zaterdag 23 augustus 2025

Geleerde voorouders: Cornelis van Hille (No.8.164)

Geleerde voorouders: Cornelis van Hille (Hillenius) (no.8.164) predikant

Bij familieonderzoek blijkt dat er nogal wat predikanten in de familie zitten. Vaak werd dan ook de zoon en kleinzoon predikant. Daarnaast blijkt dat er ook vrij veel dwarsliggers in de familiegeschiedenis naar voren komen: rebels maar tegelijk ook rechtlijnig. Zie bijvoorbeeld Diederick van Sonoy, maar zie ook deze tijdgenoot en andere voorouder Cornelis van Hille.

Cornelis van Hille was predikant en is op 15 mei 1606 in Alkmaar getrouwd met Baeiken (Barbara) de Conyncks, die in het huis van Bartholomeus van de Corput, in de St. Jacobsstraat in Alkmaar woonde. Bartholomeus was in 1581 Breda ontvlucht, waar hij griffier was. Met Baeiken kreeg Cornelis vijf kinderen. Hij had met haar twee zonen:

Samuel Hillenius (no 4.082) predikant

Samuel is geboren in 1609 en Esaias, geboren in 1626. Beide zijn ook predikant geworden. Samuel in 't Zandt van 1640 tot 1672 en Esaias in Bellingweer en later in Usquert. Samuel is op 31 augustus 1639 getrouwd met Geesien Melchers. Geesien was een dochter van dominee Hindrick Melchers. Ze hadden samen een dochter, Swaantje Hillenius (no 2.041).

Swaantje was in eerste instantie ook weer met een dominee getrouwd, ds. Johannes Heinrich Knottnerus, maar hertrouwde na zijn overlijden met de vader van haar schoondochter, Hendrik Hemmes Kamminga. De huwelijksdatum was 17 november 1704. Swaantje is geboren in 1650 in 't Zand (Loppersum). Ze is overleden op 17 juli 1729 te Finsterwolder, Reiderland, Groningen. Met Johannes Knottnerus had ze een zoon, Samuel Knottnerus die ook weer dominee werd. Verder had ze nog zes zonen met Johannes, en een dochter. Johannes Knottnerus was predikant in Groothusen (Duitsland) in 1673 en in Bunde in 1683. Hij is in 1647 in Greetsiel geboren en in Bunde op 4 mei 1687 overleden. Swaantje was niet onbemiddeld, want ze leende in 1698 200 gulden aan Johann Knottnerus.

Verder hadden ze nog een zoon, Samuel, geboren in 1630; en drie andere dochters, Anna Margaretha, Aeltien en Barbara, allen geboren in 't Zandt.

Samuel is in 1627 theologie gaan studeren in Groningen. Samuel is op zondag 25 september 1672 overleden in 't Zandt. Geesien is op 2 mei 1662 overleden in 't Zandt. De naam van Samuel Hillenius is nog terug te vinden op het orgel. Het orgel dateert van 1662 en er staat op: "IN 1662 IS DIT ORGEL GEMAECT ALS SAMUEL HILLENIUS PASTOR EN ALLO SCHRIJVERS EN JAN JACOBS KERCKVOOGDEN WAREN". Bij de restauratie van het orgel in 1965 zijn de woorden "IS" en "ALS" weggevallen.


Afbeelding 1 Orgel met daarop een tekst die verwijst naar Samuel Hillenius in de Mariakerk in 't Zandt


Afbeelding 2 De Mariakerk in t Zandt waar Samuel Hillenius predikant was

Esaias Hillenius, predikant

Esaias is op 22 december 1698 overleden. Op zijn grafschrift in de kerk van Usquert staan de woorden: ‘ANNO 1698 DEN 22 DECEMBER IS OVERLEDEN DIE EERWAARDE REGTSINNIGE LEERAAR ESAIAS HILLENIUS NAEDAT HIJ SIJN PREEDICKAMPT GETROUWELIJCK VIERTIJN JAREN TOT BILLINGEWEER EN SEVEN EN DARTIGH JAREN TOT USQUERT HEEFT BEDIENT GERUSTELIJCK IN DEN HEERE ONTSLAPEN EN LIGT TEN HOOFDEN VAN DESE STEEN BEGRAVEN WIENS VADER ALS PREDICANT TOT GRONINGEN ANNO 1632 EN GROOTVADER ALS PREDICANT TOT ROTTERDAM 1600 OVERLEDEN SIJN


Afbeelding 3 grafsteen van Esaias Hillenius in de kerk van Usquert

Esaias werd op 3 juli 1640 als student ingeschreven aan de universiteit van Groningen. In augustus 1648 werd hij dominee in Bellingeweer. Op 12 januari 1662 neemt hij afscheid van Bellingweer om predikant te worden Usquert. Vijf jaar na de dood van Margaretha Brongersma, waar hij op 6 mei 1648 mee gretrouwd was, trouwt Esaias, op 4 oktober 1685, in Usquert met Juliana Boulenius, die zeer kort hierna, op 14 januari 1686 sterft. In 1689 trouwt Esaias een derde keer, nu met Maria van der Vliet. 

In de kerk van Usquert zijn ook Michael Hillenius, een zoon van Esaias, en zijn vrouw Elysabeth Christiany begraven. Michael Hillenius werd geboren op 31 juni 1656 en stierf op 18 februari 1722. Hij was o.a. Redger te Wehe en trouwde op 5 december 1686 in Usquert met Elysabeth Christiany, geboren op 8 maart 1657 en overleden op 11 maart 1737. 

Cornelius Hillenius (zoon van Esaias) en ook predikant

Een andere zoon van Esaias en Elisabeth, werd om het lekker ingewikkeld te maken ook Cornelius genoemd (dus de derde met deze naam). Hij werd geboren op 18 december 1648 in Groningen. Hij was predikant in Breede (Groningen). Op 5 juni 1672 besloten de Staten van Groningen en de Ommelanden om de studenten in de stad onder de wapenen te roepen. Bij Senaatsbesluit van 14 juni werden alle studenten uitgenodigd hun namen op te geven en te verklaren of zij zichzelf geschikt achtten voor het bekleden van een officiersplaats, zodat opperbevelhebber Rabenhaupt kon beoordelen in hoeverre zij nodig waren. Hierop gaven 66 studenten aan dat zij Wicher Wichers als kapitein, Rutger ten Berge als luitenant en Scato Gockinga als vaandrig wilden. Onder deze studenten bevond zich ook Cornelius Hillenius. Het onder de wapen roepen was niet vrijwillig. Niemand bleef ervan verschoond tenzij hij ‘gewigtige redenen’ had. Opvallend is dat de student bij het zweren op de krijgswetten gehoorzaamheid aan de rector magnificus, de curatoren en de senaat beloofden. De senaat behield ook de rechtspraak aan zich, waardoor zij ook als krijgsraad fungeerde. Gedurende de belegering bezetten de studenten, op eigen verzoek, meestal de post aan de Drenkelaars dwinger (het tussen het Kleine Poortje en de Oosterpoort gelegen bastion). Bij de uitvallen van de belegerden behoorden de studenten tot de eerste vrijwilligers die zich aanboden en de vijand als eerste onder ogen kwamen. s Nachts gedroegen de studenten zich behoorlijk vrolijk, dan speelden zij op de fluit of de viool en zongen ze een spotlied op de ‘Munsterschen’ :Het Nachtegaaltje. Zij waren tot in Helpman te horen. Op 18 november 1672 ontvingen de studenten van de curatoren in de Akademiekerk een zilveren gedenkpenning. 

Verder hadden Cornelis en Barbara nog drie dochters: Maria, Annechien en Cornelia.

Cornelis was de zoon van Cornelis van Hille (no. 16.328) en van Digna van Dongen (no 16.329), en is in 1568 in Engeland geboren, toen zijn ouders wegens de geloofsvervolging daarheen gevlucht waren. Hij is op 30 september van dat jaar te Norwich gedoopt door Theophilus Rijckewaert, toenmaals predikant bij de Nederlandsche vluchtelingen-gemeente in Norwich. Ook hij kwam uit Ieper. Nadat het gezin in de Nederlanden was teruggekomen, studeerde hij even aan de Latijnse school in Gent maar liet zich al snel, op 13 november 1587 te Leiden als student theologie inschrijven. Hij deed op 2 april 1589 intrede te Uitgeest en Akersloot en huwde in hetzelfde jaar met Anneken (Amitgen) Alewijns van Rotterdam. In 1591 vertrok hij naar Hillegondsberg, waar hij de eerste vaste predikant is geweest, en ging vanhier in 't begin van 1596 naar Alkmaar. Hij bleef contact houden met zijn studiegenoten in Gent, want in 1592 trouwde een klasgenoot, Jan Lamoot, met de zus van Cornelis. Hij was het die de onfortuinlijke taak had om Johan van Oldebarneveldt troostend toe te spreken op weg naar het schavot.


Afbeelding 4 Synode van Dordrecht (1618-1619) waarvan Cornelis van Hille een deelnemer was namens Groningen. Cornelis zit op rij 18, dat is de derde rij aan de rechterkant voor in de afbeelding.

