Posts tonen met het label schriemer. Alle posts tonen
Posts tonen met het label schriemer. Alle posts tonen

vrijdag 3 april 2026

In dienst van Stad en Staat: Geert Sytzes (no 144)

Geert Sytzes (no 144)

Dit artikel is het drieënveertigste uit een serie over burgers die zich inzetten voor militaire taken en gaat over de dienstplicht, schutterijen en het reguliere leger. De discussie over de dienstplicht is nu weliswaar minder, maar nooit helemaal weg geweest en gezien het personeelstekort in het leger ook nu actueel. Het is nuttig om dit fenomeen in historisch perspectief te plaatsen. Sommigen hebben de dienstplicht ondergaan maar er zijn ook mensen vrijwillig het leger ingegaan, waarbij "het leger" een rekbaar begrip is. Ook milities, schutterijen en andere paramilitaire organisaties komen aan de orde. Met de beschrijving van de lotgevallen van deze mannen zie je tegelijkertijd een verschuiving van de loyaliteit jegens de stad naar loyaliteit jegens de staat.  

Geert Sytzes is op 22 juni 1749 getrouwd met Janke Klazes (Jance Clases) en woonde in Noorderdrachten. Hij was arbeider en werd in 1749 volgens de Quotisatie kohieren aangeslagen voor 1 volwassene voor £ 7:17:-. 

Sytse Geerts (no 288)

Zijn vader heette Sytse (Sijtze) Geerts (no 288) en zijn moeder was Martjen Allerts. Martjen is gedoopt in Bergum op 24 januari 1706.  

Martje (Martsen) was een dochter van Allert Eelkes (Eelkis of Eelties, Eelckes) (no 578) en Trijntje Hanses. Ze hadden ook nog een zoon genaamd Hans, later schipper geworden. Hans is op 13 juni 1690 gedoopt in de hervormde kerk in Leeuwarden. Ze hadden nog drie dochters Eekje, Grietje, op 24 januari 1706 in Bergum gedoopt, en Aaltje. Aaltje is geboren op de Keizersgracht in Leeuwarden. De Keizersgracht is inmiddels gedempt en loopt tot aan het Blokhuisplein.

Allert zelf is geboren in 1663 in Leeuwarden en overleden op 17 januari 1735 te Tietjerksteradeel. Hij was meester timmerman maar was eerder ook veerschipper in de Kuikhorne onder Bergum. Hij was de kleinzoon van Allert Doeyes (no 2.312). Allert Eelkes deed belijdenis in Bergum in 1689. In 1679 is hij daar bij de Hervormde Gemeente binnengekomen samen met Trijn Hanses. Later is hij nog getrouwd geweest met Minke Gaatses uit Aalsum. De huwelijkstoestemming daarvoor was op 13 augustus 1718 in Bergum.

Allert Doeyes (Doyesz) (no 2.312)

Allert Doeyes was boer te Veenwouden onder Bergum. Zijn zus heette Hinke. In 1720 was hij nog ongetrouwd. Hij was getrouwd met Aatje (Aet) Geerts. Aatje is in 1650 overleden. Op 26 maart 1641 wordt een akte opgemaakt waarin staat "Allert Doyesz en Aet Geertsdr, el., wonende in de Kuikhorne, verklaren ƒ 75 schuldig te zijn aan Wybe IJesz aldaar; onderpand: huis en eigen landen, tegenwoordig door ons zelf gebruikt". Op 22 mei 1646 was hij een hypotheek aangegaan ter hoogte van 100 gulden met als geldverstrekker Rinse Hayes uit Leeuwarden. Op 8 mei 1650 gaat hij weer een lening aan, nu ter grootte van 125 gulden tegen 6% rente. Allert Doeyes is 1653 overleden.

Deserteur

Terug naar Sijtze Geerts. Hij is geboren in 1709 en overleden in 1760. Sijtze en Martje leefden gescheiden. Zij woonde in Eernewoude. Sijtze was een zoon van Geert Sijtzes (Een andere bron noemt echter Geert Andries). Sijtze leidde een slordig leven en maakte zich schuldig aan diefstal al of niet door middel van braak. Sijtze was soldaat geweest, maar was uit het leger gedeserteerd en weggelopen. Het is lastig te achterhalen in welk onderdeel hij zat, maar het zal in het Staatse leger zijn geweest. Er komt echter geen Sijtze Geerts voor in de archieven. Hij woonde al een tijd samen met Grietje Lieuwes en woonde in de Folgeren. 

Sijtze was een beetje een boefje en op een kwade dag liep hij tegen de lamp en kwam hij voor het gerecht, het hof van Friesland. De aanklager had diverse diefstallen verzameld, waarvoor Sijtze als dader werd aangemerkt. Op de jaarmarkt van Norg had hij enige jaren daarvoor van een nieuwe wagen van Harryt Ypes uit Oudega twee wielen afgenomen en aan zijn eigen kar gezet. De wielen van zijn oude kar had hij aan de wagen van Harryt gezet. Die had het door en sprak Sijtze er over aan. Onder bedreiging van aangifte bij de schout gaf Sijtze toe dat hij het had gedaan en wisselde de wielen weer om. Hij beloofde Harryt een pond tabak als hij zich stil hield en het niet rapporteerde aan de schout. Verder zou hij een partij schaatsen hebben gestolen te Smalle Ee van Jan Andries en Gerben Ubles. Tenslotte had de aanklager nog een forse inbraak voor hem in petto, gepleegd tussen 9 en 12 september 1745 ten huize van Wybe Tjeerds, wonende aan de Kletten onder Opeinde. Bij Wybe was een houten luik voor het raam verwijderd en een ruit uit de sponning gehaald. Binnen in huis was een kist opengebroken en werden diverse goederen ontvreemd. 

Gestolen werden onder meer: 

Een aantal hemden voorzien van zilveren knoopjes, een bijbel met zilveren haken waarop de letter WW stonden, een mes met zilverbeslag met daarop de naam Jochum Abeles  en enige kledingstukken. Vermeld werd dat de hemden gemaakt waren van "gingang" (gekleurd katoenen weefsel met streepjes).  Sytze zou volgens de aanklager en bevestigd door getuigen kledingstukken te koop hebben aangeboden in Lippenhuizen. Verder had zijn broer Jan zilveren knoopjes te koop aangeboden. De aanklager meende dat hij sterk stond en over voldoende aanwijzingen beschikte om tot een veroordeling van Sijtze te komen. Syze werd behandeld als een echte misdadiger en aan handen en voeten in de boeien geslagen. De verdediger maakte een stevig geformuleerde remonstrantie voor Sytze hier en daar doorspekt met Latijnse citaten. 

