vrijdag 3 april 2026

In dienst van Stad en Staat: Geert Sytzes (no 144)

Geert Sytzes (no 144)

Dit artikel is het drieënveertigste uit een serie over burgers die zich inzetten voor militaire taken en gaat over de dienstplicht, schutterijen en het reguliere leger. De discussie over de dienstplicht is nu weliswaar minder, maar nooit helemaal weg geweest en gezien het personeelstekort in het leger ook nu actueel. Het is nuttig om dit fenomeen in historisch perspectief te plaatsen. Sommigen hebben de dienstplicht ondergaan maar er zijn ook mensen vrijwillig het leger ingegaan, waarbij "het leger" een rekbaar begrip is. Ook milities, schutterijen en andere paramilitaire organisaties komen aan de orde. Met de beschrijving van de lotgevallen van deze mannen zie je tegelijkertijd een verschuiving van de loyaliteit jegens de stad naar loyaliteit jegens de staat.  

Geert Sytzes is op 22 juni 1749 getrouwd met Janke Klazes (Jance Clases) en woonde in Noorderdrachten. Hij was arbeider en werd in 1749 volgens de Quotisatie kohieren aangeslagen voor 1 volwassene voor £ 7:17:-. 

Sytse Geerts (no 288)

Zijn vader heette Sytse (Sijtze) Geerts (no 288) en zijn moeder was Martjen Allerts. Martjen is gedoopt in Bergum op 24 januari 1706.  

Martje (Martsen) was een dochter van Allert Eelkes (Eelkis of Eelties, Eelckes) (no 578) en Trijntje Hanses. Ze hadden ook nog een zoon genaamd Hans, later schipper geworden. Hans is op 13 juni 1690 gedoopt in de hervormde kerk in Leeuwarden. Ze hadden nog drie dochters Eekje, Grietje, op 24 januari 1706 in Bergum gedoopt, en Aaltje. Aaltje is geboren op de Keizersgracht in Leeuwarden. De Keizersgracht is inmiddels gedempt en loopt tot aan het Blokhuisplein.

Allert zelf is geboren in 1663 in Leeuwarden en overleden op 17 januari 1735 te Tietjerksteradeel. Hij was meester timmerman maar was eerder ook veerschipper in de Kuikhorne onder Bergum. Hij was de kleinzoon van Allert Doeyes (no 2.312). Allert Eelkes deed belijdenis in Bergum in 1689. In 1679 is hij daar bij de Hervormde Gemeente binnengekomen samen met Trijn Hanses. Later is hij nog getrouwd geweest met Minke Gaatses uit Aalsum. De huwelijkstoestemming daarvoor was op 13 augustus 1718 in Bergum.

Allert Doeyes (Doyesz) (no 2.312)

Allert Doeyes was boer te Veenwouden onder Bergum. Zijn zus heette Hinke. In 1720 was hij nog ongetrouwd. Hij was getrouwd met Aatje (Aet) Geerts. Aatje is in 1650 overleden. Op 26 maart 1641 wordt een akte opgemaakt waarin staat "Allert Doyesz en Aet Geertsdr, el., wonende in de Kuikhorne, verklaren ƒ 75 schuldig te zijn aan Wybe IJesz aldaar; onderpand: huis en eigen landen, tegenwoordig door ons zelf gebruikt". Op 22 mei 1646 was hij een hypotheek aangegaan ter hoogte van 100 gulden met als geldverstrekker Rinse Hayes uit Leeuwarden. Op 8 mei 1650 gaat hij weer een lening aan, nu ter grootte van 125 gulden tegen 6% rente. Allert Doeyes is 1653 overleden.

Deserteur

Terug naar Sijtze Geerts. Hij is geboren in 1709 en overleden in 1760. Sijtze en Martje leefden gescheiden. Zij woonde in Eernewoude. Sijtze was een zoon van Geert Sijtzes (Een andere bron noemt echter Geert Andries). Sijtze leidde een slordig leven en maakte zich schuldig aan diefstal al of niet door middel van braak. Sijtze was soldaat geweest, maar was uit het leger gedeserteerd en weggelopen. Het is lastig te achterhalen in welk onderdeel hij zat, maar het zal in het Staatse leger zijn geweest. Er komt echter geen Sijtze Geerts voor in de archieven. Hij woonde al een tijd samen met Grietje Lieuwes en woonde in de Folgeren. 

Sijtze was een beetje een boefje en op een kwade dag liep hij tegen de lamp en kwam hij voor het gerecht, het hof van Friesland. De aanklager had diverse diefstallen verzameld, waarvoor Sijtze als dader werd aangemerkt. Op de jaarmarkt van Norg had hij enige jaren daarvoor van een nieuwe wagen van Harryt Ypes uit Oudega twee wielen afgenomen en aan zijn eigen kar gezet. De wielen van zijn oude kar had hij aan de wagen van Harryt gezet. Die had het door en sprak Sijtze er over aan. Onder bedreiging van aangifte bij de schout gaf Sijtze toe dat hij het had gedaan en wisselde de wielen weer om. Hij beloofde Harryt een pond tabak als hij zich stil hield en het niet rapporteerde aan de schout. Verder zou hij een partij schaatsen hebben gestolen te Smalle Ee van Jan Andries en Gerben Ubles. Tenslotte had de aanklager nog een forse inbraak voor hem in petto, gepleegd tussen 9 en 12 september 1745 ten huize van Wybe Tjeerds, wonende aan de Kletten onder Opeinde. Bij Wybe was een houten luik voor het raam verwijderd en een ruit uit de sponning gehaald. Binnen in huis was een kist opengebroken en werden diverse goederen ontvreemd. 

Gestolen werden onder meer: 

Een aantal hemden voorzien van zilveren knoopjes, een bijbel met zilveren haken waarop de letter WW stonden, een mes met zilverbeslag met daarop de naam Jochum Abeles  en enige kledingstukken. Vermeld werd dat de hemden gemaakt waren van "gingang" (gekleurd katoenen weefsel met streepjes).  Sytze zou volgens de aanklager en bevestigd door getuigen kledingstukken te koop hebben aangeboden in Lippenhuizen. Verder had zijn broer Jan zilveren knoopjes te koop aangeboden. De aanklager meende dat hij sterk stond en over voldoende aanwijzingen beschikte om tot een veroordeling van Sijtze te komen. Syze werd behandeld als een echte misdadiger en aan handen en voeten in de boeien geslagen. De verdediger maakte een stevig geformuleerde remonstrantie voor Sytze hier en daar doorspekt met Latijnse citaten. 

De verdediger had wat moeite met de logica van de aanklager. Wybe Tjeerds, oud 40 jaar, arbeider, woonde en werkte bij de weduwe Frouck Bruchts onder Rottevalle. Hij was op 9 september 1745 naar Brucht Cornelis gegaan om te werken en had thuis de deuren en ramen gesloten. Op 11 september was hij thuis gekomen en had gezien dat er een venster was vernield. Hij zag dat een kist was opengebroken en ontdekte de diefstal Hij ging die zondagmorgen naar zijn buurman Wyger Aukes om de diefstal te melden. Wyger verklaarde evenwel dat hij nergens over had gesproken en pas op donderdagmiddag bij hem was geweest met de vraag of hij een gedeelte van het land van Tjalling Arents zou maaien. Wyger was ook niet bij zijn buurman geweest om zelf te zien hoe de inbraak was gepleegd. De verdediger vond het niet zo logisch allemaal. Vervolgens probeert hij alle stellingen van de klager te ontzenuwen en klaagt tevens over de behandeling van zijn cliënt. Een cipier had hem aan voeten en handen geboeid en enige dagen zo in de koude laten zitten! Voor het soort delict waarvoor Sytze vast zat was dat een te zware maatregel. 

Hoe de zaak verder bij het Hof is behandeld is verwarrend, want op 22 mei 1753 werd het dossier opgelegd in de kanselarij en er is geen arrest gevonden betreffende Sytze Geerts. 

In het dossier werd een stukje stof aangetroffen dat identiek was aan de stof van het hemd van Sytze Geerts. 


Afbeelding 1 Gedeelte van een pagina uit het dossier met daarop geplakt een stukje hemdstof. 

De aanklager had alle registers open getrokken om Sytse veroordeeld te krijgen, wat onder andere blijkt uit de vele getuigen die waren opgeroepen, voornamelijk afkomstig uit De Folgeren:

Sjoukje Jelles, 29 jaar, vrouw van Watze Hanses  Grietje Lieuwes, 31 jaar, woonde samen met Sytze Geerts Grietje Jelles, 46 jaar, vrouw van Meindert Eelkes Nutte Andries, 46 jaar, woonde onder Rottevalle, man van Lijsbet Andries 46 jaar Jan Oebles, 32 jaar, arbeider. Grietje Jans, vrouw van Gerrit Sakes Fedde Cornelis, 55 jaar, veentier, Noorderdrachten Jochum Oebles, arbeider, 50 jaar, Noorderdrachten Engel Daniels, 60 jaar, Grietje Errits, 68 jaar, ontving bijstand. Ekes Griet, vrouw van Eke Hayes Antie Arents, 40 laar, vrouw van Jeen Bruchts Grietje Roels, vrijgezel, had zuster Antie Roels Tnjntje Johannes, 37 jaar, vrouw van Melle Jacobs, wonende Lippenhuizen. Arent lans, 44 jaar Libbe Gerbens, 39 jaar Fedde Cornelis, arbeider, 55 jaar Jelle Sijbrens, man van Aukje Molles Joukje Goitses, 30 jaar vrouw van Gauke Jans Inia Geerts, 40 jaar, vrouw van Wyger Hinkes, wonende De Kletten Wybe Tjeerds, 40 jaar, arbeider, woonde aan de Kletten Wieger Aukes, woonde aan de Kletten Lense Lefferts, bijker, 60 jaar. Jacob Eebles, 46 jaar, veenbaas Harryt Ypes, 40 jaar, huisman te Oudega man van Antie Jans 

Maar kennelijk is het toch met een sisser afgelopen voor Sytse.    



