaris­num­mer 586, 2 april 1797, Doop- en trouwboek 1741-1803

    AlleGroningers te Groningen, Registraties vóór 1811 Bron: boek, Deel: 7259, Periode: 1786-1789, Kerkelijke gemeente Veendam, archief 731, inventaris­num­mer 7259, 7 augustus 1789, Minuten van akten 1786-1789, aktenummer 731

    AlleGroningers te Groningen, DTB Trouwen Doop-, trouw- en begraafboeken enz. in de provincie Groningen, Bron: boek, Deel: 476..., Kerkelijke gemeente Veendam, archief 124, inventaris­num­mer 476, 19 juli 1789, Doop- en trouwboek 1732-1799, folio 221

    - Groninger Courant, 10 november 1848

    - Drentse Courant, 15 december 1848

    AlleGroningers te Groningen, BS Geboorte Bron: boek, Periode: 1832, Muntendam, 17 september 1832, Geboorteregister 1832, aktenummer 30

    AlleGroningers te Groningen, BS Overlijden Bron: boek, Periode: 1870, Muntendam, 15 december 1870, Overlijdensregister 1870, aktenummer 61

    AlleGroningers te Groningen, BS Geboorte Bron: boek, Periode: 1828, Muntendam, 15 februari 1828, Geboorteregister 1828, aktenummer 8

    - het Weekblad van het regt; verzameling van regtszaken, bouwstoffen voor wetgeving, mengelwerk, jrg 11, 1849, no. 1070, van 18 november 1849.

    - Sneeker Nieuwsblad nl 1848 16 december 1848 pagina 1

    Doop- en trouwboek 1741-1803, archiefnummer 124, Doop-, trouw- en begraafboeken enz. in de provincie Groningen, inventarisnummer 586 Gemeente: Kerkelijke gemeente Zuidbroek en Muntendam Periode: 1741-1803

    Swatov porselein: schoonheid ligt niet altijd in perfectie

    Swatov porselein: schoonheid ligt niet altijd in perfectie Swatow-porselein is een type Chinees porselein gemaakt voor de export. De naam i...