De verdediger had wat moeite met de logica van de aanklager. Wybe Tjeerds, oud 40 jaar, arbeider, woonde en werkte bij de weduwe Frouck Bruchts onder Rottevalle. Hij was op 9 september 1745 naar Brucht Cornelis gegaan om te werken en had thuis de deuren en ramen gesloten. Op 11 september was hij thuis gekomen en had gezien dat er een venster was vernield. Hij zag dat een kist was opengebroken en ontdekte de diefstal Hij ging die zondagmorgen naar zijn buurman Wyger Aukes om de diefstal te melden. Wyger verklaarde evenwel dat hij nergens over had gesproken en pas op donderdagmiddag bij hem was geweest met de vraag of hij een gedeelte van het land van Tjalling Arents zou maaien. Wyger was ook niet bij zijn buurman geweest om zelf te zien hoe de inbraak was gepleegd. De verdediger vond het niet zo logisch allemaal. Vervolgens probeert hij alle stellingen van de klager te ontzenuwen en klaagt tevens over de behandeling van zijn cliënt. Een cipier had hem aan voeten en handen geboeid en enige dagen zo in de koude laten zitten! Voor het soort delict waarvoor Sytze vast zat was dat een te zware maatregel. 

Hoe de zaak verder bij het Hof is behandeld is verwarrend, want op 22 mei 1753 werd het dossier opgelegd in de kanselarij en er is geen arrest gevonden betreffende Sytze Geerts. 

In het dossier werd een stukje stof aangetroffen dat identiek was aan de stof van het hemd van Sytze Geerts. 


Afbeelding 1 Gedeelte van een pagina uit het dossier met daarop geplakt een stukje hemdstof. 

De aanklager had alle registers open getrokken om Sytse veroordeeld te krijgen, wat onder andere blijkt uit de vele getuigen die waren opgeroepen, voornamelijk afkomstig uit De Folgeren:

Sjoukje Jelles, 29 jaar, vrouw van Watze Hanses  Grietje Lieuwes, 31 jaar, woonde samen met Sytze Geerts Grietje Jelles, 46 jaar, vrouw van Meindert Eelkes Nutte Andries, 46 jaar, woonde onder Rottevalle, man van Lijsbet Andries 46 jaar Jan Oebles, 32 jaar, arbeider. Grietje Jans, vrouw van Gerrit Sakes Fedde Cornelis, 55 jaar, veentier, Noorderdrachten Jochum Oebles, arbeider, 50 jaar, Noorderdrachten Engel Daniels, 60 jaar, Grietje Errits, 68 jaar, ontving bijstand. Ekes Griet, vrouw van Eke Hayes Antie Arents, 40 laar, vrouw van Jeen Bruchts Grietje Roels, vrijgezel, had zuster Antie Roels Tnjntje Johannes, 37 jaar, vrouw van Melle Jacobs, wonende Lippenhuizen. Arent lans, 44 jaar Libbe Gerbens, 39 jaar Fedde Cornelis, arbeider, 55 jaar Jelle Sijbrens, man van Aukje Molles Joukje Goitses, 30 jaar vrouw van Gauke Jans Inia Geerts, 40 jaar, vrouw van Wyger Hinkes, wonende De Kletten Wybe Tjeerds, 40 jaar, arbeider, woonde aan de Kletten Wieger Aukes, woonde aan de Kletten Lense Lefferts, bijker, 60 jaar. Jacob Eebles, 46 jaar, veenbaas Harryt Ypes, 40 jaar, huisman te Oudega man van Antie Jans 

Maar kennelijk is het toch met een sisser afgelopen voor Sytse.    



Afbeelding 2 Noorderdrachten rond 1700

Noorder Drachten was een dorp ten noordoosten van het huidige riviertje de Drait en net ten zuiden van de toen nog bestaande Noorder Drait. Na de aanleg van de Drachtster Compagnonsvaart in 1641 groeide het dorp met Zuider Drachten uit tot Drachten, maar bleef tot het begin van de 19e eeuw een bestuurlijke eenheid.

Officiële straatnamen kende men niet. Huizen en winkels werden aangeduid met nummers. Tot omstreeks 1840 werd gesproken van Noorder- en Zuiderdrachten. Dat veranderde toen in 1856 de woningen werden ingedeeld in wijken met letter en nummer. Pas toen was er sprake van 'Dragten', een schrijfwijze die later weer is veranderd in Drachten. Op de kaart van Schotanus uit 1718 is het een dorp van ongeveer 25 boeren dat aan de Oudeweg en de weg naar Folgeren ligt. Aan weerszijden van die weg ligt landbouwgrond. De meeste mensen wonen dan echter al aan de Noorder Dwarsvaart. Ten zuiden, aan de Drachtstervaart, staat ook een school aangegeven.

Geert en Janke hadden samen drie zoons, een zoon genaamd Claas, gedoopt op 4 januari 1750 in Drachten en een zoon genaamd Oene, gedoopt op 13 juni 1751. Oene is op 28 april 1771 getrouwd met Grietje Hendriks. Oene is op 23 maart 1801 overleden. De derde zoon heette Marten Geerts Schriemer (no 72). Marten is in 1754 geboren.

Doopsgezind

Geert is op 17 juli 1789 overleden (volgens een andere bron op 23 juli 1789). Op 23 januari 1766 is hij gedoopt op belijdenis. 


Afbeelding 3 Passage uit het Lidmatenregister Doopsgezinde Gemeente Rottevalle en Het Witveen

Hij was doopsgezind en zal dus geen militaire taken hebben vervuld. Janke is overleden op 9 juni 1794. Zij was ook doopsgezind en is gedoopt op 25 januari 1771. 

In de zeventiende eeuw werden de venen tussen Rottevalle en Ureterp ontgonnen. In 1642 laten Hollandse Compagnons een nieuwe vaart graven, tussen de oude boerendorpjes Noorder- en Zuider- Dragten.  De doopsgezinden vergaderen sinds 1661 op verschillende plekken in boerenschuren tussen Ureterp en ‘de Dragten’, onder verschillende namen, en in verschillende fracties. 

Uiteindelijk bouwen ze in 1790 een nieuw vergaderhuis nu bekend staat als ‘Doopsgezinde Vermaning Zuiderbuurt 26-28‘. eerst als schuilkerk, verborgen op het achtererf van een broeder leerlooier. Binnen twintig jaar komt formeel de vrijheid van godsdienst, en volgt grotere deelname van de doopsgezinden aan het maatschappelijk verkeer. Rond Drachten en Ureterp woonden in de 18e eeuw een redelijk aantal doopsgezinde families. Omdat men pas op volwassen leeftijd overging tot de doop is het vaak moeilijk om een de samenstelling van een gezin te reconstrueren met behulp van alleen doopdata.

Marten Geerts Schriemer is overleden op 30 april 1827 in Rottevalle op 73-jarige leeftijd en was getrouwd met Antje Hendriks de Roos op 24 september 1780 in Drachten. Marten Geerts noemde zichzelf ook wel Marten Geerts Fenema.


Afbeelding 4 Pagina uit het overlijdensregister met vermelding van overlijden Marten Geerts Schriemer

Antje is geboren in 1753 in Drachten en ze overleed op 89-jarige leeftijd in Drachten. Zij was doopsgezind. Marten Geerts heeft in 1811 de naam Schriemer aangenomen. Marten woonde toen in Noordrachten, locatie nr. 255.