Afbeelding 2 Noorderdrachten rond 1700

Noorder Drachten was een dorp ten noordoosten van het huidige riviertje de Drait en net ten zuiden van de toen nog bestaande Noorder Drait. Na de aanleg van de Drachtster Compagnonsvaart in 1641 groeide het dorp met Zuider Drachten uit tot Drachten, maar bleef tot het begin van de 19e eeuw een bestuurlijke eenheid.

Officiële straatnamen kende men niet. Huizen en winkels werden aangeduid met nummers. Tot omstreeks 1840 werd gesproken van Noorder- en Zuiderdrachten. Dat veranderde toen in 1856 de woningen werden ingedeeld in wijken met letter en nummer. Pas toen was er sprake van 'Dragten', een schrijfwijze die later weer is veranderd in Drachten. Op de kaart van Schotanus uit 1718 is het een dorp van ongeveer 25 boeren dat aan de Oudeweg en de weg naar Folgeren ligt. Aan weerszijden van die weg ligt landbouwgrond. De meeste mensen wonen dan echter al aan de Noorder Dwarsvaart. Ten zuiden, aan de Drachtstervaart, staat ook een school aangegeven.

Geert en Janke hadden samen drie zoons, een zoon genaamd Claas, gedoopt op 4 januari 1750 in Drachten en een zoon genaamd Oene, gedoopt op 13 juni 1751. Oene is op 28 april 1771 getrouwd met Grietje Hendriks. Oene is op 23 maart 1801 overleden. De derde zoon heette Marten Geerts Schriemer (no 72). Marten is in 1754 geboren.

Doopsgezind

Geert is op 17 juli 1789 overleden (volgens een andere bron op 23 juli 1789). Op 23 januari 1766 is hij gedoopt op belijdenis. 


Afbeelding 3 Passage uit het Lidmatenregister Doopsgezinde Gemeente Rottevalle en Het Witveen

Hij was doopsgezind en zal dus geen militaire taken hebben vervuld. Janke is overleden op 9 juni 1794. Zij was ook doopsgezind en is gedoopt op 25 januari 1771. 

In de zeventiende eeuw werden de venen tussen Rottevalle en Ureterp ontgonnen. In 1642 laten Hollandse Compagnons een nieuwe vaart graven, tussen de oude boerendorpjes Noorder- en Zuider- Dragten.  De doopsgezinden vergaderen sinds 1661 op verschillende plekken in boerenschuren tussen Ureterp en ‘de Dragten’, onder verschillende namen, en in verschillende fracties. 

Uiteindelijk bouwen ze in 1790 een nieuw vergaderhuis nu bekend staat als ‘Doopsgezinde Vermaning Zuiderbuurt 26-28‘. eerst als schuilkerk, verborgen op het achtererf van een broeder leerlooier. Binnen twintig jaar komt formeel de vrijheid van godsdienst, en volgt grotere deelname van de doopsgezinden aan het maatschappelijk verkeer. Rond Drachten en Ureterp woonden in de 18e eeuw een redelijk aantal doopsgezinde families. Omdat men pas op volwassen leeftijd overging tot de doop is het vaak moeilijk om een de samenstelling van een gezin te reconstrueren met behulp van alleen doopdata.

Marten Geerts Schriemer is overleden op 30 april 1827 in Rottevalle op 73-jarige leeftijd en was getrouwd met Antje Hendriks de Roos op 24 september 1780 in Drachten. Marten Geerts noemde zichzelf ook wel Marten Geerts Fenema.


Afbeelding 4 Pagina uit het overlijdensregister met vermelding van overlijden Marten Geerts Schriemer

Antje is geboren in 1753 in Drachten en ze overleed op 89-jarige leeftijd in Drachten. Zij was doopsgezind. Marten Geerts heeft in 1811 de naam Schriemer aangenomen. Marten woonde toen in Noordrachten, locatie nr. 255.



Afbeelding 5 Naam aanneming in 1811

Marten en Antje hadden ook weer drie zoons: Geert Martens (Fenema/Venema), geboren in 1781. Hij zat als vrijwilliger in dienst toen hij 30 jaar was. Hij zal niet doopsgezind zijn geweest. Hij was getrouwd met Korneliske Frederiks Ruardi uit Workum. Hij overleed in Workum op 2 november 1826. Hij was pas 44 jaar oud. In 1811 nam hij de naam Venema aan. En tenslotte Hendrik Martens, geboren op 29 oktober 1829. Hij was achtereenvolgens arbeider, koopman, agent levensverzekering en is overleden op 14 september 1919. 

En als derde zoon Oene Martens Schriemer (no 36). Oene is geboren op 14 april 1850 in Dragten.  Oene Martens was arbeider en was getrouwd met Baukjen Lourens Vellinga. Hij was Nederlands Hervormd, dus niet meer Dopers. Met haar had hij 6 kinderen, waaronder Meine Oenes Schriemer (no 18). Meine was ook weer de derde zoon. Meine was schoenmaker en getrouwd met Wietske Wietzes Klaver.


Afbeelding 6 Meine Oenes Schriemer en Wietske Klaver

Oene Martens is op 10 april 1861 op 62-jarige leeftijd overleden. Hij was eerder getrouwd met Teetske Jakobs Hoppinga. Met haar had hij twee kinderen.

Meine Oenes had een dochter genaamd Jitske Schriemer (9). Jitske is op 14 juli 1866 in Drachten geboren en op 6 mei 1956 overleden.


Afbeelding 7 Jitske Schriemer

Jitske is getrouwd met Pieter Gerbenzon (8). Jitske is op 14 juli 1866 geboren en overleed op 6 mei 1956 op 89-jarige leeftijd. Toen ze met Pieter trouwde was ze dienstbode. 


Afbeelding 8 Jitske Schriemer en Pieter Gerbenzon

Noten en literatuur:

- Trouwregister Hervormde gemeente Drachten, archiefnummer 28, Collectie doop-, trouw-, lidmaten- begraafboeken - Tresoar, inventarisnummer 0624

- Doopboek Herv. gem. Drachten, archiefnummer 28, Collectie doop-, trouw-, lidmaten- begraafboeken - Tresoar, inventarisnummer 0622 Gemeente: Smallingerland Periode: 1674-1782

Doopboek Herv. gem. Drachten, archiefnummer 28, Collectie doop-, trouw-, lidmaten- begraafboeken - Tresoar, inventarisnummer 0622 Gemeente: Smallingerland Periode: 1674-1782

Lidmatenregister Doopsgezinde Gemeente Rottevalle en Het Witveen, archiefnummer 28, Collectie doop-, trouw-, lidmaten- begraafboeken - Tresoar, inventarisnummer 633 Gemeente: Smallingerland Periode: 1737-1850

https://www.hvnf.nl/genealogie/familygroup.php?familyID=F199324&tree=SET

- Naamsaanneming 1811Soort registratie: Inschrijving naamsaanneming 1811Datum: 1811Plaats: Drachten Bijzonderheden: Kind(eren): Geert 30, in dienst, Hendrik 28, afwezig, Oene 13 Kleinkind(eren): (v. Geert) Marten 7, Trijntje 4 maanden, beiden te Workum vgl. Duursma J.V.  Ingeschreven Marten Geerts Schriemer wonende te Noorderdrachten Diversen: nr. 225 (Noorder- en Zuider) Drachten, archiefnummer 29, Register van familienamen - Tresoar, inventarisnummer 0013 Periode: 1811-1825

Overlijdensregister 1859-1862, archiefnummer 30-33, Burgerlijke Stand Smallingerland - Tresoar, inventarisnummer 3013, aktenummer 59 Gemeente: Smallingerland Periode: 1861

Schoterland, Sloten, Smallingerland, Sneek, Stavoren, archiefnummer 5, Gewestelijke bestuursinstellingen van Friesland 1580-1795 - Tresoar, inventarisnummer 6482, blad 58 Periode: 1749

- Lidmatenregister Doopsgezinde Gemeente Rottevalle en Het Witveen, archiefnummer 28, Collectie doop-, trouw-, lidmaten- begraafboeken - Tresoar, inventarisnummer 633 Gemeente: Smallingerland Periode: 1737-1850 Religie: D.G.

AlleFriezen te Leeuwarden, BS Overlijden Ambtenaar van de Burgerlijke Stand in Leeuwarden - Historisch Centrum Leeuwarden, Br..., Leeuwarden, archief 1007, inventaris­num­mer 772, 7 mei 1956, Overlijdensregister 1956 II, aktenummer 179

- https://doopsgezinden.nl/over-ons/#:~:text=Doopsgezinden%20zijn%20in%20de%20kern,van%20mensen%20overal%20op%20aarde.

AlleFriezen te Leeuwarden, Bevolkingsregister Bron: Bevolkingsregister, Deel: 2336, Periode: 1850-1860, Leeuwarderadeel, archief 2106, inventaris­num­mer 2336, Dienstboden en landarbeiders Hijum, Jelsum en Stiens

AlleFriezen te Leeuwarden, Militairen 1795-1815 Friese militairen in leger en marine 1795-1815 - Tresoar, Deel: NN_01, Periode: 1795..., Onbekend, archief 1819, inventaris­num­mer NN_01, 1815, Friese militairen onder Napoleon

Tietjerksteradeel e.o., archiefnummer 1730, Bevolking Tietjerksteradeel, verzameling Nieuwland - Tresoar, inventarisnummer 1 Gemeente: Tietjerksteradeel Periode: 1600-1850

Memories kantoor Gorredijk, archiefnummer 42, Memories van successie - Tresoar, inventarisnummer 5011, aktenummer 658 Gemeente: Opsterland Periode: 1826-1827 (Noorder- en Zuider) Drachten, archiefnummer 29, Register van familienamen - Tresoar, inventarisnummer 0013 Periode: 1811-1825

Minuut-akten 1820, archiefnummer 26, Notarieel archief - Tresoar, inventarisnummer 032020, aktenummer 01756 Gemeente: Smallingerland Periode: 1820

Workum, archiefnummer 29, Register van familienamen - Tresoar, inventarisnummer 0073 Periode: 1811-1825

- Smallingerland in de vroegere jaren, INWONERS VAN SMALLINGERLAND  in de vroege jaren. SLECHT EN RECHT . Verslag van zaken dienende voor het Hof van Friesland en de Rechtbank van Heerenveen Dossier 2516 Sententies van het Hof van Friesland, p. 62, 63.