Gomaristen en Arminianen, Bavianen en Slijkgeuzen

Twee protestantse theologen, Arminius en Gomarus, ruzieden sinds 1604 over een de mate waarin een mens een vrije wil heeft. De Gomaristen geloofden dat de mens geen vrije wil heeft en dat alles is voorbestemd. De Arminianen (of rekkelijken) meenden dat de mens wel enige vrije wil heeft. Zij raakten bekend als remonstranten, naar aanleiding van een protest (remonstrantie) dat ze in 1610 indienden bij het bestuur van de Republiek. Ze werden uitgescholden voor Bavianen. De Gomaristen werden contraremonstranten genoemd en door hun tegenstanders Slijkgeuzen genoemd, vanwege het modderige pad dat de aanhangers van Van Hille moesten volgen om vanuit Alkmaar naar de kerk in Koedijk te gaan waar van Hille nog wel mocht preken. Cornelis was dus een volgeling van Gomaris, een precieze, een determinist dus, aanhanger van de predestinatieleer. en natuurlijk bemoeide de politiek zich er ook meer. Prins Maurits koos voor de Gomaristen. de twist ging allang niet meer over alleen dogmatische verschillen maar om overheidsbemoeienis met de kerk. Het leidde uiteindelijk beslechting van de langlopende strijd tussen Maurits en de raadspensionaris en tot de arrestatie van Johan van Oldenbarneveldt en de onthoofding van hem na een schijnproces op 13 mei 1619. 

In Alkmaar werd dit gevecht gevoerd tussen Hillenius en Adolphus Venator (de Jager).Vanator was humanist en rekkelijk. Hillenius moest daar niets van hebben. Dat Hillenius en Venator elkaar niet lagen, blijkt ook uit eerdere aanvaringen. Toen er in 1599 in Holland een pestepidemie uitbrak, weigerde dominee Venator om de patiënten te bezoeken, uit angst voor besmetting. Een jaar ervoor waren er in Nijmegen namelijk drie predikanten die pestzieken hadden bezocht zelf aan de ziekte bezweken. Eén van de drie was zijn broer Johannes. Hillenius, sinds 1596 hulppredikant, schold vanaf de kansel op de bange predikanten die hun taak niet naar behoren vervulden. Venator gaf zijn zwakte toe en vroeg om ontslag, maar dit werd niet toegestaan door de ouderlingen en diakens. De vroedschap stelde uiteindelijk voor om een speciale ziekenbroeder aan te stellen ook al was Hillenius het hier zeer mee oneens.

Hillenius viel Venator ook vanaf de kansel aan omdat hij vond dat Venator er veel te liberale gedachten op nahield. Venator had namelijk beweerd dat men zelf mag bepalen hoeveel tijd men aan het gebed besteedt, en dat men niet afgerekend zal worden op het aantal woorden. Hillenius zorgde er ook voor dat Venator voor de provinciale kerkenraad moest verschijnen omdat hij studenten bij hem thuis een toneelstuk op had laten voeren. De conflicten liepen later nog hoger op toen Venator een toneelstuk had geschreven dat in 1603 in druk verscheen: "Reden-vreucht der wysen in haer wel-lust ende belachen der dwasen quel-lust, in ‘t lachen Democriti door persoon-tooningh". Dit toneelstuk zou aanstootgevende godsdienstige denkbeelden bevatten en bovendien herkenden Hillenius en ook andere Alkmaarders zichzelf in de personages. In 1607 stelde Hillenius schriftelijke vragen aan Venator om aan te kunnen tonen hoezeer zijn denkbeelden afweken van de gereformeerde kerk. Venator beantwoordde al de vragen met Bijbelteksten waardoor hij hierom niet aangevallen kon worden.


Afbeelding 5 Publicaties van Cornelis van Hille en van Venator

De strijd ging zo no even door met publicaties over en weer en tenslotte greep de Staten Generaal in. Hillenius kreeg een spreekverbod in en rond Alkmaar. Hij week uit naar Koedijk en later Amsterdam waar hij een boekje schreef met de titel "Provisionele ontdekkinge eeniger misslaghen". De stad Alkmaar verzette zich met kracht tegen de uitgave en eiste van Amsterdam dat het boekje niet werd uitgegeven. Het verscheen echter toch, in 1611, in Franeker. In 1612, ontving Van Hille een beroep naar Groningen waaraan hij gehoor gaf. De stadhouder Willem Lodewijk achtte Van Hille zéér hoog en droeg hem, kort na zijn komst te Groningen, in 1613, het oppertoezicht op over de kerkelijke zaken in Drenthe. Hij bleef in Groningen tot zijn overlijden op 13 januari 1632. Hij was afgevaardigde op de Nationale Synode van Dordrecht (1618-1619). Hij was en bleef overtuigd contraremonstrant. De synode van Dordrecht moest de eenheid in de kerk herstellen. Venator moet het veld ruimen, zijn boek "Theologica Vera et Mare" wordt verboden en hij vlucht naar Frankrijk, waar in hij 1618 overlijdt. Daarmee was de strijd echter nog niet over. Begin maart 1619 kwam er een groepje afgevaardigden van de synode om de remonstrantse Alkmaarse predikanten, die populair waren onder de bevolking, te verhoren en eventueel te ontslaan. Dat waardeerden de Alkmaarders niet. De Grote Kerk werd bestormd, de afgevaardigden verjaagd en een contraremonstrant die de oproerkraaiers de les wilde lezen, werd op een karretje gezet waarmee men brood voor de armen ophaalde. Hij werd de kerk rondgereden onder de kreet “dit is de Arminiaanse wagen!” De Grote Kerk werd afgesloten, maar de volgende dag verschaften de opstandige Alkmaarders zichzelf weer toegang.

De rel leidde tot het ontslag van de kapiteins van de schutterij en er kwamen extra soldaten om de rellen verder de kop in te drukken. De remonstranten mochten niet meer in de Grote Kerk prediken, maar ze lieten zich niet de mond snoeren. Er werd gepreekt in schuren en op straat.. Het stadsbestuur deelde boetes uit en dreigde met ontslag voor overheidsdienaren en gevangenschap of verbanning. Op 23 juni 1619 trok een groepje soldaten naar de Hout om daar een remonstrantse preek te beëindigen. Er werd met getrokken sabels ingeslagen op de remonstranten die weigerden te vertrekken, maar de menigte voorkwam dat een van hen werd gevangengezet, en de soldaten moesten afdruipen. De gemoederen liepen nog verder op toen de schout een illegale preek probeerde te stoppen. Een groep remonstranten trok naar het stadscentrum om psalmen te zingen. Daarbij werd de schout uitgejouwd toen hij de groep beval naar naar huis te gaan. Hij stuurde soldaten op de remonstranten af. De soldaten sloegen in op de menigte, die reageerde door straatstenen naar de soldaten te gooien. Deze schoten vervolgens op de menigte en er vielen een paar gewonden. De nacht na het oproer werden burgers uit hun bed gelicht. Er werden nog meer soldaten naar Alkmaar gestuurd, en door onbekenden werd er brand gesticht in de  zoutketen in Alkmaar.

De gevolgen voor de remonstranten lijken mee te zijn gevallen, maar ze moesten zich sinds 25 juli wel rustig houden. Ze werden in de gaten gehouden en wie verdacht werd van hulp aan de remonstranten werd opgepakt en kreeg een flinke boete. Maar op den duur verminderde de vervolging van de remonstranten. Na Maurits’ overlijden in 1625 worden de remonstranten gedoogd – in de hele Republiek, want soortgelijke tafrelen als in Alkmaar deden zich in andere steden ook voor. De Alkmaarder remonstranten bouwden een schuilkerk aan het Fnidsen, die daar nu nog steeds staat.



Afbeelding 6 Schuilkerk van de Remonstranten in Alkmaar

Cornelis van Hille senior (no 16.328), vluchteling vanwege zijn geloof en predikant

De oudst bekende Hillenius/Van Hille, was Adriaen van Hille (no 65.312). Hij leefde rond 1500 en was poorter (burger) van het West-Vlaamse Ieper. Veel is er over hem niet bekend, maar vermoedelijk was hij niet onbemiddeld, want op 9 september 1505 stond hij borg voor Pieter Poyt (Poot), een koopman in Brugge, getrouwd met jonckvrouwe Katheline Boreels. In 1500 werd Adriaen door de wet van Brugge aangesteld als ‘bewarer van den thonnebaken ter sluus’ tegen een jaarlijkse bezoldiging van 6 pond gr. Een thonnebaken is een gekuipt houten vat dat diende als boei en dat voorzien is van een vast merk dat het vaarwater aanwijst. Adriaen had een zoon, Joost of Jodocus, die rond 1520 in Ieper werd geboren werd geboren en in 1571 overleed.Cornelis van Hille senior (no 16.328) werd op 20 februari 1540 te Ieper geboren als zoon van Joost (Jodocus) Adriaansz.van Hille (no. 32.656) en Catelijne van Comines. Hij was een van de eerste hervormde predikanten. 