Afbeelding 5 Naam aanneming in 1811

Marten en Antje hadden ook weer drie zoons: Geert Martens (Fenema/Venema), geboren in 1781. Hij zat als vrijwilliger in dienst toen hij 30 jaar was. Hij zal niet doopsgezind zijn geweest. Hij was getrouwd met Korneliske Frederiks Ruardi uit Workum. Hij overleed in Workum op 2 november 1826. Hij was pas 44 jaar oud. In 1811 nam hij de naam Venema aan. En tenslotte Hendrik Martens, geboren op 29 oktober 1829. Hij was achtereenvolgens arbeider, koopman, agent levensverzekering en is overleden op 14 september 1919. 

En als derde zoon Oene Martens Schriemer (no 36). Oene is geboren op 14 april 1850 in Dragten.  Oene Martens was arbeider en was getrouwd met Baukjen Lourens Vellinga. Hij was Nederlands Hervormd, dus niet meer Dopers. Met haar had hij 6 kinderen, waaronder Meine Oenes Schriemer (no 18). Meine was ook weer de derde zoon. Meine was schoenmaker en getrouwd met Wietske Wietzes Klaver.


Afbeelding 6 Meine Oenes Schriemer en Wietske Klaver

Oene Martens is op 10 april 1861 op 62-jarige leeftijd overleden. Hij was eerder getrouwd met Teetske Jakobs Hoppinga. Met haar had hij twee kinderen.

Meine Oenes had een dochter genaamd Jitske Schriemer (9). Jitske is op 14 juli 1866 in Drachten geboren en op 6 mei 1956 overleden.


Afbeelding 7 Jitske Schriemer

Jitske is getrouwd met Pieter Gerbenzon (8). Jitske is op 14 juli 1866 geboren en overleed op 6 mei 1956 op 89-jarige leeftijd. Toen ze met Pieter trouwde was ze dienstbode. 


Afbeelding 8 Jitske Schriemer en Pieter Gerbenzon

Noten en literatuur:

- Trouwregister Hervormde gemeente Drachten, archiefnummer 28, Collectie doop-, trouw-, lidmaten- begraafboeken - Tresoar, inventarisnummer 0624

- Doopboek Herv. gem. Drachten, archiefnummer 28, Collectie doop-, trouw-, lidmaten- begraafboeken - Tresoar, inventarisnummer 0622 Gemeente: Smallingerland Periode: 1674-1782

Doopboek Herv. gem. Drachten, archiefnummer 28, Collectie doop-, trouw-, lidmaten- begraafboeken - Tresoar, inventarisnummer 0622 Gemeente: Smallingerland Periode: 1674-1782

Lidmatenregister Doopsgezinde Gemeente Rottevalle en Het Witveen, archiefnummer 28, Collectie doop-, trouw-, lidmaten- begraafboeken - Tresoar, inventarisnummer 633 Gemeente: Smallingerland Periode: 1737-1850

https://www.hvnf.nl/genealogie/familygroup.php?familyID=F199324&tree=SET

- Naamsaanneming 1811Soort registratie: Inschrijving naamsaanneming 1811Datum: 1811Plaats: Drachten Bijzonderheden: Kind(eren): Geert 30, in dienst, Hendrik 28, afwezig, Oene 13 Kleinkind(eren): (v. Geert) Marten 7, Trijntje 4 maanden, beiden te Workum vgl. Duursma J.V.  Ingeschreven Marten Geerts Schriemer wonende te Noorderdrachten Diversen: nr. 225 (Noorder- en Zuider) Drachten, archiefnummer 29, Register van familienamen - Tresoar, inventarisnummer 0013 Periode: 1811-1825

Overlijdensregister 1859-1862, archiefnummer 30-33, Burgerlijke Stand Smallingerland - Tresoar, inventarisnummer 3013, aktenummer 59 Gemeente: Smallingerland Periode: 1861

Schoterland, Sloten, Smallingerland, Sneek, Stavoren, archiefnummer 5, Gewestelijke bestuursinstellingen van Friesland 1580-1795 - Tresoar, inventarisnummer 6482, blad 58 Periode: 1749

- Lidmatenregister Doopsgezinde Gemeente Rottevalle en Het Witveen, archiefnummer 28, Collectie doop-, trouw-, lidmaten- begraafboeken - Tresoar, inventarisnummer 633 Gemeente: Smallingerland Periode: 1737-1850 Religie: D.G.

AlleFriezen te Leeuwarden, BS Overlijden Ambtenaar van de Burgerlijke Stand in Leeuwarden - Historisch Centrum Leeuwarden, Br..., Leeuwarden, archief 1007, inventaris­num­mer 772, 7 mei 1956, Overlijdensregister 1956 II, aktenummer 179

- https://doopsgezinden.nl/over-ons/#:~:text=Doopsgezinden%20zijn%20in%20de%20kern,van%20mensen%20overal%20op%20aarde.

AlleFriezen te Leeuwarden, Bevolkingsregister Bron: Bevolkingsregister, Deel: 2336, Periode: 1850-1860, Leeuwarderadeel, archief 2106, inventaris­num­mer 2336, Dienstboden en landarbeiders Hijum, Jelsum en Stiens

AlleFriezen te Leeuwarden, Militairen 1795-1815 Friese militairen in leger en marine 1795-1815 - Tresoar, Deel: NN_01, Periode: 1795..., Onbekend, archief 1819, inventaris­num­mer NN_01, 1815, Friese militairen onder Napoleon

Tietjerksteradeel e.o., archiefnummer 1730, Bevolking Tietjerksteradeel, verzameling Nieuwland - Tresoar, inventarisnummer 1 Gemeente: Tietjerksteradeel Periode: 1600-1850

Memories kantoor Gorredijk, archiefnummer 42, Memories van successie - Tresoar, inventarisnummer 5011, aktenummer 658 Gemeente: Opsterland Periode: 1826-1827 (Noorder- en Zuider) Drachten, archiefnummer 29, Register van familienamen - Tresoar, inventarisnummer 0013 Periode: 1811-1825

Minuut-akten 1820, archiefnummer 26, Notarieel archief - Tresoar, inventarisnummer 032020, aktenummer 01756 Gemeente: Smallingerland Periode: 1820

Workum, archiefnummer 29, Register van familienamen - Tresoar, inventarisnummer 0073 Periode: 1811-1825

- Smallingerland in de vroegere jaren, INWONERS VAN SMALLINGERLAND  in de vroege jaren. SLECHT EN RECHT . Verslag van zaken dienende voor het Hof van Friesland en de Rechtbank van Heerenveen Dossier 2516 Sententies van het Hof van Friesland, p. 62, 63.

AlleFriezen te Leeuwarden, DTB Dopen Collectie doop-, trouw-, lidmaten- begraafboeken - Tresoar, Deel: 0703, Periode: 167..., Tietjerksteradeel, archief 28, inventaris­num­mer 0703, 24 januari 1706, Doopboek Herv. gem. Bergum

AlleFriezen te Leeuwarden, DTB Begraven. Hervormde gemeente Bergum - Tresoar, Deel: 12, Periode: 1725-1740, Tietjerksteradeel, archief 244-07, inventaris­num­mer 12, 17 januari 1735, Diaconierekeningboek Bergum

AlleFriezen te Leeuwarden, Tietjerksteradeel bevolking Bevolking Tietjerksteradeel, verzameling Nieuwland - Tresoar, Deel: 1, Periode: 1600..., Tietjerksteradeel, archief 1730, inventaris­num­mer 1, Tietjerksteradeel e.o.