AlleFriezen te Leeuwarden, DTB Dopen Collectie doop-, trouw-, lidmaten- begraafboeken - Tresoar, Deel: 0703, Periode: 167..., Tietjerksteradeel, archief 28, inventaris­num­mer 0703, 24 januari 1706, Doopboek Herv. gem. Bergum

AlleFriezen te Leeuwarden, DTB Begraven. Hervormde gemeente Bergum - Tresoar, Deel: 12, Periode: 1725-1740, Tietjerksteradeel, archief 244-07, inventaris­num­mer 12, 17 januari 1735, Diaconierekeningboek Bergum

AlleFriezen te Leeuwarden, Tietjerksteradeel bevolking Bevolking Tietjerksteradeel, verzameling Nieuwland - Tresoar, Deel: 1, Periode: 1600..., Tietjerksteradeel, archief 1730, inventaris­num­mer 1, Tietjerksteradeel e.o.

AlleFriezen te Leeuwarden, Tietjerksteradeel bevolking Bevolking Tietjerksteradeel, verzameling Nieuwland - Tresoar, Deel: 1, Periode: 1600..., Tietjerksteradeel, archief 1730, inventaris­num­mer 1, Tietjerksteradeel e.o.

Hypotheekboek, archiefnummer 13-38, Nedergerecht Tietjerksteradeel - Tresoar, inventarisnummer 0091, blad 190v Gemeente: Tietjerksteradeel Periode: 1642-1649"

Hypotheekboek, archiefnummer 13-38, Nedergerecht Tietjerksteradeel - Tresoar, inventarisnummer 0090, blad 256v Gemeente: Tietjerksteradeel Periode: 1635-1642

Tietjerksteradeel e.o., archiefnummer 1730, Bevolking Tietjerksteradeel, verzameling Nieuwland - Tresoar, inventarisnummer 1 Gemeente: Tietjerksteradeel Periode: 1600-1850

AlleFriezen te Leeuwarden, DTB Dopen Collectie doop-, trouw-, lidmaten- begraafboeken - Tresoar, Deel: 0703, Periode: 167..., Tietjerksteradeel, archief 28, inventaris­num­mer 0703, 24 januari 1706, Doopboek Herv. gem. Bergum

Trouwregister Hervormde gemeente Aalsum Wetsens, archiefnummer 28, Collectie doop-, trouw-, lidmaten- begraafboeken - Tresoar, inventarisnummer 0528 Gemeente: Oostdongeradeel Periode: 1680-1811

Doopboek Herv. gem. Leeuwarden, archiefnummer 28, Collectie doop-, trouw-, lidmaten- begraafboeken - Tresoar, inventarisnummer 0935 Gemeente: Leeuwarden Periode: 1690-1698

Lidmatenregister Herv. Gemeente Bergum, archiefnummer 28, Collectie doop-, trouw-, lidmaten- begraafboeken - Tresoar, inventarisnummer 705 Gemeente: Tietjerksteradeel Periode: 1679-1850


donderdag 19 maart 2026

Huybert Jacobs van Emmenes (no. 2.080)

Huybert Jacobs van Emmenes (no. 2.080)

Dit artikel is het tweeënveertigste uit een serie over burgers die zich inzetten voor militaire taken en gaat over de dienstplicht, schutterijen en het reguliere leger. De discussie over de dienstplicht is nu weliswaar minder, maar nooit helemaal weg geweest en gezien het personeelstekort in het leger ook nu actueel. Het is nuttig om dit fenomeen in historisch perspectief te plaatsen. Sommigen hebben de dienstplicht ondergaan maar er zijn ook mensen vrijwillig het leger ingegaan, waarbij "het leger" een rekbaar begrip is. Ook milities, schutterijen en andere paramilitaire organisaties komen aan de orde. Met de beschrijving van de lotgevallen van deze mannen zie je tegelijkertijd een verschuiving van de loyaliteit jegens de stad naar loyaliteit jegens de staat.  

Huybert Jacobs (Hubert Jacobszoon) van Emmenes (no 2.080) is op 17 augustus 1617 in Utrecht getrouwd met Maria Adriaens "Mayken" (Marrichien of Maijchen) van Hoboken (Hoboocken). Ze waren op 10 augustus in ondertrouw gegaan.


Afbeelding 1 Uitsnede uit het trouwregister van de Stad Utrecht 10 augustus 1617 met op de bovenste regel Hubert Jacobs van Emmenes

Zij is in 1585 geboren in Utrecht. Ze was de dochter van Adrieans Jansz van Hoboken en Maria Mathijssen Block. Maria is eerder getrouwd geweest met Hieronijmus Moses. Maria is overleden in 1625. Ze had nog een broer genaamd Mathijs Adriaensz van Hoboken, geboren rond 1575. Haar vader Adrieans Jansz van Hoboken is overleden rond 1602.  



Afbeelding 2 Handtekening van Adrieans Jansz van Hoboken onder een notarieel stuk uit 1591. Hij was toen 49 jaar en woonde in Utrecht.

Huybert had samen met Maria een zoon genaamd Joannes (Jan) Huiberts van Emmenes (no 1.040), meesterbakker en schepen en hadden verder een dochter, Margariet Huyberts van Emmenes, geboren in 1630. Ze is gedoopt op 3 november 1654 in Leeuwarden. Daarnaast had hij waarschijnlijk nog een dochter met de naam Emmichgen, overleden in 1648. Jan Huiberts van Emmenes is naast hopman en schepen ook compagnieschrijver geweest. Elke compagnie had een compagnieschrijver (sypelschriever), die de soldij uitbetaalde en de benodigde gelden daarvoor van de generale ontvangers van de grietenijen uit de floreenbelasting ontving. Het ambt kwam al in 1585 voor, was vrij lucratief en werd geregeld door de waarnemer aan zijn opvolger verkocht. Oorspronkelijk werden de compagnieschrijvers aangesteld door de kapiteins der compagnieën, later door Gedeputeerde Staten. Gedeputeerde Staten moesten toezien dat de schrijvers elke twee maanden de soldij aan de compagnieën uitbetaalden. Jan Huiberts Emmenes van de compagnie van G. v. Eck was compagnieschrijver op 2 november 1674. 

Huybert is een kind van Jacob Huyberts (no.4.160) van Emmenes en Theuntgen Lamberts. Huybert was Nederduyts Gereformeerd, later Nederlands Hervormd. Er is een begraafinschrijving met akte datum 18 juni 1632 in Utrecht. Hij is dus overleden in 1632. Zijn geboortejaar is niet exact bekend, maar waarschijnlijk is dat 1565 geweest.


Afbeelding 3 Begraafinschrijving van Huijbert van Emmenes 18 juni 1632

Verder komt zijn naam en die van Mayken van Hoboken voor in een notariële akte van 13 februari 1621. 


Afbeelding 4 Handtekening van Maria "Mayken" van Hoboken


Afbeelding 5 Handtekening van Huibert Jacobs van Emmenes

Zijn vader Jacob Hubertus (Huijbertsz) van Emmenes (no 4.160) is begraven op 8 februari 1615. Zijn naam komt voor op een lijst van gelegenheden, waarbij de klok van de Dom in Utrecht werd geluid, meestal sterfgevallen en begrafenissen, van doorgaans belangrijke personen, soms ook geboorten of intochten van vorsten. De lijst werd bijgehouden door het college van kanunniken ten Dom (Domheren). Hieruit valt af te leiden dat de familie van Emmenes tot de meer voorname burgers van Utrecht behoorden.

Zijn vrouw heette Pauwelsgen (Pauwlina) Harman Crommen en is op 5 maart 1632 in Utrecht begraven. Ze woonden in de Backerstege in Utrecht. Haar naam en die van Jacob Huijberstz van Emmenes komen regelmatig in notariële akten en testamenten voor. Ze waren Nederduits gereformeerd. Na de dood van Pauwelsgen ging het huis aan de noordzijde van de Backersteech naar Herman Jacobsz van Emmenes. Het huis stond naast dat van Jan Gelisz, borstelmaker en had een uitgang in het Meulensteechgen. De Bakkersteeg en Molensteeg zijn historische, smalle straatjes in het centrum van Utrecht. Ze zijn gelegen nabij de Oudegracht, in het hart van de oude stad, vlakbij drukke winkelstraten zoals de Lange Elisabethstraat. In 1885 werd de naam van de Bakkersteeg veranderd in Bakkerstraat.


Afbeelding 6 De Bakkersstraat welke vroeger de Bakkersteeg heette en waar Jacob Huijbertsz van Emmenes woonde

Jacob (Huybertszoon) van E(m)menes was eerder op 3 mei 1603 getrouwd met Theuntgen Lamberts (no 4.161). Hij was al op 4 juni 1592 met haar in ondertrouw gegaan.