Op zaterdag 10 augustus 1566 was hij er bij toen vriend en voorbeeld Sebastiaan Matte, hoedenmaker en predikant uit Ieper zijn bekende toespraak bij het Sint Laurensklooster in Steenvoorde gaf en de menigte inspireerde om hun leven in eigen handen te nemen. De opgezweepte menigte (nou ja, het waren er een stuk of twintig), gingen een klooster binnen en vernielden er beelden.


Afbeelding 7 De beeldenstorm van 10 augustus 1566 in het klooster van Sint Laurentius

Hierna ging Matte naar Poperinge en daarna ging het snel met de Beeldenstorm. Vanaf het Westerkwartier verspreidde het zich naar de Hollandse steden en tenslotte breidde de onrust zich uit naar Friesland en Groningen Men zuiverde de kerk om er weer een tempel van God van te maken. De dienst wilde men zo snel mogelijk weer beginnen in een sober gebouw, waar de gedachten alleen uitgingen naar de Schepper. Beelden werden meegenomen, verkocht, gesloopt, verdeeld of gesmolten alles om de gehate belasting die de Roomse kerk opeiste terug te krijgen. Sommige dorpen en steden die bezocht werden door rondtrekkende protestanten of lokale boze inwoners werden minder rustig en precies ‘gezuiverd’. De doorgaans zeer kleine groepjes mannen, vrouwen en kinderen waren arm en boos, wilde hun geld terug en wilde hun jarenlange haat botvieren op de grootste grondbezitter die er bestaan heeft.

Hij en zijn broer Bartholomeus waren beide een van de 190 ondertekenaars van de overeenkomst die de hervormden in Ieper op 20 september 1566 sloten met het stadsbestuur, met betrekking tot het houden van godsdienstoefeningen. Gezocht in geheel Vlaanderen en de rest van het Spaanse rijk voor zijn aandeel in de onrust onder het volk moest hij vluchten naar Engeland. Zoals vele andere inwoners van zijn geboortestad, week hij uit, waarschijnlijk in 1567, samen met zijn ouders, in elk geval met zijn moeder, naar Engeland. Daar ontving hij op 4 februari 1568 het rechterlijk bevel om in Brussel voor de inquisitie (de Bloedraad) te verschijnen, waar hij, logischerwijs, geen gevolg aan gaf. Deze Bloedraad was door Alva ingesteld in 1567, allereerst om de mensen te vonnissen die hadden deelgenomen aan de Beeldenstorm van 1566. In totaal zijn bijna 1.100 mensen door die Bloedraad ter dood veroordeeld en geëxecuteerd. Ook werden er ruim 11.000 mensen verbannen. Hun bezittingen werden ingepikt. Boekverkoper Cornelis van Hille was één van hen. Volgens een bron was hij bevriend met Willem van Oranje, maar dat heb ik nergens bevestigd gekregen. Maar het is niet onmogelijk dat hij contacten tussen Willem en koningin Elizabeth onderhield. Wel is bewezen dat een brief van hem gericht aan de kerkenraad van Delft en gedateerd 6 januari 1584, toen hij in Gent predikant was en de stad door Parma bedreigd werd, is overhandigd aan de Prins van Oranje. Willem van Oranje reageerde op 15 februari 1584 met een lange brief gericht aan de predikanten van Gent waarin hij inging op het verlies van Aalst, de gevolgen voor Dendermonde en nog een paar zaken. 




Afbeelding 8 De ziekentroost, een korte onderwijzing in het ware geloof en in de weg der zaligheid, om gewillig te sterven, door Cornelis van Hille (senior) te Norwich (Engeland) in 1571. 

In Norwich (1) aangekomen werd hij daar ouderling. Norwich was door de komst van de vreemdelingen welvarend geworden. Men ging er netjes gekleed. De levensmiddelen waren er goedkoop, en gemakkelijk kon men er zijn brood verdienen. De Hollanders leefden samen aangenaam en de Engelsen waren over 't algemeen zeer vriendelijk. “Vriesland", schrijft een der ballingen, en hij bedoelt er natuurlijk Emden, Oost-Friesland mee, „Vriesland is veel ongeriever dan Noordwijk" (Norwich), ... ik verdien zoveel dat ik met een gezin van drie kinderen er gemakkelijk van rondkomen kan. Een lotgenoot van hem meldt: Te Norwich is het lievelic, vredelick om 't Woort te horen en om voor die gerne werken de kost te krijgen." De kerk die aan de vluchtelingen beschikbaar gesteld was, was de kerk der Black Friars Preachers en werd genoemd Strangers Hall.


Afbeelding 9 De Strangers Hall in de Blackfriars Hall



Afbeelding 10 The Blackriars Hall in Norwich

Cornelis senior is de schrijver van "De Ziekentroost". Het zijn met name Bijbelteksten. Het gaat in 23 hoofdstukjes over de ellende die door Adam over alle mensen kwam, over de tijd dat ieder moet sterven, over verlangen naar de dood, over de noodzakelijkheid van te sterven, over de opstanding en over het eeuwige leven. Je vindt hier de gereformeerde leer in een notendop, waarbij de nadruk ligt op het levenseinde. Het is duidelijk bedoeld voor mensen met een ernstige ziekte en voor zieken met de dood dichtbij. Geen lichte kost, maar in die tijd gaf het een houvast. De eerste druk rolt in 1571 van de persen in Norwich bij Anthony de Solen of Solemne, een in 1567 uit Brabant gevluchte drukker. Latere drukken zijn uit 1574 en 1576 te Dordt, in 1577 te Kleef en in 1578 te Leiden. Ziekentroost blijkt in een behoefte te voorzien. Het was de zestiende eeuw met oorlogen en geruchten van oorlogen, met pestepidemieën, kraamvrouwensterfte, vervolgingen, met slechte hygiëne, chirurgijnen en kwakzalvers die van weinig wisten, met een gemiddelde leeftijd van onder de dertig jaar. 

Wegens het succes schrijft Van Hille in 1579 een grote Ziekentroost. Dat werk verschilt aanmerkelijk van de kleine Ziekentroost. Cornelis van Hille is overigens dezelfde als Cornelis Hillenius. Vaak werden namen in het latijn vertaald, of iets wat er op moest lijken. Op 1 november 1575 werd hij predikant in de vluchtelingenkerk van Great Yarmouth en verhuisde in dezelfde hoedanigheid in 1576 naar Haamstede op Schouwen  (Zeeland). In 1577 verhuisde hij opnieuw, ditmaal naar de Zuidelijke Nederlanden, waar hij zich als predikant vestigde in Oudenaarde. Op 29 juli 1577 was hij predikant van de Vlaamsche Olijfberg. Op 29 juli 1578 nam hij deel aan de klassikale vergadering in Gent en wat later werd hij er predikant. Hij bleef predikant totdat de stad op 17 september 1584 door hertog van Parma werd ingenomen. Dit betekende het einde van de calvinistische republiek daar en op 25 en 26 september verlieten de gereformeerde predikanten gezamenlijk de stad. 

Cornelius kon onmiddellijk in dienst treden in Rotterdam tegen en werd door de burgerlijke overheid van een wedde van 300 gulden per jaar voorzien. In 1588 nam hij deel aan de Zuid-Hollandsche synode in Schiedam en in september 1598 woonde hij de synode in Dordrecht bij. Hij overleed in september 1600 in Rotterdam en daar is hij ook begraven.

Er is een familiewapen van Van Hille bekend. Antoine de Hille werd in 1549 te Gent in de adelstand verheven. De familie Van Hille in Sluis verkrijgt familiewapen met gouden waterlelie door gunst van de Hertog van Bourgondië. Volgens de heraldiek van vóór de Gouden Eeuw is te zien aan het wapen dat de familie geridderd is, zie de ridderring aan de ketting en de getraliede helm. Zover bekend, verheven als ongetitelde adel. De Lelie op de helm, als helmteken, geeft een extra band met het Bourgondische huis aan. 


Afbeelding 11 Familiewapen Hillenius


Literatuur en bronnen:

(1) Norwich was een centrum van textielindustrie en verkeerde rond het midden van de zestiende eeuw in een crisis. In 1565 zonden de autoriteiten van de stad daarom vertegenwoordigers naar koningin Elisabeth I met het verzoek om immigranten zich te laten vestigen in de stad. De koningin stond via een koninklijke ‘letters patent’ toe dat dertig Hollanders met hun familie (maximaal 300 personen) zich in Norwich zouden vestigen. De gezinnen mochten overigens niet meer dan tien personen tellen. Vierentwintig van deze families kwamen uit Vlaanderen, de overige uit Wallonië. Zij werden Elizabethan Strangers of kortweg Strangers genoemd. Uiteindelijk vormden zij een derde van de bevolking. Begin 1568 ware er al 1132 Vlaams-sprekenden in de stad. In 1582 zaten er bijna 5.000 vreemdelingen in Norwich op een bevolking van 16.000.