AlleFriezen te Leeuwarden, Tietjerksteradeel bevolking Bevolking Tietjerksteradeel, verzameling Nieuwland - Tresoar, Deel: 1, Periode: 1600..., Tietjerksteradeel, archief 1730, inventaris­num­mer 1, Tietjerksteradeel e.o.

Hypotheekboek, archiefnummer 13-38, Nedergerecht Tietjerksteradeel - Tresoar, inventarisnummer 0091, blad 190v Gemeente: Tietjerksteradeel Periode: 1642-1649"

Hypotheekboek, archiefnummer 13-38, Nedergerecht Tietjerksteradeel - Tresoar, inventarisnummer 0090, blad 256v Gemeente: Tietjerksteradeel Periode: 1635-1642

Tietjerksteradeel e.o., archiefnummer 1730, Bevolking Tietjerksteradeel, verzameling Nieuwland - Tresoar, inventarisnummer 1 Gemeente: Tietjerksteradeel Periode: 1600-1850

AlleFriezen te Leeuwarden, DTB Dopen Collectie doop-, trouw-, lidmaten- begraafboeken - Tresoar, Deel: 0703, Periode: 167..., Tietjerksteradeel, archief 28, inventaris­num­mer 0703, 24 januari 1706, Doopboek Herv. gem. Bergum

Trouwregister Hervormde gemeente Aalsum Wetsens, archiefnummer 28, Collectie doop-, trouw-, lidmaten- begraafboeken - Tresoar, inventarisnummer 0528 Gemeente: Oostdongeradeel Periode: 1680-1811

Doopboek Herv. gem. Leeuwarden, archiefnummer 28, Collectie doop-, trouw-, lidmaten- begraafboeken - Tresoar, inventarisnummer 0935 Gemeente: Leeuwarden Periode: 1690-1698

Lidmatenregister Herv. Gemeente Bergum, archiefnummer 28, Collectie doop-, trouw-, lidmaten- begraafboeken - Tresoar, inventarisnummer 705 Gemeente: Tietjerksteradeel Periode: 1679-1850


zondag 25 oktober 2020

In dienst van Stad en Staat: Pieter Gerbenzon



In dienst van Stad en Staat: Pieter Gerbenzon (No 8)

Dit artikel is het zesde uit een serie over burgers die zich inzetten voor militaire taken en gaat over de dienstplicht, schutterijen en het reguliere leger. De discussie over de dienstplicht is nu weliswaar minder, maar nooit helemaal weg geweest en gezien het personeelstekort in het leger ook nu actueel. Het is nuttig om dit fenomeen in historisch perspectief te plaatsen. Sommigen hebben de dienstplicht ondergaan maar er zijn ook mensen vrijwillig het leger ingegaan, waarbij "het leger" een rekbaar begrip is. Ook milities, schutterijen en andere paramilitaire organisaties komen aan de orde. Met de beschrijving van de lotgevallen van deze mannen zie je tegelijkertijd een verschuiving van de loyaliteit jegens de stad naar loyaliteit jegens de staat.

De meubelmaker

Dit zesde artikel gaat over Pieter Gerbenzon, kleinzoon van Gerben Gerbenzon, (de grenadier) en geboren op 23 februari 1864. Hij is overleden op 11 juli 1934 en was van beroep meubelmaker. 

Met de invoering van de dienstplicht werd iedere mannelijke inwoner van achttien jaar (later verhoogd naar negentien en twintig jaar) dienstplichtig voor de Nationale Militie. Ze meldden zich bij de gemeente waar ze woonden en werden geregistreerd in de militieregisters. Elke gemeente moest jaarlijks een aantal dienstplichtigen leveren. De gemeente lootte uit de dienstplichten degenen die daadwerkelijk in dienst moesten. Dat gebeurde op nummervolgorde. Wie het laagste nummer geloot had was eerst aan de beurt. Daarna volgden de hogere nummers, tot het gewenste aantal bereikt was. De loting onder de dienstplichtigen werd bijgehouden in de lotingsregisters. De militieregisters bevatten allerlei gegevens: naam van de dienstplichtige, geboortedatum, geboorteplaats, beroep, namen van de ouders, signalement, reden voor vrijstelling of afkeuring, datum van inlijving en regiment waarbij ingelijfd. Wie ingeloot was kon zijn nummer ruilen met iemand die een hoger nummer had op de lijst en daarmee vrijgesteld was. Dit heet nummerverwisseling. Iemand die ingeloot was kon zich ook laten vervangen door een remplaçant, een plaatsvervanger van buiten de lijst. Wie de werkelijke dienst ontliep door gebruik te maken van een nummer verwisselaar of remplaçant betaalde zijn plaatsvervanger hier voor. De mogelijkheid van plaatsvervanging werd afgeschaft in 1898. De loting bleef bestaan tot 1938. Iedere dienstplichtige werd daarna opgeroepen voor militaire dienst.

In 1901 werd een nieuw Militiewet aangenomen. De eerste oefening was op het twintigste levensjaar en duurde acht en halve maand. Ze bleven dan acht jaar militie plichtig en gingen daarna over naar de Landweer tot hun 35e jaar. Deze Landweer verving de Schutterijen. Daarnaast werd in 1913 nog de Landstorm opgericht. Daarin stroomden alle oud-landweersoldaten en de vrijgestelde en uitgelote mannen. Zo werd een grote reserve van (ongeoefende) militairen verkregen.

Volgens het militieregister was Pieter 1 meter 70 lang, had hij een ovaal aangezicht en blauwe ogen en een normale neus en kin, blond haar en blonde wenkbrauwen, geen merktekenen. 



Afbeelding 1 Gegevens van Pieter Gerbenzon in het militieregister

Pieter werd vrijgesteld omdat hij enige wettige zoon was van Johannes Elsertus Gerbenzon en Elisabeth Amiabel. 


Afbeelding 2 Bewijs van vrijstelling van de Nationale Militie wegens enige wettige zoon

De keuringsdatum was 11 maart 1884. Toch is hij in schutterlijke dienst geweest, dit blijkt uit de brief van de gemeente Leeuwarden van 19 augustus 1898, “op grond van 34jarigen ouderdom en 5jarige dienst bij de reserve”.  Op 31 juli 1907 werd de schutterij overigens afgeschaft en werd het, door Koning Willem III bij zijn bezoek in 1852 geschonken vaandel, door de toenmalige kommandant kolonel G.J. Sas overgedragen aan het Stadsbestuur, teneinde te worden geplaatst in het Stadhuis. 