Bronnen en literatuur:

- 711.121 Utrecht NH begraven 1623-1633

- Het Utrechts Archief, Notarissen in de stad Utrecht 1560-1905, 13 februari 1621, aktenummer 93

Het Utrechts Archief te Utrecht, DTB Begraven Burgerlijke stand gemeente Utrecht en van de voormalige gemeente Zuilen:  retroacta doop- trouw- e..., Utrecht, archief 711, inventaris­num­mer 121, 2-5-1625, Utrecht NH begraven 1623-1633, folio 220

Het Utrechts Archief, Notariële archieven J. VAN HERWAERDEN, Utrecht, archief 34-4, inventaris­num­mer U003a008, aktenummer 101

Het Utrechts Archief te Utrecht, DTB Trouwen

- Burgerlijke stand gemeente Utrecht en van de voormalige gemeente Zuilen: retroacta doop- trouw- e..., Utrecht, archief 711, inventaris­num­mer 91, 16-02-1612, Utrecht NH trouwen 1611-1616, folio 57

https://historischcentrumleeuwarden.nl/images/pdf/Inventarisatieboeken.pdf

- http://17thcenturyhollanders.pbworks.com/w/file/fetch/48853913/UtrechtOverluidingen.pdf

- Het Utrechts Archief te Utrecht, DTB Begraven Burgerlijke stand gemeente Utrecht en van de voormalige gemeente Zuilen: retroacta doop- trouw- e..., Utrecht, archief 711, inventaris­num­mer 121, 5-3-1632, Utrecht NH begraven 1623-1633, folio 660

- 34-4 Notarissen in de stad Utrecht 1560-1905 Inventarisnummer: 69 Aktenummer: 31 Oud nummer:U009a005

- 5-3-1632, Akteplaats: Utrecht Nederduits-gereformeerd (later Nederlands-hervormd) Toegangsnummer: 711 Burgerlijke stand gemeente Utrecht en van de voormalige gemeente Zuilen: retroacta doop- trouw- en begraafregisters. Inventarisnummer: 121 Paginanummer: 660

- Datum ondertrouw: 01-05-1603 Huwelijksplaats: Utrecht Gezindte:  Nederduits-gereformeerd (later Nederlands-hervormd)Toegangsnummer: 711 Burgerlijke stand gemeente Utrecht en van de voormalige gemeente Zuilen: retroacta doop- trouw- en begraafregisters Inventarisnummer:90

- Utrecht NH trouwen 1590-1611

- https://www.mpaginae.nl/At/compagnieschrijvers.htm

zondag 1 februari 2026

Walpurg van IJsselstein zu Linnep (no. 7.927)

Walpurg (Walburge) van IJsselstein zu Linnep (no. 7.927)

Walburg van IJsselstein zu Linnip is geboren in 1588 en ze overleed in 1660.

Ze is in 1611 getrouwd met Johann Friedrich von Loe zu Overdyck (Bochum) (no.7.962). Samen hadden ze 10 kinderen. Johann was ambtman (baljuw of drost) te Wetter van 1611 tot 1632. Een drost was belast met rechtspraak en bestuur en handhaving van de openbare orde. Hij is geboren in 1593 en overleden op 12 december 1656 in Bochum. Hij was de zoon van Willem van Loe, heer van Overdijk en van Liutgarde van Hasekamp. Hijzelf was in de periode van 1611 tot 1632 heer van Overdijk. Hij was verder kerkmeester van de Rooms Katholieke kerkelijke gemeente in Bochum. Hij is later hertrouwd met Ida van der Knippenburg.


Afbeelding 1 Het Amt Wetter

Odilia  VAN LOË  (1627-1688), getrouwd met Joachim Heidenrijk Adolph Ripperda tot Veenhuis (no. 3.962).

Ida Catharina VAN LOË  

Catharina Mechteld VAN LOË  

Margaretha VAN LOË  

Christoph Philip VAN LOË, overleden op 17 maart 1685. Hij was luitenant-kolonel van Brandenburg en adjunct baljuw in Wetter. Later werd hij zelf drost in de periode van 1677 tot 1682. Hij had een zoon Maurits en deze erfde van Ida Elisabeth van IJsselstein. Hij had de hof Borringhausen bij Castrop en de Schultenhof Bullenbred in Gelsenkirchen in leen.


Afbeelding 2 Handtekening van Christoph Philip van Loe op een akte

Johan Maurits (Mortiz) VAN LOË, overleden in Düsseldorf op 27 maart 1708.  

Johan Vincent VAN LOË  

Franz Rolandt VAN LOË  

Walburg VAN LOË  

Magdalena Anna VAN LOË. Zij trouwde met Johann von Hugenpoth zu Gosewinkel 

Ze is geboren in 1588 en overleed in 1660. Haar vader was Christoph van IJsselstein zu Linnep en haar moeder Magdalena van Alendorp van der Leck. Ze was genoemd naar haar oma van moeders kant, Anna Walburga von Neuenahr. Anna was gravin.

Bronnen en Literatuur:

- https://www.kareldegrote.nl/Reeksen/ToonReeks.php?Reeks=208

- https://wiki.genealogy.net/Amt_Wetter_(historisch)

- https://www.loo-archief.nl/wp-content/uploads/2021/03/lookroniek47nlavg.pdf

- Nederlands Adelboek, 1908, p. 263

- https://www.wikiwand.com/de/articles/Egmond_van_IJsselstein

zondag 19 oktober 2025

In dienst van Stad en Staat: Willem van IJsselstein (no. 31.708)

Willem van IJsselstein (1498- 1587) (no 31.708)

Dit artikel is het eenenveertigste uit een serie over burgers die zich inzetten voor militaire taken en gaat over de dienstplicht, schutterijen en het reguliere leger. De discussie over de dienstplicht is nu weliswaar minder, maar nooit helemaal weg geweest en gezien het personeelstekort in het leger ook nu actueel. Het is nuttig om dit fenomeen in historisch perspectief te plaatsen. Sommigen hebben de dienstplicht ondergaan maar er zijn ook mensen vrijwillig het leger ingegaan, waarbij "het leger" een rekbaar begrip is. Ook milities, schutterijen en andere paramilitaire organisaties komen aan de orde. Met de beschrijving van de lotgevallen van deze mannen zie je tegelijkertijd een verschuiving van de loyaliteit jegens de stad naar loyaliteit jegens de staat. 

Willem van Egmond (van IJsselstein) is geboren rond 1498 en overleden in ongeveer 1587. Hij is de zoon van Christoffel van Egmond IJsselstein (no. 61.416) en Elisabeth van Renesse. Het Huis van Egmond speelde een belangrijke rol in de vaderlandse geschiedenis bij de eenwording van de "Lage Landen" in de Bourgondische tijd en bij de latere overgang naar de Habsburgse Nederlanden

Christoffel van Egmond (1470 - 1512)

Christoffel van Egmond was in 1499 commandant van "de Groote Gaarde" bestaande uit 2000 man. Hij was baljuw van Sint Maartensdijk en Scherpenisse (rond 1500). Hij was stadhouder-generaal van Gelderland. Hij stierf in 1512.

Frederik van Egmond "Schele Gijs" (1440- 1521)

Christoffel is de (bastaard)zoon van Frederik van Egmond (no. 122.832), heer van IJsselstein sinds 1469 en sinds 1492 graaf van Buren en Leerdam en raadslid-kamerheer van Karel de Stoute en Maximiliaan I van Oostenrijk. Onder hem werd de stad IJsselstein en ook het kasteel herbouwd. Hij was aanwezig bij Maximiliaans kroning tot keizer van het Heilige Roomse Rijk in 1486. Verder was Frederik heer van Beusichem en Cranendonck en Eindhoven. Frederik is geboren in 1440 en overleden in 1521. Hij schijnt als bijnaam Schele Gijs te hebben gehad, maar een concrete bron die dat aangeeft ontbreekt. Hij was ridder en drost van Leerdam en het Land van der Lede, drost van de veluwe en vrijheer. Daarnaast was hij kastelein van Schoonhoven. dijkgraaf van de Lekdek tussen de Vaart en Schoonhoven, stadhouder van het Nedersticht en lid van de illustere Lieve Vrouwe Broederschap.


Afbeelding 1 Frederik van Egmond

Zwanenbroeders

De Illustre Lieve Vrouwe Broederschap werd begin 14e eeuw opgericht door een aantal Bossche' geestelijken ter ere van de Illustere Lieve Vrouwe ofwel Maria.  Vanaf 1371 werden ook anderen toegelaten, onder wie vrouwen. Om onderscheid te maken tussen geestelijke en niet-geestelijke leden werd de eerste groep "gezworen broeders" genoemd en de tweede de "buitenleden". Vanaf 1384 is zwaan als gerecht te vinden op tafel bij de gezamenlijke maaltijden van de gezworen broeders. De vogels werden meestal geschonken door een lid van de hoge adel. Deze schenkers kregen sinds 1488 de naam Zwanenbroeder. Inmiddels konden ook edellieden van binnen en buiten de stad lid worden van de steeds prestigieuzer geworden broederschap. Korte tijd later werd het schenken van een zwaan losgekoppeld van de titel Zwanenbroeder. Officieel konden sinds 1520 slechts vier personen tegelijkertijd Zwanenbroeder zijn en moesten ze uit de stad afkomstig zijn. Deze regeling verwaterde echter spoedig. Ook Willem van Oranje werd lid. Tegenwoordig is 'Zwanenbroeder' een eretitel waarvoor alleen vorstelijke personen in aanmerking komen, ook koning Willem-Alexander is een zwanenbroeder. In 1642 werden, kort nadat op zijn verzoek de protestantse gouverneur van 's-Hertogenbosch met enige van zijn vrienden tot de Broederschap werd toegelaten, de statuten aangepast: het genootschap bestaat voortaan uit 18 katholieke en 18 protestantse leden. Dit was een compromis: omdat Willem van Oranje lid was geweest werd besloten dat de helft katholiek en de andere helft hervormd moesten zijn.


Afbeelding 2 Wapen van Frederik van Egmond


Afbeelding 3 Kasteel Buren, de woonplaats van Frederik van Egmond

In 1478 werd Frederik in Nijmegen gevangen genomen door aanhangers van Adolf van Gelre en zat er drie jaar gevangen (1478-1481). Het beleg van Franeker in 1500 was Frederiks laatste militaire actie.

Frederik had trouwens nog een paar buitenechtelijke kinderen. Maar met Aleida van Culemborg had hij nog twee zonen, Floris, geboren in 1470 en Wemmer, een kind dat jong gestorven is. Floris werd later stadhouder van Gelderland en Friesland.

Floris van Egmond "Fleurken Dunbier"

Floris werd ook wel Fleurken Dunbier genoemd. Hij was ridder in de orde van het gulden vlies. Hij werd stadhouder van Gelre in 1507 en bleef dat tot 1511. Toen Friesland in 1515 bij de Habsburgse Nederlanden ging horen, werd hij de eerste stadhouder van Friesland (1515 - 1518). Bovendien was hij een mecenas van kunstenaars. Hij haalde onder meer de Italiaanse bouwmeester Pasqualini naar IJsselstein en Buren. 

In 1521 nam hij de titel Heer van IJsselstein over van zijn vader.