- Biographisch woordenboek van protestantsche godgeleerden in Nederland. Deel 4(1931)–Jan Pieter de Bie, Jakob Loosjes

- https://nl.wikipedia.org/wiki/Cornelius_van_Hille

- https://www.digibron.nl/viewer/collectie/Digibron/id/tag:Terdege,20010620:newsml_d8bde43b004349810f92763c3b2cd891

- https://www.hogerhoning.nl/bs15.htm

- https://www.kunstbus.nl/cultuur/Cornelis+Hillenius.html

- https://histoforum.net/predikanten/Cornelis%20Hillenius.pdf

- https://nl.wikipedia.org/wiki/Lijst_van_deelnemers_aan_de_Synode_van_Dordrecht

- https://historiek.net/synode-van-dordrecht-1618-1619/5364/

- https://hilleniusblog.wordpress.com/stambomen/

- https://www.groningerkerken.nl/downloads/usquert_kerkbeschrijving_2021_herz_versie.pdf

- https://www.vanderkaap.org/artikelen/Margaretha%20Brongersma%20en%20Esaias%20Hillenius.pdf

- https://www.canonvannederland.nl/nl/noord-holland/alkmaar/venster-16

Stadsarchief Rotterdam te Rotterdam, DTB Trouwen Doopregisters, Trouwregisters, Begraafregisters Rotterdam (DTB), archief 1-02, inventaris­num­mer 56, 03-12-1589, Trouw gereformeerd

https://www.dominees.nl/search.php?srt=g&id=10075

- 16.268 Registers overledenen Weeskamer, Stadsarchief Rotterdam

- 251 huwelijksvoorwaarden 30-nov-1589, Stadsarchief Rotterdam

Onze gouden eeuw.; de Republiek der Vereenigde Nederlanden in haar bloeitijd 1908

Van strijd en overwinning, de groote Synode van 1618 op '19, en wat aan haar voorafging 1909, p. 296

Geschiedenis en oorsprong der oudste protestantsche kerk in België, 1885, p. 58

- Bescheiden, aangaande de Kerkhervorming in Vlaanderen, 1877 p. 52

- Geschiedenis van Uitgeest. 1925, p. 247

Oud-Holland = publ. by the Netherlands Institute for Art History ; onder red. van A.D. de Vries ... [et al.]; nieuwe bijdragen voor de geschiedenis der Nederlandsche kunst, letterkunde, nijverheid, enz., jrg 38, 1920, 1920, p. 148

- Alle Groningers, Ondertrouwboek 1639-1640 Soort registratie: trouwakte (tot 1811)(Akte)datum: 31-08-1639Plaats: Kerkelijke gemeente GroningenSoort akte: registratie

- https://theologienet.nl/bestanden/schelven-vluchtelingenkerken.pdf

- https://www.the-low-countries.com/article/the-strangers-in-norwich/

- https://www.regionaalarchiefalkmaar.nl/verdieping/blog/570-opstandige-remonstranten

- https://alkmaar.remonstranten.nl/schuilkerk-en-orgel/

- https://theologienet.nl/bestanden/water-historie-gent.pdf

- http://www.engelfriet.net/Alie/Aad/synode.htm

Regionaal Archief Alkmaar te Alkmaar, DTB Trouwen Oude Kerkelijke Doop-, Trouw- en Doden- (Begraaf-) boeken te Alkmaar, Bron: Ondertro..., Alkmaar, archief 10.3.001, inventaris­num­mer 20, 15 mei 1606, Ondertrouwen, trouwen (Grote kerk), aktenummer 5487

- Ondertrouwboek Groningen 1639-1640 Collectie DTB (toegang 124) Inventarisnummer 162, folio 36v

- https://www.nazatendevries.nl/Artikelen%20en%20Colums/Kerken/'t%20Zand/De%20Mariakerk%20van%20't%20Zand.html

- https://nl.wikipedia.org/wiki/Mariakerk_(%27t_Zandt)

- https://www.vanderkaap.org/artikelen/Kinderen%20Brongersma%20Margaretha%20Brongersma%20en%20Esaias%20Hillenius%202022.pdf

- https://www.heimat-und-kulturverein-jemgum.de/historisches/familienforschung/w%C3%BCbbens-enno/

woensdag 6 augustus 2025

In dienst van Stad en Staat: Hendrik Froon (no 1.976)

Hendrik Froon (no 1.976)

Dit artikel is het tweeënveertigste uit een serie over burgers die zich inzetten voor militaire taken en gaat over de dienstplicht, schutterijen en het reguliere leger. De discussie over de dienstplicht is nu weliswaar minder, maar nooit helemaal weg geweest en gezien het personeelstekort in het leger ook nu actueel. Het is nuttig om dit fenomeen in historisch perspectief te plaatsen. Sommigen hebben de dienstplicht ondergaan maar er zijn ook mensen vrijwillig het leger ingegaan, waarbij "het leger" een rekbaar begrip is. Ook milities, schutterijen en andere paramilitaire organisaties komen aan de orde. Met de beschrijving van de lotgevallen van deze mannen zie je tegelijkertijd een verschuiving van de loyaliteit jegens de stad naar loyaliteit jegens de staat.

Clara Froon

Clara Froon Radijs is geboren in Delfzijl en was de dochter van Hendrik Froon en Anna Eleonora Jarges van Bellingwolde. Ze is gedoopt op 6 juli 1760. In 1782 woonde ze in Siddeburen ten huize van Jacob Harms, op de Borg plaats. Hendrik Froon en Anna Elonora Jarges hadden nog een dochter, Gesina Margaretha. Zij trouwde met Johannes Joustema uit Den Haag. ze is begraven op het St Anthonis kerkhof in Amsterdam. 

Hendrk Froon (no.494) haar vader, is geboren in 1726. Op 22 december 1772 is er een H. Froon begraven in Delfzijl. Hendrik Froon is de zoon van Christiaan Froon (no. 988) en Claartje Groenewold. 

Hendrik Froon (no 1.976)

Hendrik Froon sr. was raadsdienaar en bode (uitmijnder, soort veilingmeester) van Groningen van 1698 tot 1715. Hij was getrouwd met Aaltjen Noordstad (Noordstrant) en had samen met haar vier kinderen, drie dochters, Johanna , Meinou en Magdalena en een zoon: Christiaan.

Maar daarvoor was hij getrouwd met Degien Hindriks. Ook daarmee had hij een drietal kinderen; Gerrit, geboren op 11 januari 1681 waarover hieronder meer, Jan geboren in 1684 en Hendrik, geboren in 1685. Hindrick is overleden in 1714 en woonde tot zijn overlijden in de Nieuwe Ebbingestraat in Groningen. 


Afbeelding 1 Eerste pagina van de boedelbeschijving van hetgeen Hindrik Froon, uitmijnder op zijn sterfdag aan zijn vier nagebleven kinderen heeft nagelaten

De hele boedel wordt vervolgens beschreven, wat een goede kijk geeft op wat er in die tijd in huis was maar ook geeft het weer aan dat Hendrik Froon bemiddeld was. Kennelijk heeft Hendrik zijn einde voelen aankomen want voor alle vier de kinderen was er een doos met zilveren munten. Verder is er een boekhouding te volgen waaruit blijkt wanneer wat betaald is door de voogden.


Afbeelding 2 Eerste pagina van de inventaris van goederen van Hendrik Froon

Christiaan Henric Froon (no 988)

Christiaan Froon is de zoon van Hendrik Froon senior (no. 1.976) en Anna Eleonora Jarghes. Hij is gedoopt op 15 augustus 1751 te Delfzijl. Omdat beide ouders kennelijk zijn overleden voordat de kinderen volwassen waren werd er een voogd aangewezen. Op de sterfdag van Hendrik was Christiaan 18 jaar, Magdalena 16 jaar, Menou (Meina) 11 jaar en Johanna pas 9. 

Hieruit blijkt dat Hendrik inderdaad een huis bezat ten oosten in de Nieuwe Ebbingestraat in Groningen. Verder was hij niet onbemiddeld, gezien het feit dat er twee zilveren kandelaren en dito zoutvaten waren. Verder had hij flink wat obligaties. Zo kreeg hij ook nog geld van Chirurgijn majoor Radijs. Dat zal een familielid zijn geweest van de Chirurgijnsfamilie Radijs. Kennelijk waren er al contacten met de familie Radijs lang voordat achterkleindochter Clara met Jan Radijs ging trouwen.

De voogd geeft op 15 augustus 1720 aan dat ondanks alle pogingen de studie vaan pupil Christiaan, nu 20 jaar, niet florissant verloopt.


Afbeelding 3 Studieresultaten van zoon Christiaan blijken tegen te vallen, zo valt te lezen in de verslagen van het Stadsbestuur

Christiaan was getuige bij het huwelijk van zijn zus Johanna met predikant Rudolph Wildrick op op 10 oktober 1739. Christaan is op 4 juli 1722 met Clara Groenewold uit Delfzijl getrouwd. Ze hadden twee kinderen: Hendrik Froon (no. 494) en Jan Froon. Hendrik is gedoopt op 3 maart 1726 in Delfzijl. Jan Froon is gedoopt op 17 oktober 1723 en helaas vroeg overleden. Hij is op 5 november 1723 in Delfzijl begraven.