Afbeelding 3 Ontslag uit schutterlijke dienst

In juli 1896 was Pieter al meubelmaker in de Weerklank. Hij maakte toen beschilderde panelen voor kleinmeubelen. Op 15 juni 1897 was hij ondertekenaar tot steun van graanhandelaar C.V. Gerritsen van de Radicale Bond (Liberalen). Gerrritsen was de man van Aletta Jacobs. De aanhang van de Bond bestond uit intellectuelen, middenstanders en geschoolde arbeiders. De Radicale Bond ging later op in de Vrijzinnig-Democratische Bond. Of hij zich verder nog met politiek heeft ingelaten is onbekend. Hij was wel steeds bestuurlijk actief. Op 24 oktober 1907 werd hij bijvoorbeeld tot commissaris van het onderlinge zieken- en begrafenisfonds "Regt door Zee" gekozen, in 1918 was hij betrokken bij de oprichting van een afdeling van de Nederlandsche Bond van Meubelmakers en Behangers-patroonvereenigingen en op 1 januari 1923 werd hij benoemd door de Gedeputeerde Staten van Friesland tot plaatsvervangend lid namens de werkgevers in de raad van beroep voor de ongevallenwet. Verder was hij was bestuurslid van de zangvereniging "Tavenu"



Afbeelding 4 Het bestuur van "Tavenu" Pieter Gerbenzon zit op de voorste rij in het midden



Afbeelding 5 Zangvereniging Tavenu, met meerdere leden van de familie Gerbenzon, achterste rij zesde van links dhr. Gerbenzon. In 1939 zaten drie leden van de familie Gerbenzon bij de zangvereniging

Op 10 maart 1900 was hij voor de gezellenproef voor meubelmaker geslaagd.


Afbeelding 6 Mededeling in het Maandblad gewijd aan de belangen van het teekenonderwijs en de kunst 1900-4

In 1901 vestigde hij zich als meubelmaker in de Gloppe no 6 en later in het pand Weerd 17 in Leeuwarden. Hij had de zaak van zijn baas overgenomen van A. Brantsma.


Afbeelding 7 Mededeling overname van de meubelzaak van A. Brantsma in januari 1901

Het pand in de Gloppe had Pieter tot 1 november 1906 in gebruik.


Afbeelding 8 Eerste pagina Koopakte Gloppe in 1904    


Afbeelding 9 Tweede pagina Koopakte Gloppe in 1904


                                        

Afbeelding 10 Mededeling in de Leeuwarder courant in 1906

In maart 1907 kreeg Pieter de opdracht van architect Frowein voor de betimmering van de lambrisering van de voogdenkamers in Heringastate te Marsum, beter bekend als het Poptaslot.



Afbeelding 11 Foto van de betimmering in het Poptaslot

Tevens exposeerde hij in november 1907 koperwerk van J. Sluyter uit Haarlem in zijn winkel.


Afbeelding 12 Advertentie voor koperwerk expositie "Frisia"

In 1908 adverteerde hij met meubels die waren voorzien van snijwerk van Neeltje Lettinga, waar hij regelmatig mee samenwerkte.


Afbeelding 13 Advertentie in Leeuwarder Courant van 18 maart 1908

Op 8 juni 1908 kreeg hij een tweede prijs voor beeldhouwkunst en snijwerk.

Afbeelding 14 Vermelding in de Leeuwarder Coourant van 8 juni 1908

Op 22 augustus 1908 deed hij mee met de tentoonstelling "Voorheen en Thans" met geschilderd gebeitst paneelwerk. Op 15 februari 1909 deed Pieter mee met een wedstrijd die georganiseerd was door de vereniging "Nijverheid". Verder deed hij mee met een internationale tentoonstelling van volkskunst in Berlijn op 20 januari 1909 in het grote warenhuis van Wertheim in de Leipziger Strasse. 

Op de wereldtentoonstelling van 1910 te Brussel won hij een gouden medaille voor zijn vakmanschap als meubelmaker met Hindelooper meubelen en gebruiksvoorwerpen in miniatuur. Dit was best een prestatie, want ook de Nationale pers besteedde er aandacht aan: de Telegraaf van 22 oktober 1910, de Nieuwe Courant, de Maasbode, het Algemeen Handelsblad, de NRC en het Nieuws van de dag en de Tijd hebben er aandacht aan besteed. Zelfs de Nederlandsche Staatscourant vermelde het in een bijlage op 12 juni 1911. Beetje jammer dat ze zijn naam fout hadden gespeld daar in Brussel. Maar kennelijk zat Pieter daar niet zo mee, want ook in het telefoonboek stond het gedurende de periode 1922 tot 1950 fout: Fa. P. Gerberzon & Zn. In 1933 werd het telefoonnummer overigens gewijzigd van 1465 in 5553. 


Afbeelding 15 Vermelding in de Telegraaf van 22 oktober 1910


Afbeelding 16 De gouden Medaille van de Wereldtentoonstelling en enige andere medailles


Afbeelding 17 Aankoopakte betreffende Weerd 17 20 juni 1906


Afbeelding 18 Aankoop van Weerd 17 en Sint Anthonystraat, Leeuwarder Courant 6 juli 1906


Afbeelding 19 Koopakte Weerd 15 van 27 december 1911

In 1911 kocht hij Weerd 15, een winkelpand voor het bedrag van 5.111 gulden. Hij financierde dit door middel van een lening ter grootte van 1.500 gulden te sluiten bij de later bekende verzamelaar Notaris Nanne Ottema. Het eerder aangekochte pand Weerd 17 diende als onderpand. Het vormde de basis voor een lange vriendschap met Ottema. 




Afbeelding 20 Weerd 17 in Leeuwarden, begin twintigste eeuw


Afbeelding 21 Pagina 1 van een notariële akte waarin Nanne Ottema op het pand Weerd 17 een recht van hypotheek krijgt 


Afbeelding 22 Pagina 2 van de akte waarin P. Gerbenzon geld leent van Nanne Ottema


Afbeelding 23 Weerd 15 aangekocht in eind 1911

In de naastgelegen Bagijnestraat wordt een magazijn gebouwd. Zie de advertentie voor de aanbesteding.


Afbeelding 24 Advertentie voor de aanbesteding voor het bouwen van een magazijn en werkplaats

De architect was de heer Goud. 



Afbeelding 25 Uitslag van de aanbesteding 

De bouwtekeningen zijn bewaard gebleven. De uiteindelijke uitvoering is toch iets anders geworden. Duidelijk komt bij de deur een accent van Jugendstill in de bouwtekening naar voren.


Afbeelding 26 Bouwtekening magazijn Bagijnestraat



Afbeelding 27 Situatieschets uit 1910

Over de architect, de heer Goud, is helaas weinig bekend. Er is wel een aannemer C. Goud in Leeuwarden bekend, maar het is onwaarschijnlijk dat hij de architect was. De eerste steen werd gelegd door zijn jongste zoon, Meine Gerbenzon. Meine was de helft van een tweeling die geboren werd op 30 juli 1894. De andere helft was een meisje, Elizabeth. Daarnaast was er nog een tweede zoon, Johannes Elzertus geheten, geboren op 27 februari 1892. Beide zonen werden meubelmaker en gingen in de zaak werken. Daarnaast werden er werknemers in dienst genomen en werd een andere organisatiestructuur noodzakelijk. Een van de werknemers was Tjibbe Van der Meulen. Hij heeft zes jaar bij de Firma P. Gerbenzon & Zonen gewerkt. Op 8 mei 1919 koopt Pieter het pand Bagijnestraat 67. De prijs was 3.569 gulden. Dit pand werd later te huur aangeboden.