Afbeelding 4 Een lid van het gulden vlies heeft een symbool van een klein gouden ramsvacht met kop en poten hangende aan een ring. Het gulden vlies verwijst overigens naar een Griekse mythe. De orde isd op 10 januari 1430 in Brugge ingesteld door Filips de Goede, hertog van Bourgondië. het was voor hem een manier om de banden aan te halen en invloed op elkaars beslissingen uit te oefenen. De orde had dus met name een politieke functie. In eerste instantie waren er maar 24 ridders lid, later werd dat stapsgewijs uitgebreid naar 50, maar het bleef een exclusief gezelschap.


Afbeelding 5 Floris van Egmond

Floris had onder andere een zoon, Maximiliaan, die later ook stadhouder van Friesland werd en zelf vader was van Anna van Egmond, die in 1551 trouwde met Willem van Oranje. Kort gezegd: Willem is de achterneef van de eerste vrouw van de vader des Vaderlands. Filips Willem is van Willem en Anna de oudste zoon die naar Spanje ontvoerd werd en later nog een poging deed om met de dochter van Diederick van Sonoy, een andere voorvader, te trouwen. In 1558 wordt Anna plotseling ziek. Na een kort ziekbed overlijdt de dan pas 25-jarige vrouw van Willem plotseling. Ze wordt begraven in de Grote of Lieve Vrouwe Kerk in Breda. Hun zoon Filips Willem erft uiteindelijk na het overlijden van Willem van Oranje onder andere het graafschap Buren.

Christoffel overleed in 1512.


Afbeelding 6 Maximiliaan van Egmond


Afbeelding 7 Anna van Egmond, eerste echtgenote van Willem van Oranje

Frederik was de zoon van Willem van Egmond senior en van Walburga van Meurs. Op 20 oktober  1464 trouwde hij met Aleid van Culemborg, vrouwe van Sint Maartensdijk en Buren, dochter van Gerrit van Culemborg en Elizabeth van Buren, geboren ca. 1445, overleden 20 juli 1471, begraven in de Sint Nicolaaskerk te IJsselstein. In 1502 trouwde hij met Walburga van Manderscheid.


Afbeelding 8 Het zegel van Frederik van Egmond. Op de rand staat: S FRE/DERIC BROEDER : TEGMONT: HEER: TOT: YSELSTEIN: TOT: BUEREN

Willem van Egmond erft na het overlijden van zijn vader Christoffel in 1526 de heerlijkheid Lijnden (Lienden) bij Buren. Hij is ook jonkheer en sinds 1549 eigenaar van het Bronckhorster goed onder Velp bij Grave.

Lienden is een dorp in de Betuwe.

Hij was verder drost van Genemuiden in de jaren 1541 tot 1543, maar niet zeker is of dit dezelfde Willem van IJsselstein is. Hij was de neef van Maximiliaan van Egmond, graaf van Buren.

In 1535 trouwt hij met Margaretha (Margrieta) van Wijngaarden (Wyngaerden), (overleden vóór 1568) dochter van Joost van Wijngaarden en Martina Mertijn van der Heijden. Willem woonde met zijn gezin in 1544 in Grave in het Land van Cuijk, dat sinds 1432 onder het Huis van Egmond viel. Uit zijn huwelijk met Margaretha zijn de volgende kinderen geboren:

-    Christoffel I van IJsselstein (1546-1593) (no. 15.854).

-    Jan (Hans) van IJsselstein (overleden 1578). Hans trouwde met Agnes van Galen, weduwe van Hendrick van Bronckhorst. 

-    Maarten van IJsselstein, (ca. 1548 - overleden in Frankrijk 1572)

-    Frederik van IJsselstein, (geboren ca. 1550). Hij trouwde in 1585 met Johanna van Bemmel. Na het overlijden van zijn broer Jan (Hans) van IJsselstein werd hij voogd van de nagelaten kinderen.

-    Elisabeth van IJsselstein

Willem van Egmond (van IJsselstein) trouwde rond 1555 voor een tweede maal, nu met Elisabeth Becker, (overleden na 6 december 1569). Uit dit tweede huwelijk had Willem de volgende kinderen:

-    Floris van IJsselstein (overleden ca. 1602) trouwde met Angela Dachverlies, dochter van Joris Dachverlies en Ida van Berckel. Op 25 juni 1587 doet hij hulde voor het leengoed te Lijnden als opvolger van zijn overleden vader Willem.

-    Willem IV van IJsselstein

-    Gerrit van IJsselstein, ook wel Gerhard genaamd

-    Maximiliaan van IJsselstein, treedt op als voogd voor de weduwe Angela Dachverlies en haar kinderen. Hij trouwde op 22 januari 1603 in Utrecht met Jaqueline van Hartevelt, dochter van Joost van Hartevelt.

-    Maria van IJsselstein (jong overleden).


Bronnen en Literatuur:

- http://de-wit.net/genovz/ijssels2.html

- http://www.de-wit.net/genovz/egmond-ijsselstein.htm

- https://en.wikipedia.org/wiki/Frederik_of_Egmont

- https://www.fredbrouwer.nl/egmont-frederick-van-ca-1440-1521/

- https://nl.wikipedia.org/wiki/Orde_van_het_Gulden_Vlies

- https://nl.wikipedia.org/wiki/Illustre_Lieve_Vrouwe_Broederschap

- http://www.ijsselstein.de/NL/van%20Egmond/site%2033.html

dinsdag 7 oktober 2025

In dienst van Stad en Staat: baron Unico III Ripperda (no 29.296)

In dienst van Stad en Staat: baron Unico III Ripperda (no. 29.296)

Dit artikel is het veertigste uit een serie over burgers die zich inzetten voor militaire taken en gaat over de dienstplicht, schutterijen en het reguliere leger. De discussie over de dienstplicht is nu weliswaar minder, maar nooit helemaal weg geweest en gezien het personeelstekort in het leger ook nu actueel. Het is nuttig om dit fenomeen in historisch perspectief te plaatsen. Sommigen hebben de dienstplicht ondergaan maar er zijn ook mensen vrijwillig het leger ingegaan, waarbij "het leger" een rekbaar begrip is. Ook milities, schutterijen en andere paramilitaire organisaties komen aan de orde. Met de beschrijving van de lotgevallen van deze mannen zie je tegelijkertijd een verschuiving van de loyaliteit jegens de stad naar loyaliteit jegens de staat.  

Unico Ripperda is geboren in 1503 in Delden en overleden te Wesepe op 10 juli 1566. Hij was heer van Boxbergen, Oosterwijtwerd en Dijkhuizen en drost van Salland. Een drost was in die tijd het hoofd van justitie en politie. Verder was hij heer van Holwierde en Uitwierde. In de zuidgevel van de vrijstaande toren van Uitwierde bevinden zich boven de deur wee gedenkstenen. De oudste dateert uit de 16e eeuw en toont de wapens Ripperda-Van Buckhorst. Het randschrift herinnert aan Unico Ripperda (1503-66), "Hoeftlinck to Witwert Holwerda vnd Wthwerda ivncker vnd droste van Sallant" . De steen lag vroeger in de kerk. De kerk van Uitwierde behoorde tot de heerlijke rechten van de familie Ripperda van de borg te Farmsum, die daarmee het recht had de predikanten aan te stellen, het zogenaamde collatierecht. De robuuste toren uit het eind van de twaalfde eeuw heeft, met zijn meer dan 1 meter dikke muren, alle oorlogen doorstaan. Hoewel hij nu los van de kerk staat, was het vroeger een geheel met de oorspronkelijke kerk. 


Afbeelding 1 De Kerktoren van Uitwierde

Unico was een zoon van Eggerik Ripperda (58.592) tot Oosterwijtwert en Dijkhuizen en Aleid van Buckhorst tot Boxbergen. In 1531 trouwde hij met Judith van Twickelo, dochter van Johan III van Twickelo, heer van Twickel en Weldam, en Judith Sticke. Bij haar huwelijk bracht Judith van Twickelo onder andere het kasteel Weldam in. Judith is geboren in 1515 en overleed in 1554. 


Afbeelding 2 Grafzerk van Unico Ripperda en Judith van Twickelo in de Nicolaaskerk aan de Ds. E.Kreikenlaan 3 in Wesepe


Afbeelding 3 De kerk in Wesepe bij Deventer


Afbeelding 4 Judith van Twickelo

Unico is commandant van de schutterij in Delden. Hij is lutheraan en schijnt als motto te hebben: "Op de ene dag een os verteren, op de andere dag een ei".



Afbeelding 5 Kasteel Boxbergen


Afbeelding 6 Kasteel Weldam. Het is een kasteel, vroegere havezate en landgoed gelegen in de buurtschap Kerspel Goor in de Nederlandse gemeente Hof van Twente. Het ligt ten zuiden van de plaats Goor in de provincie Overijssel. 


Afbeelding 7 Kasteel Weldam in de tegenwoordige tijd.  Zo rond het begin van de Tachtigjarige Oorlog werd het nu nog bestaande rechthoekige achterste gedeelte van het huis gebouwd op een vierkant omgracht terrein. Van het gebouw wat er daarvoor moet hebben gestaan is niet veel bekend.



Afbeelding 8 Unico Ripperda en Judith van Twickelo bouwden het rood gearceerde gedeelte van het kasteel van Weldam, waarna de torens en de uitbouwen aan de voorkant (grijs gearceerd) pas later volgden. 




Afbeelding 9 De burcht in Oosterwijtwerd


Afbeelding 10  Kaart met daarop onder andere de burcht van Wijtwert vermeld

De band van de Ripperda’s met Oosterwijtwerd gaat terug tot de vijftiende eeuw, als de familie het Huis op de wierde (terp) gaat bewonen. Als collatoren van de Mariakerk in Oosterwijtwerd laten de Ripperda’s daar vele sporen na. Doordat de protestanten de overhand krijgen wordt de kerk steeds meer een monument voor het geslacht van de Ripperda’s. Zo wordt de toren bekroond met een windvaan met het familiewapen, een ruiter te paard. Datzelfde wapen prijkt ook boven de ingang van de kerk.