Er ligt in de A-Kerk in Groningen een grafzerk van Hindrick Froon met het wapen "een bos met vijf bomen". Koorgang Zuidwest, rij 2, nr. 2. Naar alle waarschijnlijkheid is dat Hindrick Froon sr.



Afbeelding 4 Weergave van de plaats van de grafzerk van Hindrick Froon in de A-Kerk in Groningen

Gerrit Hendrik Froon, rechter: het monsterproces

Gerrit Hendrik Froon is dus geen voorouder maar wel een zoon van een voorouder. Waarom dan aandacht voor hem. Omdat hij een merkaardige rol speelde in een machtsspel in Groningen.


Afbeelding 5 Wapen van Gerrit Hendrik Froon

Doctor Gerrit Hendrik Froon uit Groningen voerde een familiewapen bestaande uit vijf bomen. In 1699 zeilde hij met zijn studievriend Abel Eppo en latere rechter van Warffum over Utrecht naar Brabant. Hij was rechter te Loppersum, Woltersum, Lellens (1735), Winsum, Meeden en af en toe Bedum. In Woltersum was hij ook kerkvoogd. Hij is getrouwd met Allegonda Lentink Van de Groeve op 10 september 1707. Hij woonde in de Oude Boteringestraat in Groningen. Hij was in 1726 rechter in Zuidwolde, In 1747 was hij rechter te Ellershuizen en in 1756 te Zeerijp. Vanaf november 1738 tot 1741 huurde hij een huis in de Heerestraat in Groningen.

Hij speelde in september 1731 een bedenkelijke rol bij het machtsspel dat grietman  Rudolf de Mepsche van Faan speelde. Het resultaat was een soort showproces (bekend onder de naam het Monsterproces) met 22 ter dood veroordeelden tot gevolg. Het is op zijn minst een gerechtelijke dwaling te noemen. Ze werden allen beschuldigd van sodomie, maar het was wel erg toevallig dat bijna allen aanhangers waren van zijn voornaamste rivaal, de Jonker Clant van Hanckema. De Mepsche werd geïnspireerd door de golf van sodomieprocessen die in 1731 vanuit Utrecht over het land sloeg. Henricus Carolinus van Byler, sinds 1722 de predikant van Niekerk, Oldekerk en Faan, publiceerde een boekje over de zonde van Sodomie. Nu vatten we daar homoseksualiteit onder maar toen kon het van alles zijn wat "tegennatuurlijk" was. Volgens Van Byler, overigens een studievriend van De Mepsche en net als hij oranjegezind, moesten de autoriteiten "Gods rechtvaardige toorn" afwenden, opdat het land niet zou delen in de straf van Sodom. Deze angst kwam niet uit de lucht gegrepen want het ging al langere tijd niet goed in het land,, met onder andere veeziekten. De Mepsche speelde hier handig en gewetenloos op in met dus 22 doodvonnissen als gevolg. 

Tot de slachtoffers behoorden 8 eigenerfden (boer met eigen grond en dus stemgerechtigd) van de tegenpartij van Jonker Clant. Deze stemmen waren belangrijk omdat ze daarmee ambten konden benoemen. De Mepsche was al jaren uitgesloten van allerlei (goedbetaalde) ambten, behalve die van Grietman. Ziedaar het motief.

De verslagen van de verhoren zaten vol met tegenstrijdigheden. Bekentenissen kwamen tot stand door martelingen. Overigens was dit in die tijd geoorloofd. Als er een beschuldiging te weinig onderbouwd was mocht er door geweld een bekentenis afgedwongen worden. De Ommelander meerderheid keurde de gang van zaken af, maar de Stad Groningen hielp De Mepsche die zo zijn gang kon blijven gaan. Zo speelde ook de voortdurende strijd tussen de Stad Groningen en de Omelanden op de achtergrond een rol. Er moesten 300 soldaten vanuit de Stad naar Zuidhorn overkomen om de executies door te laten gaan. Relletjes waren er in de Stad en later ook in Zuidhorn en op ’t Faan en de gang van zaken bleef een open wond, zo zeer zelfs dat een voorstel voor een gedenkteken voor de Mepsche zelfs na een paar eeuwen in de gemeenteraad van Grootegast werd weggestemd. Ook van de vroegere Borg Bijma in Faan, het huis van de Mepsche is niets meer van over. Het enige dat naar hem vernoemd is, is een tennisvereniging in Niekerk. Geen idee waarom.


Afbeelding 6 De Borg Bijma te Faan

De Mepsche had er een Pyrrus overwinning mee behaald, want hij verloor alle politieke steun, werd door zijn omgeving uitgekotst en ging in 1746 bankroet. Hij werd echter gered door de stadhouder die hem een baan als drost gunde, als beloning voor zijn politieke steun. Maar de geldnood bleef en in 1753 moest hij de borg Bijma verkopen. In de loop der jaren wordt het proces en de gebeurtenissen erom heen een legende en wordt het lastig om feit en fictie te scheiden. Het doet denken aan de showprocessen van Stalin of die in de Verenigde Staten tijdens McCarthy.

Dat de Mepsche een bloeddorstige religieuze en op macht beluste gek was valt nog te begrijpen, maar wat heeft de rechtsgeleerde Froon bezield om hieraan mee te werken? Dat is een raadsel. Hij was het die in het kerkje van Niekerk op 24 september 1731 het vonnis over de veroordeelden voorlas. De verlichting met zijn Trias Politica was nog niet doorgedrongen in Groningen en dit was een toonbeeld van hoe het fout kon gaan in de rechtsspraak. Hoger beroep was toen nog niet mogelijk, maar enkele decennia later werd dat wel ingevoerd. Het besef dat een rechter wel eens andere belangen kon hebben dan rechtsvinding werd al eerder ingezien, en ook onderkent, maar men had toen onvoldoende middelen om dat tegen te gaan.

Gerhard Froon overleed in juni 1756. Het bekende probleem dat er meerdere mensen zijn met de zelfde naam, zelfde regio en zelfs met hetzelfde beroep speelt ook hier. Zijn zoon heette ook Gerhard en was ook rechter. Hij was van 1769 tot 1770 Grietman van Ezinge en Hardeweer. Hij of zijn vader kreeg op 6 december 1749 een eredoctoraat van de universiteit van Groningen. 

Terug naar Clara Froon. Clara (Klara) is met Jan Radijs getrouwd op 28 maart 1782. Ze hadden een dochter, Maria Radijs. Maria is getrouwd met Aries Nanning Dijkhuizen, later burgermeester van Slochteren. Maria was kennelijk doopsgezind, maar dat is gebaseerd op 1 bron. Ze is overleden op 9 juli 1809 en begraven in Slochteren. Een andere dochter was Anna Eleonora Radijs.

Clara overleed op 5 april 1837 te Slochteren. Jan Radijs overleed op 8 oktober 1831. Jan Radijs was landbouwer. Verder was hij collector en wedman. Zijn vader, Albert Geerts, was ook wedman van beroep en zijn moeder was Maria Radijs. Wat de reden is dat bij de naam van zijn moeder voerde in plaats van die van zijn vader is niet bekend. Hij had in 1816 het recht van overpad van de voormalige Geert Soetes heerd langs het Hogehuis naar Tilhorn. Dat geeft houvast om te zoeken naar de locatie in Slochteren waar hun boerderij heeft gestaan. het Hogehuis, het voormalig Rechtshuis, ligt aan de Hoofdweg in Slochteren. Tilhorn was een buurtschap bij de kruising van het Slochterdiep (Rengersdiep) met de Hoofdweg. Het Hogehuis ligt aan de Hoofdweg 20.

In 1799 stelt hij zich borg voor de "kolonie" Sappemeer, Hoogezand en het Achterdiep wegens de afwatering naar de drie Delfzijlen en het te betalen schot en voor het ruiden en schouwen van het Diep van Woltersum naar ten Post.

Ze hadden ook zoons: 

- Gijsbert Hermen Radijs, geboren te Slochteren en overleden te Slochteren op 5 juli 1884, hij was getrouwd met Vrouwke Gerrits Veldhuis. Gijsbert is op 29 december 1907 overleden. Ze hadden een zoon, Gerrit, geboren op 26 februari 1838.

- Christoffer Radijs, geboren op 22 juli 1787 te Slochteren en overleden te Slochteren op 18 november 1855. Hij was landbouwer en gehuwd met Jantje Willems Huizinga..

- Hindrik Jans Radijs, geboren op 25 oktober 1789 in Slochteren. Ook Hindrik was landbouwer en is getrouwd met Jantje Jans de Jonge. Hij is overleden op 12 mei 1859. Hij had samen met Jantje een zoon, Chirstoffer. Christoffer overleed op 14 juli 1908 te Slochteren en was ook boer. Daarnaast was er nog een zoon, Hindrik, geboren op 11 oktober 1830 en overleden op 18 december 1915. Ook hij was boer.     