Afbeelding 28 Aankoop Bagijnestraat 67


Afbeelding 29 Bagijnestraat 67 te huur

Op 20 januari 1920 wordt de eenmanszaak omgezet in een vennootschap onder firmanaam. 


Afbeelding 30 Laatste pagina van de oprichtingsakte met de handtekeningen van P. Gerbenzon, J.E. Gerbenzon en M. Gerbenzon gedateerd 20 januari 1920


Afbeelding 31 Bekendmaking van de oprichting van de Firma P. Gerbenzon & Zonen in de Leeuwarder Courant van van 22 januari 1920

In 1912 was er een tekening voor de verbouwing van de gevel gemaakt, de uiteindelijke gevel kwam er echter anders uit te zien.


Afbeelding 32 Ontwerptekening van verbouwing van de gevel

Op 7 november 1912 nam Pieter een complete inboedel over voor een bedrag van 128 gulden. Op 10 november 1914 kocht hij nogmaals een complete inboedel, nu voor een bedrag van 430 gulden. 

Vereeniging voor Friesche Kunstnijverheid en Volkskunst

Pieter bleef actief zijn ambacht promoten. Hij was lid van de Vereeniging tot bevordering van Friesche Kunstnijverheid en Volkskunst. Vanuit die vereniging deed hij mee aan de tentoonstellingen in Brussel en Berlijn zo staat in het Sneeker Nieuwsblad van 21 mei 1910.


Afbeelding 33 Artikel in het Sneeker Nieuwsblad van 21 mei 1910

Op 4 augustus 1910 stond met Hindeloper kunst in het museum van Zutphen, op 19 mei 1911 deed hij mee met een tentoonstelling van Huisvlijt met Hindelooper meubelen, mangelplanken en ander houtsnijwerk. Ook in mei 1911 deed hij mee met een tentoonstelling van Huisvlijt in de Harmonie in Leeuwarden. Op 25 april 1912 verzorgde hij als depothouder van de vereeniging voor Friesche Kunstnijverheid en Volkskunst de verpakking en de verzending voor een tentoonstelling getiteld "Ideal House" in de hoofdzaal van Olympia in Londen, Engeland. Hij was net als  onder andere Neeltje Lettinga en A. Roosje uit Hindelopen lid van deze oranisatie, afkort tot L.V.B.F.K. In de maand augustus van het jaar 1913 deed hij mee met een tentoonstelling van Friese kunstnijverheid in de Harmonie in Leeuwarden. Op 18 maart van dat jaar had hij al meegedaan met een tentoonstelling getiteld "De Vrouw 1813-1913". Ook op 15 juni 1918 deed hij met Hindelooper meubelen mee met een driedaagse tentoonstelling dit keer georganiseerd door het vrouwenblad "Voorwaarts" in het beursgebouw in Leeuwarden.

Op 12 mei 1917 stond hij borg voor een lening die Hendrik Leonard Stegeman en Anna Margaretha de Haan aangingen.  

Op 19 september 1918 richtte hij met enkele anderen een afdeling van de "Nederlandsche Bond van Meubelmakers en Behangerspatroonvereenigingen" op. Hij was penningmeester.


Afbeelding 34 Oprichting van afdeling van den Nederlandschen Bond van Meubelmakers en Behangersvereenigingen

In 1919 werd hij tot lid van de kascommissie van de afdeling Leeuwarden van de vereniging “Nederlandsch Fabrikaat” gekozen. De afdeling had destijds 216 leden. Hij verkocht toen ook al antiek. In 1919 is onder zijn leiding een tegelkamer uit een huis in Workum uitgebroken en overgebracht naar het Fries museum, zodat het voor het nageslacht behouden bleef. Tevens schonk hij regelmatig stukken aan datzelfde Fries museum. De bekende notaris Nanne Ottema was zoals hierboven al aangegeven een goede vriend. Die vriendschap wordt enigszins in twijfel getrokken in het boek Verzameldrift, Biografie van Nanne Ottema (1874-1955). van Antoon Ott. Pieter Gerbenzon verzorgde de verzending van vazen die Ottema bij het museum van Anne Tjibbes van der Meulen in Burgum kocht en bemiddelde bij de aankoop van de Aziatische kunstnijverheid. Daar aasde Pieter zelf  eigenlijk ook op, maar in dit geval was de notaris hem te snel af en wist de collectie over te nemen. Pieter Gerbenzon voelde zich gepasseerd, althans volgens Ott, maar aangezien Ottema een goede klant van hem was bleef de relatie verder goed. Ottema was nu eenmaal een fanatieke verzamelaar en was bereid om daar veel voor te doen. Soms op het randje. Op een ander moment deden Gerbenzon en Ottema weer samen zaken, zo kochten ze samen bij de Hoornse antiquair H. de Vos in een keer 5.000 tegels. Dat de ouders van Ottema vlak bij Pieter Gerbenzon in de Weerd, namelijk op nummer 7, woonden zal ook een rol hebben gespeeld.


Afbeelding 35 Advertentie in de Leeuwarder Courant van 26 februari 1921

Op 27 december 1921 schreef Pieter in voor een aanbesteding van de eikenhouten binnenbetimmering in de hervormde kerk te Oudega. Hij dacht het voor 14.695 gulden te kunnen doen, maar de heer Praamsma uit Joure was met 8.642 gulden veel goedkoper. Toch was Pieter niet eens het duurst, hoe er zoveel verschil kon zijn is niet duidelijk, het materiaal was eikenhout, maar wellicht dat het te maken had met het arbeidsloon dat bij een meubelfabriek wellicht hoger was dan bij een timmerman.



Afbeelding 36 Advertentie in de Leeuwarder Courant van 18 maart 1924



Afbeelding 37 Vermelding beeidiging als taxateur roerende goederen, Leeuwarder Courant 7 augustus 1923

Op 7 augustus 1923 werd Pieter beëdigd als makelaar en taxateur roerende goederen. In datzelfde jaar werd hij benoemd als plaatsvervangend lid-werkgever in de raad van beroep van de ongevallen-verzekering.


Afbeelding 38 Artikel in het Bolswarder Nieuwsblad van 10 januari 1923

In  juli 1924 had hij een huis aan de Spanjaardslaan gekocht, nummer 82. Dit pand bleef in het bezit van de familie Gerbenzon tot 1965.

Afbeelding 39 P. Gerbenzon en zijn vrouw Jitske Schriemer en hun dochter Elisabeth voor het huis aan de Spanjaardslaan nummer 82 in Leeuwarden, rond 1930


Afbeelding 40 Pieter Gerbenzon als jonge man

De Firma P. Gerbenzon & zonen adverteerde vrij veel en had bijvoorbeeld het alleenrecht op de verkoop van Hindelooper kunst van A. Roosje. 


Afbeelding 41 Advertentie in de Leeuwader Courant van 10 december 1920

Dat de macht van reclame groot is bleek wel uit een passage in het tijdschrift "Ons Nederland; officieel orgaan en uitgave van de Algemeene Nederlandsche Vereeniging voor Vreemdelingenverkeer" uit 1925 waar in te lezen valt dat een advertentie in "De Prins" had geleid tot een verzoek voor een prijsopgave van Hindelooper meubelen vanuit Chicago.