Afbeelding 11 Schild op de Mariakerk te Oosterwijtwerd

Ons koninklijk huis, het Huis van Oranje, stamt via Claus von Amsberg, de voormalige echtgenoot van prinses Beatrix rechtstreeks af van de Ripperda’s. 

De precieze oorsprong van het geslacht is niet met zekerheid vast te stellen. Wel staat vast, dat de Ripperda’s tot de inheemse Friese hoofdelingenadel der Ommelanden behoren. Naar alle waarschijnlijkheid stamt het geslacht uit Oost-Friesland en hebben leden zich reeds vóór 1300 bij Nansum, Farmsum en Winsum in de Ommelanden gevestigd.

Dertien Kinderen

Unico en Judith hadden minimaal 11 kinderen, andere bronnen hebben het over 13 kinderen:

-    Eggerik II Ripperda, heer van Boxbergen en Weldam, drost van Salland vanaf 1567. Hij bezet namens de Staatse troepen Zwolle op 17 juni 1580 samen met de rentmeester van Salland, Robert van Ittersum. Maar katholieken veroveren de Diezerpoort, een van de stadspoorten van Zwolle.


Afbeelding 12 De restanten van de Diezerpoort in Zwolle

De Staatse troepen maken zich meester van het geschut, bezetten de Grote Markt, de Sint Michaëlskerk, de Kamperpoort en de Roode Toren. Ze werpen barricaden op in de Roggestraat. De katholieken stellen zich op in de Diezenstraat en de Smeden. Burgemeester Derk Bastert probeert beide partijen te verzoenen maar een andere burgemeester duwt Bastert van het paard en rijdt de Sassenpoort uit om de ontevreden boeren van Mastenbroek op te stoken tegen de Staatsen. De boeren zijn boos over de hoge belasting die zij voor de Staatse huursoldaten moeten betalen. Maar de boeren houden zich op het laatste moment toch afzijdig. De Staatsen krijgen hulp uit Kampen en krijgen de overhand. Ondertussen is Maarten Schenk is met zijn troepen onderweg naar Zwolle vanuit Lingen. Hohenlohe wil het leger tegenhouden en het komt tot een treffen bij Hardenberg. Maarten Schenk verslaat Hohenlohe. Hohenlohe krijgt geen hulp van Barthold Entens omdat zijn Friese soldaten niet buiten Friesland willen vechten.  De Staten hadden Christoffer van IJsselstein uit Overijssel teruggetrokken tegen de wil van Jan van Nassau waardoor Schenk met de malcontenten makkelijk naar Groningen kon optrekken. Us Heit, (Willem Lodewijk) noemde Hohenlohe onvoorzichtig.

Eggerik was ook betrokken bij de aanval op Goor, samen met Christoffel van IJsselstein. Hij werd gevangen genomen door Maarten Schenk in zijn kasteel in Afferden aan de Maas. Hij kreeg het losgeld niet bij elkaar en om dat wel voor elkaar te krijgen mag hij naar de Staten. Daar wordt hij echter gevangen genomen en hij sterft uiteindelijk in 1584 in gevangenschap in de Noorderbergtoren in Deventer. Eggerik sond verdert bekend om zijn vorstelijke banketten na zijn benoeming tot drost in 1567. Hij tracteerde bijna iedereen en dronk 's middags vaak. het zal hem dus zwaar gevallen zijn in de gevangenis, maar naar verluidt brachten vrienden van hem regelmatig eten en bier.

-    Johan Ripperda tot Weldam, heer van Weldam, geboren na 1536, overleden op 15 april 1591. In 1569 trad hij toe tot het ridderschap van Overijssel. in 1559 ging hij naar Brussel ter ondertekening van het Eddverbond der edelen en werd later lid van de Raad van State in Brussel.


Afbeelding 13 Johan Ripperda tot Weldam

-    Judith Victoria Ripperda, geboren rond 1534, overleden op 14 april 1608

-    Hillania Ripperda, geboren in 1553, overleden op 21 augustus 1582

-    Johan Valck Ripperda, kanunnik in Xanten, geboren in 1533

-    Aleid Ripperda, geboren in 1537

-    Elisabeth (Adriana) Ripperda, geboren in 1538

-    Adriaan Ripperda, heer van Uitwierde, Holwierde, Dijkhuizen en Delfzijl, geboren rond 1540. Hij bezoekt verschillende universiteiten in Duitsland, Frankrijk en Italië. Hij is gedeputeerde der Staten van Groningen in 1580. Hij overleed op 9 mrt 1583.

-    Herman Ripperda, heer van Boxbergen en Boekelo, geboren te Borculo na 1548, overleden te Hengelo op 22 september 1625. Hij ging in Deventer naar school. Hij dient bij de Duitse hertog Erik van Brunswijk (Braunsweich) in dienst van Philips II, dus bij de vijand. Hij wordt prompt onterft. Later is hij ritmeester en brengt de Spanjaarden als een soort van guerrillaleider veel schade toe. Na een drinkgelag valt hij in Osnabrück van zijn paard en breekt een been: "in drunckenschap sijn peerd op de straet piqueerende". Vanaf dat moment loopt hij mank. In 1597 wordt hij commandant van de schutterij in Delden. Bij de belegering van Oldenzaal valt hij opnieuw van zijn paard en sterft. De befaamde Ripperda dood. (Er zijn er meerde van het paard gevallen en hoewel ik er zelf nooit van gehoord had schijnt er een uitdrukking te zijn: "De Ripperda dood vallen" die betekent dat iemand zijn positie of status verliest, net zoals hij van zijn paard is gevallen.

-    Balthasar Ripperda, heer van Oosterwijtwert (no 14.648), geboren in 1549 en overleden op 29 december 1616. Balthasar heeft zijn jeugd in Frankrijk en Duitsland door gebracht om daar Frans en Duits te leren. Van 1597 tot 1615 staat hij beschreven in de Munsterse Ridderschap, en wordt hij gebruikt als afgevaardigde naar Den Haag en elders. Hij is strijdlustig en trekt met de protestantse veldheer Christian von Braunsweig op tegen de veldheer Graaf van Tilly, maar wordt verslagen waarbij Venhaus wordt bestormd en platgebrand. In 1632 wordt Venhaus weer opgebouwd maar zwaar financieel belast verkocht in 1666 aan Math. von der Recke, die het katholieke geloof weer instelt.

Een tijdlang Is hij goed bevriend met Diderich von Viermundt zu Odinck (waarschijnlijk een broer van zijn schoonzuster Anna von Viermundt), doch deze vriendschap schijnt later snel af te koelen. Hij brengt dan veel tijd door met zijn zwagers Christopher en Caspar op Welvelde en de Schelenburg. Hij bezoekt met Heinrich van Saksen, bisschop van Osnabrück, het hof van koning Frederik II van Denemarken in Kopenhagen. Hij leert tot zijn grote genoegen veel Deense leden van het geslacht Von Schele kennen. Het uitbundige leven en zware drinken aan het Deense hof doen hem echter geen goed, zodat hij spoedig weer naar de Schelenburg terug moet keren om bij te komen. Hij woont vervolgens enige tijd bij zijn schoonfamilie op de Valckenhof bij Coesfelt, daar Oosterwijtwerd door het oorlogsgeweld te gevaarlijk is geworden. Vanaf 1597 is hij lid van de ridderschap van Münster, die hem als afgevaardigde naar de Staten Generaal in Den Haag stuurt. Later erft hij op de heerlijkheid en het gelijknamige waterslot Venhaus van zijn schoonouders.

-    Otto Ripperda, geboren in 1540, overleden in 1570

   Carel Victor

Het geslacht Ripperda verwant met adellijke geslachten in Nederland en Duitsland, zoals Twickelo, Van Ewsum, Van Pallandt, Rengers, Van Baer, De Vos van Steenwijk, Schele, Von Münchhausen, Stael von Holstein, Von Münster en Von Oldenburg.

Bronnen en literatuur

https://nl.wikipedia.org/wiki/Unico_Ripperda_(1503-1566)

- https://www.wikitree.com/wiki/Ripperda-11

- http://marceltettero.nl/rijkvanripperda/Inleiding/Oostwytwerd_Ripperda.html

- https://beeldbank.cultureelerfgoed.nl/rce-mediabank/detail/b145add2-06f5-10ea-cfc6-c9778cac81d4

- https://www.nazatendevries.nl/Genealogie/Genealogie%20e.d.%20van%20derden/Ripperda/De%20Ripperda's,%20een%20eeuwenoud%20geslacht.html

- https://www.visithofvantwente.nl/attracties/tuinen-parken/1653-landgoed-met-kasteel-weldam/

- https://www.groningerkerken.nl/downloads/uitwierde_kerkbeschrijving_2021_herz_versie.pdf

- https://emmywwh.wordpress.com/wp-content/uploads/2019/05/1905-uitwierde.pdf

- https://nl.wikipedia.org/wiki/Diezerpoort_(stadspoort)#/media/Bestand:Zwolle,_het_Diezerpoortenbolwerk_foto9_2016-06-05_10.57.jpg

- https://nl.wikipedia.org/wiki/Johan_Ripperda_tot_Weldam

- http://www.twentsetaalbank.nl/docs/InschrienTT.2022.1.pdf

dinsdag 30 september 2025

In dienst van Stad en Staat: Christoph van IJsselstein zu Linnep (no 15.854)

Christoph (Christoffel I) van IJsselstein zu Linnep (no 15.854)

Dit artikel is het negenendertigste.uit een serie over burgers die zich inzetten voor militaire taken en gaat over de dienstplicht, schutterijen en het reguliere leger. De discussie over de dienstplicht is nu weliswaar minder, maar nooit helemaal weg geweest en gezien het personeelstekort in het leger ook nu actueel. Het is nuttig om dit fenomeen in historisch perspectief te plaatsen. Sommigen hebben de dienstplicht ondergaan maar er zijn ook mensen vrijwillig het leger ingegaan, waarbij "het leger" een rekbaar begrip is. Ook milities, schutterijen en andere paramilitaire organisaties komen aan de orde. Met de beschrijving van de lotgevallen van deze mannen zie je tegelijkertijd een verschuiving van de loyaliteit jegens de stad naar loyaliteit jegens de staat. 