Afbeelding 7 Er is een ansichtkaart van een Boerderij Radijs in Slochteren uit 1929. 


Afbeelding 8 Het lijkt dat de boerderij met de naam Radijs aan de Hoofdweg 175 in Slochteren staat.

Als de boerderij met de naam Radijs in 1929 in handen was van de familie Radijs, dan is het goed mogelijk dat dit de bewuste boerderij was waar Clara Froon met Jan Radijs woonde. Het is in een rechte lijn 1400 meter af van het Hoge Huis. Wellicht had Radijs landerijen aan de andere kant van het dorp en kreeg hij het recht van overpad om er te komen. Verder onderzoek leert echter dat de boerderij een Oldambster boerderij is gebouwd in 1909. Dat maakt het onmogelijk dat Clara Froon En Jan Radijs in dit pand hebben gewoond. Maar wellicht wel op deze locatie en dat de boerderij er later is neergezet.

Jan Radijs, Hendrik Radijs en Christoffer Radijs waren aandeelhouders van de toen opgerichte N.V. Zuivelfabriek Slochteren-Kolham. Het is dus duidelijk dat de familie Radijs het boerenbedrijf in Slochteren trouw bleef. Verder worden er regelmatig advertentie geplaats door de gebroeders Radijs voor vee en is in augustus 1895 een aantal schapen van de gebroeders Radijs gestolen uit het weiland vier van de schapen werden kennelijk op de markt van Groningen verkocht en doken in Wommels weer op. Ook dit is een aanwijzing dat de broers Radijs als landbouwer verder gingen.

Slochteren is een dorp in de ‘Woldstreek’. De naam herinnert aan het vroegere bosachtige landschap.De naam, afgeleid van het Friese "slocht", verwijst naar het veenachtige landschap. De naam "Slochtoron" werd voor het eerst genoemd in de 11e eeuw, en in 1169 als "Slochtra". De omgeving is altijd sterk beïnvloed door water, met veenontginning en waterbeheersing als belangrijke thema's.  Het dorp Slochteren bevat vele monumenten, zoals de kerk met vrijstaande toren, de Fraeylemaborg met de bijbehoren huizen en het grote en kleine Slochterbos en het oude Regthuis.


Afbeelding 9 Slochteren op de kaart

Bronnen en literatuur:

- AlleGroningers te Groningen, BS Overlijden Bron: boek, Periode: 1837, Slochteren, 6 april 1837, Overlijdensregister 1837, aktenummer 49

AlleGroningers te Groningen, BS Overlijden Bron: boek, Periode: 1837, Slochteren, 6 april 1837, Overlijdensregister 1837, aktenummer 49

Doop- en trouwboek 1684-1811, archiefnummer 124, Doop-, trouw- en begraafboeken enz. in de provincie Groningen, inventarisnummer 417, blad 111 Gemeente: Kerkelijke gemeente Siddeburen Periode: 1684-1811

- Groninger Archieven  2393 Fraeylemaborg te Slochteren, 1584 - 1976

- Groninger Archieven 708  Generale Zijlvest der Drie Delfzijlen, (1285) 1317 - 1870 (1872)

- https://venisnews.nl/genealogy_tijdlijn/tijdlijnplaatszoeker_nl.php?plaats=Slochteren_(dorp)

- https://beeldbank.cultureelerfgoed.nl/rce-mediabank/detail/4db0b701-2b2b-643c-78d0-bf6112440c91

AlleGroningers te Groningen, DTB Dopen Doop-, trouw- en begraafboeken enz. in de provincie Groningen, Bron: boek, Deel: 49,..., Kerkelijke gemeente Delfzijl, archief 124, inventaris­num­mer 49, 11 augustus 1748, Doopboek 1718-1811

1.01.19 Inventaris van het archief van de Raad van State, (1574) 1581-1795 (1801)

- https://www.monsterarchief.net/site/assets/files/1506/froons_crest.417x305.jpg

AlleGroningers te Groningen, DTB Dopen Doop-, trouw- en begraafboeken enz. in de provincie Groningen, Bron: boek, Deel: 149..., Kerkelijke gemeente Groningen, archief 124, inventaris­num­mer 149, 26 september 1719, Algemeen doopboek 1706-1732

https://www.redmeralma.nl/groningen_AK2.htm#4202

- https://oud-utrecht.nl/images/pdf-bestanden/Tijdschrift/MOUT_1957-11.pdf

- https://groups.io/g/groningen-genealogy/topic/dr_gerhard_froon/38160884

- https://www.allegroningers.nl/zoeken-op-naam/deeds/349d3c2a-c6b5-4ab7-a910-9b6fe4ed59ad

- https://nl.wikipedia.org/wiki/Lijst_van_grietmannen_van_Ezinge_en_Hardeweer

- https://www.rug.nl/about-ug/profile/prizes-and-awards/honorary-doctorates/eredoctoraten-1717-2018.pdf

- https://sannemeijeronderweg.nl/rudolf-de-mepsche-en-het-monsterproces-van-faan/

- https://historischekringzuidhorn.nl/kerken/

- Nederlandse Staatscourant 5 oktober 1894

AlleGroningers te Groningen, DTB Dopen Doop-, trouw- en begraafboeken enz. in de provincie Groningen, Bron: boek, Deel: 149..., Kerkelijke gemeente Groningen, archief 124, inventaris­num­mer 149, 17 januari 1717, Algemeen doopboek 1706-1732

https://www.groningerarchieven.nl/images/projecten/Inventaris_1605_Stadsbestuur_Groninger.pdf

- https://oud-utrecht.nl/images/pdf-bestanden/Tijdschrift/MOUT_1957-11.pdf

1605 Stadsbestuur van Groningen (2), 1594 - 1815 25 1698 feb 15 - 1702 apr 2 Datering: 1698 feb 15 - 1702 apr 2 Oude Orde: 314r25 1698 feb 15 - 1702 apr 2 pagina 63 Volgnummer: 71 van 556

1605 Stadsbestuur van Groningen (2), 1594 - 1815 599 1737 okt 28 - 1738 nov 21 Datering:1737 okt 28 - 1738 nov 21 Oude Orde: 321r34 1737 okt 28 - 1738 nov 21 Volgnummer: 308 van 474

1605 Stadsbestuur van Groningen (2), 1594 - 1815  590 1720 aug 15 - 1722 apr 30 Datering:  1720 aug 15 - 1722 apr 30 Oude Orde: 321r25 1720 aug 15 - 1722 apr 30 Volgnummer: 281 van 559

AlleGroningers in Groningen (Niederlande), Kirchenbücher Ehen Doop-, trouw- en begraafboeken enz. in de provincie Groningen, Bron: boek, Teil: 176..., Kerkelijke gemeente Groningen, Archiv 124, Inventar­nummer 176, 4. Juli 1722, Ondertrouwboek 1719-1727, folio 97v

AlleGroningers te Groningen, DTB Dopen Doop-, trouw- en begraafboeken enz. in de provincie Groningen, Bron: boek, Deel: 49,..., Kerkelijke gemeente Delfzijl, archief 124, inventaris­num­mer 49, 15 augustus 1751, Doopboek 1718-1811

Groninger Archieven, Boedelbeschrijving Inventarissen van boedels bij de Weeskamer overgegeven 1714 - 1716 (Toegangnr 1462 inv.nr. 47), Groningen, archief 1462, inventaris­num­mer 47

zondag 27 juli 2025

In dienst van Stad en Staat: Roelfien Buwalda (no 15)

Roelfien Buwalda (no 15) 

Dit artikel is het eenenveertigste uit een serie over burgers die zich inzetten voor militaire taken en gaat over de dienstplicht, schutterijen en het reguliere leger. De discussie over de dienstplicht is nu weliswaar minder, maar nooit helemaal weg geweest en gezien het personeelstekort in het leger ook nu actueel. Het is nuttig om dit fenomeen in historisch perspectief te plaatsen. Sommigen hebben de dienstplicht ondergaan maar er zijn ook mensen vrijwillig het leger ingegaan, waarbij "het leger" een rekbaar begrip is. Ook milities, schutterijen en andere paramilitaire organisaties komen aan de orde. Met de beschrijving van de lotgevallen van deze mannen zie je tegelijkertijd een verschuiving van de loyaliteit jegens de stad naar loyaliteit jegens de staat.

In de zoektocht naar mijn voorouders komt je soms dezelfde namen tegen. Dit is verwarrend maar vaak ook begrijpelijk omdat ze dezelfde voorouders hebben. Maar bizar wordt het als mensen met vrijwel dezelfde naam en geboorteplaats en van ongeveer dezelfde leeftijd hetzelfde noodlot ondergaan. 

Roelfien (no 15) is geboren op 25 of 26 december 1863 in Middenweg, gemeente Muntendam. Ze is op 15 november 1890 in Leeuwarden getrouwd met Rein de Roos. Ze was de moeder van Trijntje de Roos, geboren in Gasselte. Roelfien en Rein trouwden op 15 november 1890 en woonden in de Galileeër Kerstraat no 11 in Leeuwarden. Aangezien daar nieuwbouw heeft plaatsgevonden zal het pand waarin zij woonden er niet meer staan.