Afbeelding 42 Advertentie in de Leeuwarder Courant van 16 februari 1926



Afbeelding 43 Advertentie in de Standaard van 8 april 1926

Ze verkochten op gegeven moment ook gordijnstoffen.


Afbeelding 44 Advertentie in de Leeuwarder Courant van 24 augustus 1928


In augustus 1927 was er in het Fries museum een tentoonstelling van wel 4.000 verschillende zilveren en gouden voorwerpen. De vitrines waren gemaakt door de firma P. Gerbenzon & Zonen. In datzelfde jaar, te weten op 6 september leverde de firma P. Gerbenzon & Zonen de meubelen voor tent voor een landbouwtentoonstelling in Leeuwarden.

Afbeelding 45 Advertentie in de Leeuwarder Courant van 25 maart 1930



Afbeelding 46 Advertentie in Mooi Friesland, 1930

En regelmatig werd om personeel gevraagd dat meestal zelf werd opgeleid. Niet altijd was dat een succes. Zo gaat er het verhaal dat een leerjongen de beitels aan de verkeerde kant sleep omdat het zo mooie vonkjes gaf.


Afbeelding 46 Advertentie in Leeuwarder Courant van 12 maart 1927

De winkel in de Weerd met zijn grote etalageramen was een echte blikvanger. Pieter won regelmatig prijzen met tentoonstellingen en ook met etalage wedstrijden. Zo won hij in 1917 een gouden medaille voor de beste etalage van Friesche kunst tijdens de winkelweek. Beetje jammer dat ze zijn naam weer eens fout schreven: P. Gerbenson, Weerd.



  
          

Afbeelding 47 Artikel in het Leeuwarder Nieuwsblad 1 mei 1926

Met die enorme ramen ging het ook wel eens mis, getuige onderstaand artikel in het Leeuwarder Nieuwsblad van 6 februari 1930, waarin staat dat een theekist door het winkelraam tuimelde. 


En dat was ook niet de eerste keer, dat het mis ging met die grote ramen. Op 24 november 1925 waren werklieden bezig om meubels van een kar af te laden toen een besteller met paard en wagen van de Nederlandse Spoorwegen de kar per ongeluk ramde. De meubelen vielen op straat en door de winkelruit. Deze was ongeveer 4 vierkante meter en was geheel verbrijzeld. De schade was aanzienlijk maar de verzekering dekte gelukkig de schade.

Afbeelding 48 Artikel in het Leeuwarder Nieuwsblad van 6 februari 1930


Afbeelding 49 Foto van de etalage in 1926

Pieter kon goed tekenen en redelijk schilderen. Een aantal schilderijen van hem zijn in omloop. Een klein aantal zijn nog in het bezit van de familie.


Afbeelding 50 Schilderij op paneel voorstellende Spanjaardslaan te Leeuwarden, geschilderd door P. Gerbenzon



Afbeelding 51 Schilderij voorstellende bloemen in een Keulse pot uit 1927, in particulier bezit

Hij signeerde met een P die in de G van Gerbenzon verwerkt was.



Afbeelding 52 Handtekening van P. Gerbenzon


Afbeelding 53 Schilderij voorstellende de Leusdense Heide, gesigneerd PG 1926, in particulier bezit


Afbeelding 54 Schilderij voorstellende de Oldehove in Leeuwarden, gedateerd 1898, gesigneerd P. Gerbenzon, in particulier bezit

Maar eigenlijk was hij meubelmaker en kwam zijn schilderstalent daarin ook van pas.


Afbeelding 55 Jugendstill stoel met rieten mat en beschilderde rugleuning, gemaakt door P. Gerbenzon


Afbeelding 56 Het door P. Gerbenzon getekende ontwerp van de Jugendstill stoel

De stoel wordt in het tijdschrift " Belang en Recht" beschreven: "Hier tegen den wand staat een stoel van niet alledaagsch of ook maar zeer bekend model, met een stevige mat van gewoon stroo. Hij is gemaakt in Gotischen stijl, met beitswerk versierd, en geeft ons te zien wat een stadgenoot, de heer Gerbenson, èn als meubelmaker èn als kunstenaar vermag. Maar de teekening werd hem geleverd door een vrouw, Mej. Bubberman, die daarmee liet kijken, wat haar aantrekt en met lust tot weergeven bezielt. Ik hoop en verwacht dat de heer Gerberson nog meermalen van haar juisten blik zal wenschen te profiteeren."


Afbeelding 57 Schilderij op paneel voorstellende een besneeuwd dorpje, niet gesigneerd, maar geschilderd door P. Gerbenzon, in bezit van J.E. Gerbenzon




Afbeelding 58 Schilderij op paneel voorstellende een molen, gesigneerd rechtsonder P. Gerbenzon, in bezit familie Gerbenzon



Afbeelding 59 Aquarel voorstellende een kudde schapen, van P. Gerbenzon naar Mauve

Op 5 september 1927 deed Pieter mee met een tuinbouw tentoonstelling waarbij hij de meubilering leverde voor een bruidskamer versierd met bloemen en op 12 februari 1929 deed hij mee met "De tentoonstelling van Moderne Woninginrichting" in het beursgebouw in Leeuwarden.

In 1930 was hij lid van het bestuur van de Middelbaar Technisch en Ambachtsonderwijs en natuurlijk als oprichter nog actief bij de meubelfabriek P. Gerbenzon & Zonen, gevestigd in de Weerd in Leeuwarden. In 1931 werd hij herkozen als bestuurslid. In 1914 was hij al als deskundige voor de ambachtsschool voor het meubel maken benoemd.


Afbeelding 60 Het bestuur van de ambachtsschool op 7 juni 1930 Pieter Gerbenzon staat rechts achteraan

De Firma P. Gerbenzon & Zonen leverde bijvoorbeeld het meubilair voor het gebouw van de wijkvereniging de Zaaier begin oktober 1932, Noordersingel 66 in Leeuwarden.

Dat hij zijn mannetje stond mag blijken uit het feit dat hij op 9 juli 1906 de dienstbode bij een brand uit de woning boven een kledingwinkel op de hoek van de Nieuwestad haalde. Dit pand heette toen de “Toren van Babel”.  


Afbeelding 61 Nieuwsbericht in de Leeuwarder Courant van 10 juli 1906


Afbeelding 62 Nieuwsbericht in Nieuwsblad van Friesland: Hepkema's Courant



Afbeelding 63 P. Gerbenzon aan het werk in zijn meubelfabriek (foto Fa. P. Gerbenzon & Zonen)

Op 29 januari 1931 vindt hij dat hij van pensioen wil genieten en treedt hij uit de Firma. Hij blijft nog wel actief als taxateur. 


Afbeelding 64 Aankondiging in Leeuwarder Courant van uittreden van Pieter Gerbenzon uit de Firma.

Het overlijden van Pieter werd in het Leeuwarder Nieuwsblad van 12 juli 1934 gemeld. Daar werd ook vermeld waaraan hij overleed. 


Afbeelding 65 Artikel in het Leeuwarder Nieuwsblad van 12 juli 1934 

In een andere krant er ook aandacht aan besteed. Zo lezen we ook wat over zijn karakter.