Christoffel, of Stoeffel zoals hij zichzelf noemde, van IJsselsteyn is geboren omstreeks 1546. Hij is in 1576 getrouwd met Magdalena van Alendorp en had samen met haar de volgende kinderen:

- Vincent van IJsselstein zu Linnep , geboren in 1577, overleden in 1656

- Walpurg van IJsselstein zu Linnep (no 7.927), geboren in 1588, overleden rond 1660. Ze was getrouwd met Johann Frederik van Loe, heer van Overdijk.

- Maurits van IJsselstein zu Linnep, geboren in 1585, overleden in 1652. Maurits woonde op Slot Linnep in Ratingen in Noordrijn-Westfalen.


Afbeelding 1 Slot Linnep

- Philip Ernst van IJsselstein zu Linnep, in dienst van de keurvorst van Brandenburg.

- Reinier van IJsselstein zu Linnep.

Zijn ouders waren Willem van Egmond van IJsselstein en Margaretha van Wijngaarden. 



Afbeelding 2 Het familiewapen van Egmont en IJsselstein

Hij was  Jonker, legeraanvoerder (luitenant generaal) van Jan van Nassau in Geldereland in 1579, kolonel der infanterie in Staatse dient, over zes vaandels. Hij was mede ondertekenaar van het Smeekschrift Edelen en de rechterhand van Philips van Hohenlohe-Neuenstein, die met de oudste dochter van Willem van Oranje was getrouwd. Als rechterhand van Hohenlohe was Christoffel ook betrokken bij Kouwensteinsedijk in mei 1585 in een poging tot ontzet van het door Parma belegerde Antwerpen.



Afbeelding 3 Phipips van Hohenlohe-Neuenstein (Hollock), Duits legeraanvoerder in Staatse dienst


Afbeelding 3 Op 5 april 1566 wordt het Smeekschrift der edelen aan Margaretha van Parma, landvoogdes gegeven. Zowel voorvader Diederich van Sonoy als voorvader Christoffer van IJsselsteyn zijn ondertekenaars

Hij was verder Pandheer van Linnep (Ratingen) en van 1773 tot 1574 Gouverneur van Geertruidenberg, En tot 1588 was hij gouverneur van Heusden en had hij het bevel over Bommel. Tevens was hij gouverneur van Venlo. Christoph (Christoffel) woonde in Kranenburg, maar in elk geval in 1582 in slot Linnep.

Van IJsselstein heeft regelmatig met Willem van Oranje gecorrespondeerd, net als een andere voorvader en tijdgenoot Diederick Sonoy. Op 25 oktober 1573 vraagt hij bijvoorbeeld om instructies ten aanzien van de verdeling van losgeld voor gevangenen. Soms waren de brieven in het Frans en soms in het Nederlands. 

Zutphen, het rampjaar 1572

De zwager van prins Willem van Oranje, graaf Willem IV van den Bergh had een leger van ballingen en Duitse huurlingen verzameld en nam op 10 juni 1572 de stad Zutphen bij verrassing in, mogelijk met hulp van enkele burgers. De soldaten waren een zootje ongeregeld. Ze plunderden de Sint-Walburgiskerk, vernielden de mannenkloosters en brandschatten de vrouwenkloosters. Na het vertrek van graaf Van den Bergh kwam Willem van Oranje zelf met een klein leger Waalse en Duitse soldaten naar Zutphen. Ook zij richtten veel vernielingen in de kerken aan, gooiden de gebrandschilderde glazen van Sint-Walburgiskerk (1) en de Nieuwstadskerk in, en doodden de pater van het Heer Hendrickshuis op straat. In 1572 had Willem van Oranje Christoffel van IJsselstein als bevelhebber van Zutphen benoemd. Hij bleef achter met twee vendels Walen, een hoogduits vendel en een nederduits vendel. Een vendel bestond uit 100 tot 150 man, dus in totaal ongeveer 600 man. Andere bronnen spreken van 800 man. Het is waarschijnlijk dat graaf van den Bergh te weinig middelen aan Christoffel van IIsselstein ter beschikking had gesteld voor een goede verdediging. Er was steeds een tekort aan geld en middelen.

Als represaille voor de wisselende loyaliteit van de stad stuurde Alva zijn zoon Don Fadrique naar Zutphen. Na de verovering van Lochem en Doesburg verkenden de Spanjaarden het terrein. Ze besloten vervolgens vanuit het noorden aan te vallen omdat de grond daar het minst drassig was en kanonnen op die zandige bodem een stevige ondergrond hadden. De hoofdmacht verscheen op 12 november 1572 voor de Nieuwstadspoort en beschoot die vier dagen lang met dertien stuks geschut. Door het onophoudelijke vuur verschenen aan die kant van de stad grote bressen in de muur. Het was bitterkoud, de IJssel en de grachten waren bevroren. Niemand had verwacht dat Alva in de winter een troepenmacht zou sturen. Een deel van de Spaanse troepen onder leiding van Gillis de Berlaymont, heer van Hierges, was de IJssel overgestoken en beschoot van de overkant van de IJssel het rondeel dat voor de Marspoort lag. Tegelijk maakten soldaten vanuit het noorden zich meester van de schutsluis tussen het Marspoortrondeel en de brug, om het land onder water te zetten. 


Afbeelding 4 Gilles van Berlaymont, stadhouder van Gelre en Zutphen onder Filips II

Op 16 november besloot de commandant van Zutphen, Christoffel van IJsselstein dus, met Hierges te gaan onderhandelen. Terwijl de onderhandelingen op de brug gaande waren nam de krijgsmacht aan de noordkant zijn kans waar en trok over het ijs van de gracht en door de bres die zij in de Nieuwstadspoort hadden geslagen de stad binnen. Vanaf toen heette deze poort Dikke Dalfsgat (‘duc d’Alva’s gat’). Moord, wreedheden en plundering waren opnieuw het lot van de stad, alhoewel de Spanjaarden het vooral voorzien hadden op het grotendeels Waalse garnizoen van ongeveer 800 haakbusschutters. Deze soldaten hadden een jaar eerder een vrije aftocht gekregen bij de overgave van de stad Bergen onder de belofte om een jaar niet tegen de Spanjaarden te vechten. Om echter hun achterstallige soldij niet mis te lopen hadden ze zich weer bij Oranje aangesloten. Deze woordbreuk werd hen ernstig aangerekend. Zeker 500 soldaten en burgers werden aan bomen opgehangen of de werden de koude, deels bevroren, IJssel in gedreven. Later wisselde de stad nog een aantal keren van partij met weer plunderingen tot gevolg tot het in 1591 definitief in Staatse handen kwam. Het bloedbad van Zutphen wordt in de propaganda van Oranje breed uitgemeten, pas veel later, in de eenentwintigste eeuw wordt getwijfeld of er wel echt een bloedbad is geweest. Maar feit is dat er wel degelijke honderden soldaten na hun overgave zijn afgemaakt. en dat een groot deel van de stad in brand werd getoken.Vrouwen en kinderen zullen waarschijnlijk wel gespaard zijn, maar het doden van honderden mannen, soldaten, maar ook burgers die hun stad verdedigden, is in mijn ogen nog steeds een bloedbad.



Afbeelding 5 Stad Zutphen vlak voor 1572



Afbeelding 6 Handrekening van Christoffel van IJsselsteyn

Belegering van Amsterdam

Van IJsselstein helpt eind 1577 geuzenleider Diederik Sonoy (no 31.718)  Amsterdam te omsingelen om de stad te winnen voor de opstand. Sonoy lag met zijn mannen bij het Karthuizer Klooster buiten de Haarlemmer Poort. De mannen van IJsselstein slaan hun tenten op in hetLeprozenhuis aan de andere kant van de stad en met zes vendels houdt hij de Sint Anthoniszijde in bedwang. Vier weken later wil het Amsterdamse stadsbestuur de polders onder water laten lopen om de staatse troepen te verdrijven zodat de stad weer voorraden kan krijgen. Nadat in 1578 een Staats leger bij Gemboers (Gembloux) is verslagen bemiddelen de Utrechtenaren tussen de Amsterdammers en de opstandelingen. Dat gebeurt met succes. Op 8 februari 1578 komt de zogenaamde satisfactie tot stand. Een Satisfactie was een verdrag waarin de positie van katholieken en protestanten werd vastgelegd. 

Eind juli en begin augustus 1581 probeerde hij met 900 man voetvolk en 120 ruiters de plaats Goor aan de Regge in te nemen. Goor ligt strategisch tussen moerassen. Deze campagne wordt gefinancierd door de staten van Overijssel. De aanval mislukt en hij wordt door Marten Schenk van Nydeggenverslagen en was kort zijn gevangene in slot Blijenbeek.Een bijzonder detail daarbij is dat Maarten Schenk in eerste instantie bij het Staatse leger onder bevel stond van Christoffel van IJsselstein. In 1579 ging Maarten over in Spaanse dienst.


Afbeelding 7 Maarten Schenk van Nydeggen, in Spaanse dienst



Afbeelding 8 De Ruïne van kasteel Blijenbeek in Noord-Limburg, in 1945 was het door de RAF gebombardeerd.