Rein had aan zijn militieverplichtingen voldaan in de zin dat hij was vrijgesteld. Helaas staat er in dit geval geen signalement vermeld en is er geen foto van hem bekend. In het stamboek staat weliswaar dat hij tot de dienst is aangewezen, maar ook daar is geen signalement van hem te vinden.


Afbeelding 1 Rein de Roos was vrijgesteld voor de militie

Rein de Roos was fabrieksarbeider. Hij en Roelfien hadden de volgende kinderen samen:

- Ardiana de Roos, geboren op 24 augustus 1895 te Stadskanaal, gemeente Ontswedde. Zij was in 1921 dienstbode aan de Nieuweweg in Onstwedde.

- Trijntje de Roos (no. 7), geboren op 28 februari 1902 te Gasseltenijveenschemond. Ze overleed op 30 juli 1968. Ze was getrouwd met Bouwe van der Steeg op 22 januari 1932 te Leeuwarden.


Afbeelding 2 Aankondiging van geboorte van Trijntje in de Nieuwe Veendammer Courant van 5 april 1902

- Anna Eleonora de Roos, geboren op 12 januari 1897 te Stadskanaal gem. Onstwedde, overleden op 15 september 1964 te Leeuwarden. Ze was getrouwd met Fokke van der Wal.

- Gerrit de Roos, geboren op 19 oktober 1893 te Leeuwarden, overleden op 22 september 1970. Hij was fabrieksarbeider en later grondwerker en is getrouwd met Janke van der Wal. 

- Wiena de Roos, geboren op 30 mei 1891 en overleden  op 29 mei 1972. Ze was getrouwd met Taeke de Groot.

- Jantje de Roos, geboren op 21 augustus 1892

Roelfien was in 1890 dienstbode. Roelfien is overleden op 22 december 1949. Ze is begraven op de Leeuwarder Noorderbegraafplaats (Perceelgegevens: 04/-/43/11). Rein overleed veel eerder, op 50-jarige leeftijd, op 16 november 1917 in Musselkanaal. In 1889 kwamen Rein en Roelfien in Leeuwarden te wonen, daarvoor woonden ze in Den Haag. Op 19 januari 1893 verhuisden ze naar Huizum, een dorpje vlak bij Leeuwarden. Vanaf 23 juni 1921 woonde ze in Leeuwarden, daarvoor in Onstwedde. In de 28 jaar dat ze in Leeuwarden woonde is ze talloze keren verhuisd.

Vanaf:

23 juni 1921: Stienserstraat 47 

1 februari 1923: Fabrieksteeg 6

1 september 1923:  Groot Schavernek 9

Bollmanssteeg 33

12 mei 1925: Keetbuurt 3 boven

18 december 2025: Harlinger trekweg 49 boven

19 mei 1927: Keetbuurt 3 boven

1 maart 1929: Romkeslaan 32

1 februari 1937: Achter de Hoven 178

1 april 1937 Hendriksbuurt 6

24 juni 1937 Romkeslaan 32

10 november 1937 Achter de Hoven 133

27 december 1937: Fabriekssteeg 23

10 juni 1938: Romkeslaan 30

De laatste jaren woonde ze bij haar dochter Trijnte in huis.



Afbeelding 2 Roelfien Buwalda

Gerrit Buwalda (no. 30)

Haar vader was zeilmaker en heette Gerrit Buwalda. Hij is geboren op 14 januari 1837. Hij is overleden in 1886. Haar moeder heette Wiena van Dijk en zij was naaister. Gerrit en Wiena zijn op 13 augustus 1863 te Muntendam getrouwd.


Afbeelding 3 Handtekening van Wiena van Dijk


Afbeelding 4 Handtekening van Gerrit Buwalda


Afbeelding 5 Akte waaruit blijkt dat Gerrit Buwalda aan zijn verplichtingen voor de militie heeft voldaan

Later was Gerrit opzichter van de aardappelmeelfabriek "de Nijverheid". Deze fabriek is in 1878 gestart aan de Gasselterstraat in Stadskanaal, In 1886 is de fabriek deels afgebrand. In 1907 is de productie helemaal gestopt. De fabrieksgebouwen zijn daarna, in 1915 geheel afgebrand. Kennelijk zijn aardappelmeelfabrieken brandgevaarlijk want er zijn er een heel stel afgebrand in de loop der jaren. Ze maakten er stroop en sago, vanaf 1891 ook dextrine. Tussen 1907 en 1915 werd er alleen dextrine gemaakt.




Afbeelding 6 De aardallpelmeelfabriek "De Nijverheid", links op de ansichtkaart (bron: Oudstadskanaal.nl)

Vanaf 20 september 1883 heeft de familie een tijdje in Gouda gewoond. Gerrit was er fabrieksopzichter. Ze kwamen toen uit Wildervank. Vanaf 18 december 1884 woonden ze weer in Groningen, in Zuidbroek. 

Ander kinderen van Gerrit en Wiena waren:

- Trijntje Buwalda, 11 februari 1873, in Veendam. Zij trouwde op 22 januari 1932 met Bouwe van der Steeg, stucadoor van beroep.

- Anna Eleonora Buwalda, geboren 19 juli 1870 in Veendam, overleden op 27 maart 1936 in Gasselte.

- Adrina Buwalda, geboren 5 oktober 1865 in Muntendam

- Beitske Buwalda, geboren 13 december 1874

- Frieda, geboren 8 januari 1879 

- Sikke Philippus Buwalda, geboren, 10 juni 1880 in Wildervank

- Ulbiena Buwalda, geboren op 29 maart 1867 te Muntendam, overleden, 2 jaar oud te Muntendam

- Ulbe Buwalda, geboren 21 november 1877. Hij is getrouwd met Geppina Ebelina Brinks op  2 juni 1906 in Vlagtwedde. Zij kregen een zoon, Gerrit Buwalda geheten, geboren op 27 augustus 1910 te Musselkanaal, Onstwedde. Zijn naamgenoot en achterneef Gerrit Ulbe Buwalda kwam om het leven toen hij door de Duitsers in 1944 werd doodgeschoten. Ditzelfde lot overkwam nu ook Gerrit Buwalda. 

Gerrit Buwalda (27 augustus 1910 -  3 mei 1943), verzetsheld

Gerrit woonde in Jipsingboertange. Hij was arbeider van beroep. Hij was getrouwd met Zwaantje Schoenmaker. Hij is op 3 mei 1943 doodgeschoten in Winschoten. Er is inmiddels in Jinpsingboertange een weg naar hem genoemd. Hij werd doodgeschoten voor de ogen van zijn vierjarige zoon (1) Ulbe Gerrit Buwalda Zijn vrouw was hoogzwanger van een andere zoon, Wubbe Gerrit Buwalda, welke op 13 juni 1943 geboren werd.


Afbeelding 7 Grafsteen van Gerrit Buwalda Gemeentelijke begraafplaats te Sellingerbeetse

Gerrit Buwalda had volgens de Duitsers opgeruid tot staking. 

De April-meistaking was een staking in 1943 tegen de gedwongen arbeidsinzet. De aanleiding was de bekendmaking dat Nederlandse oud-militairen die gevochten hadden in 1940 zich óók moesten melden om in Duitsland te gaan werken voor de Arbeitseinsatz. Na de slag om Stalingrad waren er extra mankrachten nodig om de Duitse oorlogsindustrie draaiende te houden.

De spontane staking begon op donderdag 29 april 1943 bij Machinefabriek Gebr. Stork & Co in Hengelo in Overijssel. De staking verspreidde zich snel door heel Nederland, met uitzondering van de grote steden. Vooral in Noord-Brabant, Friesland en Groningen werd er massaal gestaakt. De April-meistaking wordt ook wel de Melkstaking genoemd, omdat boeren duizenden liters melk lieten wegstromen. De Duitse bezetter besloot de staking met een golf van geweld tegen te gaan.

Gerrit Buwalda had bij een boer die hij kende, waarschijnlijk om medewerking aan de staking gevraagd. De landbouwproducten van de boeren werden immers grotendeels opgeëist om voor het Duitse leger. Het ging echter om een NSB-boer. Buwalda werd vervolgens thuis opgepakt en meegevoerd de achtertuin in. Het zoontje van vier riep 'Papa pakken', maar werd door zijn moeder teruggeroepen. Meteen daarna kwam er een soldaat naar haar toe die zei: 'Was dat je man? Dan ben je nu een jonge weduwe, want we hebben je man doodgeschoten.' Ze was hoogzwanger.' 



Afbeelding 8 Gerrit Buwalda




Afbeelding 9 Systeemkaart van verzetsbetrokkenen

In 1949 stond de 27-jarige ex-landwachter Kornelis Borggeld, landbouwer te Jipsingbourtange terecht omdat hij in mei 1943 medewerking had verleend aan het aanwijzen en laten arresteren van personen die arbeiders en landbouwers hadden aangezet tot de meistakingen. Overigens waren alle leden van het gezin Borggeld lid van de NSB geweest. De officier van justitie eiste zes jaar gevangenisstraf.