Hedenmiddag werd op de Noorderbegraafplaals alhier het stoffelijk overschot van wijlen den heer P Gerbenzon aau den schoot der aarde toevertrouwd in tegenwoordigheid van familieleden, vrienden, afgevaardigden van bestuur en leeraren der Ambachtsschool van wier bestuur de overledene tal van jaren deel uitmaakte en personeel uit Gerbenzon’s werkplaats. Toen de kist in de groeve was neergelaten strooiden allen die het lijk hadden gevolgd eenige bloempjes in het graf. Nadat het graf was toegedekt en een drietal bloemstukken er op was neergelegd trad ds G IL Steyn die in het sterfhuis den lijkdienst had geleid naar voren. Hij wees er op dat uit de groote belangstelling van de vele aanwezigen blijkt dat vele harten geroerd zijn geworden bij den dood van dezen eenvoudigen mensch die door zijn medeleven met anderen zijn tegemoetkomendheid, zijn vriendelijkheid en zijn eenvoud zich een eerezuil heeft opgericht in de harten van allen die hem goed hebben gekend. Namens de weduwe en kinderen bracht spreker dank aan allen die tijdens de ziekte en bij het overlijden blijken van hunne belangstelling gaven en sprak den wensch uit dat de nabestaanden hun troost mogen vinden in Gods voorzienigheid en den geest van Jezus Christus. Nadat ds Steyn eenige verzen had voorgelezen uit de Schrift waarin wordt aangemaand niet de aandacht te schenken aan de dingen die men ziet doch meer aan de dingen die men niet ziet, daar de eerste tijdelijk de laatste eeuwig zijn, was deze plechtigheid afgeloopen. 


Afbeelding 66 Overlijdensadvertenties in de Leeuwarder Courant van 11 juli 1934



Afbeelding 67 Advertentie in het Leeuwarder Nieuwsblad van 12 juli 1934.

In een artikel in de Leeuwarder Courant van 11 augustus 1937 noemt notaris Nanne Ottema hem zijn "Oude vriend". Hierin beschrijft hij hoe hij aan een zilveren slotplaatje is gekomen. Pieter Gerbenzon gaf regelmatig aan het Friesch Museum. Zo gaf hij een binnenwerk van een horloge gemaakt door de achttiende eeuwse meester horlogemaker Jan Jacobus Nauta aan het museum. De achterkant van het werk is door een fraaie opengewerkte kloof versierd, zo staat in het boek "De Geschiedenis van de uurmakerskunst in Friesland" geschreven door Ottema. In een ander stuk heeft Ottema het over een vurenhouten dekenkist uit Dalekarnie (Zweden) van binnen beschilderd met een bruidsstoet te paard,
door de antiquair Gerbenzon gevonden op Terschelling die in 1953 in het Coulonhuis, Doelestraat 8 in Leeuwarden stond. Ook van de zonen van Pieter, Meine en Johannes kreeg hij regelmatig voorwerpen voor het museum. Soms kocht hij ze aan en soms werden ze door de Gerbenzons geschonken.


Afbeelding 68 Artikel aan de hand van Nanne Ottema, uit 1937

Geraadpleegde literatuur en bronnen:

- Leeuwarder Courant, 11 maart 1919; 6 juli 1906; 18 november 1907; 8 juni 1908; 15 juni 1918; 27 december 1921

- Nieuwsblad van Friesland: Hepkema’s Courant, 11 juli 1906; 26 augustus 1908

- Leeuwarder Courant 6 november 1896; 11 augustus 1937; 18 maart 1924; 29 januari 1931; 25 maart 1930; 23 maart 1931

- www.militieregisters.nl

- Nieuwsblad van het Noorden 09-01-1923; 24 maart 1900    

- Haagsche Courant 22 maart 1900

- Algemeen Handelsblad 26 juni 1900

- Leeuwarder Nieuwsblad, 12 juni 1934; 1 mei 1926; 22 maart 1931; 12 februari 1929; 5 september 1927; 31 december 1934; 12 juli 1934

- Gunnar R. Boon, De verbouwing van Heringastate in Marsum, 1906-1912. Restauratie of reconstructie?

- Leeuwarder Courant 19 september 1918; 23 maart 1900; 15 oktober 1906; 25 januari 1909; 3 oktober 1918; 9 mei 1919; 11 januari 1901; 10 december 1920; 12 maart 1927; 16 februari 1926; 11 juli 1934; 12 januari 1912; 7 augustus 1923; 29 december 1934; 24 augustus 1928; 19 mei 1911

- De avondpost 23 maart 1900

- Bolswarder Nieuwsblad 10 januari 1923

- Sneeker Nieuwsbblad 21 mei 1910

- Oudleeuwarden.nl

- De Vries, Henk, Tussen Groene longen en stadsgracht, p. 128

- Nieuwsblad van Friesland, Hepkema's Courant 24 augustus 1910; 22 oktober 1910; 2 oktober 1913

- Zutphense Courant 6 augustus 1910

- Maandblad gewijd aan de belangen van het teekenonderwijs en de kunst 1900-4

- De Standaard 8 april 1926

- Opregte Haarlemsche Courant 22 maart 1900

- Ambachts- en Nijverheidskunst, Amsterdam, 1910, p.72

- Nederland op de tentoonstelling te Brussel, 1910, p. 78

- Catalogus der Nederlandsche afdeeling algemeene en internationale tentoonstelling te Brussel, 1910, p. 222

- Belang en Recht, orgaan van het Comité tot Verbetering van den Maatschappelijken Rechtstoestand der Vrouw in Nederland, van den Vouwenbond in Groningen p. 25

-Ott, Antoon, Verzameldrift Biografie van Nanne Ottema (1874-1955). [Rijksuniversiteit Groningen].Uitgeverij Noordboek, p. 143. 

-Ons Nederland; officieel orgaan en uitgave van de Algemeene Nederlandsche Vereeniging voor Vreemdelingenverkeer, jaargang 8 , 1925 no 10, 1 april 1925

-Ottema, Nanne, Geschiedenis van de uurmakerskunst in Friesland, 1948, p. 20

-Boekbespreking door N. Ottema in de Vrije Fries, 1953

-Mooi Friesland, propaganda uitgave ter bevordering van het vreemdelingenverkeer in Friesland, ca. 1930

-Gids Friesch Museum te Leeuwarden, 1929

-Naamlijst voor den telefoondienst 1922, Juli 1922

-De Maasbode 16 augustus 1927, p.2

-Opregte Haarlemsche Courant 22 maart 1900

-Ons Noorden 24 november 1925; 24 maart 1931; 6 september 1927; 8 augustus 1923; 31 maart 1917

-Nieuwe Groninger Courant 19 mei 1914

Architectura; orgaan van het Genootschap Architectura et Amicitia, jrg 8, 1900, no. 30, 28-07-1900

-De volksbanier; orgaan voor de leden van den Ned. R.K. Volksbond, jrg 9, 1900, no. 461, 12-04-1900







In dienst van Stad en Staat: Fridus Steffens van Dijk (No 62)

Fridus Steffens van Dijk (no 62) Dit artikel is het vierenveertigste uit een serie over burgers die zich inzetten voor militaire taken en ga...