De slag bij Goor

Het garnizoen in Goor telt ongeveer 850 voetknechten en 120 ruiters onder leiding van Simon van Limburg. De motivatie zou bij de soldaten in Spaanse dienst niet echt groot zijn. Zij hebben hun soldij niet op tijd gekregen. Bovendien is hun stadhouder Georg van Lalaing, graaf van Rennenberg net overleden. Rennenberg is een jaar eerder overgelopen naar Spaanse zijde. Christoph van IJsselstein komt met zijn legertje van ongeveer 1.000 soldaten uit Gelderland via Deventer over de eeuwenoude Bandijk naar het laag geleden moeras van het Reggedal. De aanval gebeurt overigens zonder medeweten van Willem van Oranje, de opperbevelhebber van het leger. Van Oranje zou de aanval op Goor vrijwel zeker hebben uitgesteld omdat hij een groot offensief in Groningen wil voorbereiden. Goor vormt de toegangspoort tot Twente en was daarom belangrijk. Goor bestond uit twee delen, de oude en de nieuwe stad, beide omgeven door een gracht en verbonden door de Bandijk. De staatse troepen onder van IJsselstein veroveren vrij makkelijk de schans bij de Oude Kerk in Goor en probeert daarna de tweede schans op het Schild in te nemen, maar dit mislukt. Spaanse troepen onder Maarten Schenk, mogelijk gestuurd door Verdugo, de opvolger van Rennenberg, voeren vanuit Haaksbergen een tegenaanval uit. De strijd duurt bijna twee weken. De Staatse troepen moeten zich terugtrekken. Zestig man verschansen zich in een windmolen (de Heeckerenmolen) maar sneuvelen vrijwel allemaal. Dertig zijn van het vendel van Warmelo en dertig van Koen van Steenwijk. Slechts twee gewonden weten te vluchten. De Staatse soldaten houden met drie kanonnen stand in de schans bij de huidige hervormde kerk, die ze eerder hebben veroverd.

Na een felle strijd moeten zij ook deze schans prijsgeven. De Staatse soldaten trekken zich terug in het huis Scherpenzeel, helemaal links op de plattegrond hieronder, waar zij nog twaalf dagen standhouden. Uit een brief van het Goors gemeentebestuur in 1604 blijkt dat Van IJsselstein het bevel heeft gegeven de kerk en de kerktoren uit strategisch oogpunt in brand te steken voordat zij zich terugtrekken in het huis Scherpenzeel. De toren, een uitkijkpost, stort in.


Afbeelding 9 De plaats Goor in 1581. De Staatse troepen onder leiding van Van IJsselstein kwamen vanuit Deventer richting Goor, op de kaart de weg links



Afbeelding 10 De Nederlandse opstand in 1581

Uiteindelijk geven de troepen zich over wegens gebrek aan voedsel (14 van de ongeveer 100 paarden hadden ze al opgegeten en brood en bier was al op, kruit hadden ze echter nog wel). Een deel mag onder de belofte drie maanden niet te vechten de aftocht blazen; de officieren worden echter gevangen genomen. Christoffel van IJsselstein wordt in 1582 door de Staten vrijgekocht. Anderen hadden minder geluk. Ondanks de toezegging van een vrije aftocht worden er nog 100 man gedood. Kennelijk was niet iedereen het eens met de vrije aftocht. Het was een schending van het oorlogsrecht. Schenk deed nog een poging om de orde te herstellen door een aantal van zijn eigen soldaten neer te slaan.

De tekst van de oorkonde met betrekking tot de overgave luidde als volgt:

"Op heden, datum onderschreven, hebben vanwege Koninglijke Majesteit tot Spanje, onzer allergenadigsten heere, Maarten Schenck van Nijdeggen, Overste, Jacob van Bronchorst en Batenburg, heere van Anholt, Joost de Voogt van Reinefelt, Hopman en Joost van Walraven, Overste kwartiermeester, ook mede namens de gezamenlijke hoplieden, alhier vertegenwoordigd te Goor. Christoffel van IJsselstein Overste der Noorder Unie-provinciën, samen met de officieren uit zijn vendelen vertegenwoordigd in de schansen voor Goor gelegen en belegerd, een verdrag aangegaan, inhoudende dat die Overste van IJsselstein met de zijnen overgaat in handen van den Overste Schenck en de zijnen voornoemd. En dat zij dezen zullen overgeven en leveren de door hen opgeworpen schansen, geschut, munitie en alles, wat in de schans bevonden wordt. Hiertegenover hebben Maarten Schenck en Jacob van Bronchorst e.a. met Overste van IJsselstein versproken en overeengekomen bij eer en trouw, dat al de krijgslieden van meergemelden IJsselstein vrij en frank kunnen afmarcheeren onder voorbehoud, dat genoemde krijgslieden onder eede verklaren in geen drie maanden zich te zullen leenen tegen een krijg met den Koning van Spanje. In oorkonde der waarheid hebben beide partijen dit verdrag met eigen hand onderteekend. 

Den 1 Augustus 1581".

Goor bleef nog tot 1597 in Spaanse handen. Naar schatting verliezen 600 mensen het leven bij de gevechten rondom Goor.


Afbeelding 11 Overwinningsmunt uit 1597 met vermelding van inname van Goor

Het losgeld voor de gevangen officieren werd bepaald op 55.000 Carolus guldens en zeven gouden ketenen ieder van 200 gouden pistoletten kronen. Alleen Christoffel had voldoende geld om zichzelf los te kunnen kopen. Eggerick Ripperda, zoon van een andere voorvader, namelijk van baron Unico Riperda tot Boxbergen (no 29.296) had minder geluk. In 1584 sterft hij in gevangenschap in de Noordenbergtoren in Deventer. De staten van Overijssel hadden niet veel behoefte om de anderen vrij te kopen aangezien ze Goor aan de Spanjaarden hadden uitgeleverd en er tevens drie kanonnen verloren waren gegaan en de troepen van Schenk plunderden heel Twente en daarbovenop had de pest  in de jaren 1575 en 1576 ook nog huisgehouden. Het duurde tot 1584 tot de rest vrij kwam en zij klaagden over een slechte behandeling, want ze hadden al maanden geen wijn gehad... 

Overigens wisselde Maarten Schenk in mei 1585 weer van kamp en kwam weer in Staatse dienst.

Gouverneur van Heusden

Christoffel had zichzelf dus los weten te kopen en was daarna actief als commandant van het garnizoen in Heusden. In het naburige Tilburg waren ze niet erg van hem gecharmeerd omdat hij veeleisend was voor wat betreft het onderhouden van het garnizoen. Nadat het Tilburgse dorpsbestuur hem in de zomer van 1583 al met een aam wijn had geprobeerd tevreden te stellen, toonde hij zich verontwaardigd omdat Tilburg te weinig paarden en wagens had geleverd om hand- en  spandiensten voor het garnizoen uit te voeren. Hij dreigde Tilburg dat zijn soldaten wel eens aan het plunderen zouden kunnen slaan. Iets wat elders regelmatig gebeurde en soms door de legerleiders werd toegestaan aangezien er altijd achterstanden waren bij het betalen van de soldij. Met nog een aam wijn en een gift van 138 gulden liet hij zich kalmeren. Om de haverklap werden bij hem talloze koppels patrijzen, hazen en konijnen afgeleverd. Hij schrok er niet voor terug om Tilburgse burgemeesters te arresteren en die pas na het betalen van een losgeld weer  te laten gaan. Toen enkele in Loon op Zand gelegerde Spaanse soldaten tijdens gevechtshandelingen een paar paarden van het Heusdense garnizoen gedood hadden, eiste hij van Tilburg een schadevergoeding. Als Van IJsselstein zelfs maar het vermoeden had dat een Tilburgse koopman goederen aan de vijand leverde, eiste hij genoegdoening. Zelfs voor zijn manschappen eiste hij de levering van een partij kaatsballen. In het boekjaar 1583/1584 waren de betalingen aan het Heusdense garnizoen meer dan 10.000 gulden ofwel bijna de helft van de dorpsuitgaven van Tilburg. Wat betreft de Tilburgers was Van IJsselstein een corrupte dronkenlap.

Dat het platteland met zijn dorpsgemeenschappen de rekening van de oorlog gepresenteerd kreeg is wel duidelijk. Op 24 augustus 1584 kreeg Christoffel van IJsselstein van de Staten van Holland het bevel "tot devastatie en afbrandinghe van alle dorpen en plaatsen in den lande van Breda en elders onder den vijand gezeten". Oftewel de tactiek van de verschroeide aarde werd toegepast om de vijand toegang tot voedsel en paarden te ontzeggen. De dorpelingen werd het bevel gegeven om naar de stad te trekken. Ook een evacuatiebevel is dus iets van alle tijden.


Afbeelding 12 Vesting Heusden

In 1582 liet Christoffel Veghel en het kasteel Frisselstein in brand steken, omdat de bewoners van het kasteel openlijk de kant van de Spanjaarden hadden gekozen. Datzelfde lot onderging Schijndel en Sint-Oedenrode. Ook dit was onderdeel van het brandschatten van de omgeving van Den Bosch.


Afbeelding 13 Kasteel Frisselstein in Veghel

Christoffel van IJsselstein is in Frankrijk overleden in juli 1593. Hij was sinds 1588 in dienst van koning Hendrik IV van Frankrijk.

Literatuur en bronnen:

(1) De Walburgiskerk is later een protestantse kerk geworden waar een andere voorvader in 1610 nog twee gildeborden voor heeft geschilderd. Zie het artikel over Pieter de Valck.

- https://nl.wikipedia.org/wiki/Christoffel_I_van_IJsselstein

- http://www.biografischportaal.nl/persoon/27571916

- http://www.marceltettero.nl/m.tettero/Watergeuzen/IJsselstein.htm

- https://www.canonvannederland.nl/nl/overijssel/twente/hof-van-twente/slag-om-goor

- https://nl.wikipedia.org/wiki/Vestingwerken_van_Goor

- https://resources.huygens.knaw.nl/media/wvo/images/06000-06999/06227.pdf

- https://goudeneeuwremake.wordpress.com/2015/07/17/leden-van-het-verbond-der-edelen-1565-1567/

- https://www.kareldegrote.nl/Reeksen/ToonReeks.php?Reeks=208

- http://www.marceltettero.nl/rijkvanripperda/Goor/Goor.htm

- Zutphense Courant 17 november 1922

Twentsch dagblad Tubantia en Enschedesche courant, 29 juni 1935; 15 juni 1935

- Verslagen en mededeelingen, 1954, deel 69 p. 182

- https://historiek.net/het-rampjaar-van-zutphen-1572/151056/

- https://historietilburg.nl/wp-content/uploads/Jaargang-25-2007-nummer-3.pdf

- https://nl.wikipedia.org/wiki/Filips_van_Hohenlohe-Neuenstein

In dienst van Stad en Staat: Geert Sytzes (no 144)

Geert Sytzes (no 144) Dit artikel is het drieënveertigste uit een serie over burgers die zich inzetten voor militaire taken en gaat over de ...