Achterneef Gerrit Ulbe Buwalda (3 januari 1917 - 2 juni 1944) , verzetsheld

In 1948 is er een proces geweest tegen Folgert (Fokko) Bos, de schrik van Stadskanaal. Slagersknecht van beroep en net als de Buwalda's geboren in Onstwedde en wonende in Stadskanaal. Hij maakte jacht op onderduikers, verrichtte arrestaties en fungeerde als kampbewarker in kamp Erica in Ommen.Hij maakte deel uit van het Arbeits Kontroll Kommando en gekleed in politie uniform maakte hij Zuid Oost Groningen onveilig. Soms liet hij zich omkopen.

Hij werd er onder andere van beschuldig dat hij met een collega genaamd Kolf, Gerrit Buwalda heeft gearresteerd en ernstig mishandeld. Uit het proces blijkt ook dat Gerrit in Eelde is gefusilleerd. 

Friedus Buwalda, de vader van kapper Gerrit, vertelde hoe zijn zoon door Bos werd mishandeld. Deze jongen was ondergedoken als krijgsgevangen militair, maar ging zo nu en dan naar huis. Toen hij de geit in huis haalde, is hij door Bos en diens collega Kolf overvallen en na een ernstige mishandeling naar de marechausseekazerne gebracht. Bos heeft de arrestant echter weer laten lopen, die daarop weer is ondergedoken, maar later werd gepakt. Bos ontkende de mishandeling en beschuldigde de inmiddels overleden collega Kolf. Maar vader Friedus vertelt dat Gerrit zei dat Bos de mishandeling had verricht. Een getuige, genaamd L. Cornelis gaf aan dat hij op korte afstand heeft gezien dat Bos Gerrit heeft afgetuigd. De reden van de mishandeling lag kennelijk in de minder vleiende opmerkingen die Gerrit had gemaakt jegens Bos en jegens de Duitsers. De eis was levenslange gevangenisstraf voor Bos. 

Op 15 maart werd Folgert Bos veroordeel tot 20 jaar gevangenisstraf en levenslange ontzetting uit passief en actief kiesrecht. Hij ging in cassatie.

Bronnen en Literatuur:

(1) Op Youtube is een inteview met de zoon van Gerrti Buwalda te vinden.

- AlleGroningers te Groningen, BS Geboorte Bron: boek, Periode: 1883, Wildervank, 19 december 1883, Geboorteregister 1883, aktenummer 249

- AlleGroningers te Groningen, BS Geboorte Bron: boek, Periode: 1863, Muntendam, 26 december 1863, Geboorteregister 1863, aktenummer 108

Drents Archief te Drenthe, Bevolkings­register Deel: 3, Gasselte, archief 2001.11, inventaris­num­mer 3, A-J, 1861-1880

AlleGroningers te Groningen, BS Geboorte, Bron: boek, Periode: 1895, Onstwedde, 26 augustus 1895, Geboorteregister 1895, aktenummer 260

- Drents Archief te Drenthe, BS Geboorte Bron: Geboorte, Deel: 1902, Periode: 1902, Gasselte, archief 0165.011, inventaris­num­mer 1902, 1 maart 1902, Geboorteregister Gasselte 1902, aktenummer 11

- https://blog.oudstadskanaal.nl/7084

- AlleGroningers te Groningen, BS Geboorte Bron: boek, Periode: 1897, Onstwedde, 13 januari 1897, Geboorteregister 1897, aktenummer 14

Huwelijksregister 1890, archiefnummer 1007, Ambtenaar van de Burgerlijke Stand in Leeuwarden - Historisch Centrum Leeuwarden, inventarisnummer 430, aktenummer 0190 Gemeente: Leeuwarden Periode: 1890

- https://nl.wikipedia.org/wiki/Lijst_van_Nederlandse_aardappelmeelfabrieken

AlleFriezen te Leeuwarden, BS Geboorte Ambtenaar van de Burgerlijke Stand in Leeuwarden - Historisch Centrum Leeuwarden, Br..., Leeuwarden, archief 1007, inventaris­num­mer 56, 16 januari 1837, Geboorteregister 1837, aktenummer 27

Streekarchief Midden-Holland te Midden-Holland, Bevolkings­register Archief van de gemeente Gouda, 1816-1920, Deel: 1461, Periode: 1881-1900, Gouda, archief 0056, inventaris­num­mer 1461, Bevolkingsregister 1880-1900 Deel 4 (wijk C vervolg), folio 153

- AlleGroningers te Groningen, BS Overlijden Bron: boek, Periode: 1917, Onstwedde, 16 november 1917, Overlijdensregister 1917, aktenummer 212

- AlleFriezen te Leeuwarden, Bevolkings­register Bevolkingsregister 1922 - 1939, Bron: boek, Deel: 4997, Periode: 1922-1939, Leeuwarden, archief 1002, inventaris­num­mer 4997, Bevolkingsregister 1922 - 1939

AlleFriezen te Leeuwarden, BS Geboorte Ambtenaar van de Burgerlijke Stand in Leeuwarden - Historisch Centrum Leeuwarden, Br..., Leeuwarden, archief 1007, inventaris­num­mer 111, 23 augustus 1892, Geboorteregister 1892, aktenummer 556

AlleFriezen te Leeuwarden, Bevolkings­register Bevolkingsregister 1876 - 1904, Bron: boek, Deel: 4755, Periode: 1876-1904, Leeuwarden, archief 1002, inventaris­num­mer 4755, Bevolkingsregister 1876 - 1904, folio 1220

AlleFriezen te Leeuwarden, BS Huwelijk Ambtenaar van de Burgerlijke Stand in Leeuwarden - Historisch Centrum Leeuwarden, Br..., Leeuwarden, archief 1007, inventaris­num­mer 472, 22 januari 1932, Huwelijksregister 1932, aktenummer 12

- https://www.oorlogsbronnen.nl/tijdlijn/a2fd84c8-bf42-41f9-943f-85d8e064783d

- https://oorlogsgravenstichting.nl/personen/23579/gerrit-buwalda

- https://www.erelijst.nl/gerrit--buwalda

- https://www.deverhalenvangroningen.nl/alle-verhalen/gerrit-buwalda-gefusilleerd

- https://www.groningen4045.nl/75-verhalen/gem-westerwolde-gerrit

- https://www.deverhalenvangroningen.nl/alle-verhalen/gevorderde-autos-een-kampgevangene-en-pools-witbrood

- https://www.tracesofwar.nl/sights/37981/Nederlands-Oorlogsgraf-Sellingerbeetse.htm

- Winschoter courant, 2 maart 1948; 18 oktober 1949; 24 november 1917

- De Noord-Ooster 2 maart 1948, 18 oktober 1949; 20 maart 1948

- Nieuwe Provinciale Courant, 2 maart 1948; 15 maart 1948

- Volkskrant, 3 maart 1948

- Provinciale Drentsche en Asser Courant, 16 maart 1948

- Nieuwe Veendammer Courant, 5 april 1902

Militieregisters, archiefnummer 11, Provinciaal bestuur van Friesland 1813-1922 - Tresoar, inventarisnummer 9570 Periode: 1887

Geboorteregister 1867, archiefnummer 1007, Ambtenaar van de Burgerlijke Stand in Leeuwarden - Historisch Centrum Leeuwarden, inventarisnummer 86, aktenummer 0032 Gemeente: Leeuwarden Periode: 1867

AlleFriezen te Leeuwarden, Bevolkings­register Dienstboden 1904 - 1922, Bron: boek, Deel: 4936, Periode: 1904-1922, Leeuwarden, archief 1002, inventaris­num­mer 4936, Dienstboden 1904 - 1922 9, folio 1522

- https://nl.findagrave.com/memorial/282687390/wiena-de_roos

- Leeuwarder Courant 30 mei 1972

dinsdag 22 juli 2025

In dienst van Stad en Staat: Ulbe Gerrits Buwalda (No. 60)

Ulbe Gerrits Buwalda (No. 60)

Dit artikel is het veertigste uit een serie over burgers die zich inzetten voor militaire taken en gaat over de dienstplicht, schutterijen en het reguliere leger. De discussie over de dienstplicht is nu weliswaar minder, maar nooit helemaal weg geweest en gezien het personeelstekort in het leger ook nu actueel. Het is nuttig om dit fenomeen in historisch perspectief te plaatsen. Sommigen hebben de dienstplicht ondergaan maar er zijn ook mensen vrijwillig het leger ingegaan, waarbij "het leger" een rekbaar begrip is. Ook milities, schutterijen en andere paramilitaire organisaties komen aan de orde. Met de beschrijving van de lotgevallen van deze mannen zie je tegelijkertijd een verschuiving van de loyaliteit jegens de stad naar loyaliteit jegens de staat.

Ulbe Gerrits Buwalda (No. 60) is geboren te Betterwird op 28 juni 1816 en was op 6 november 1836 in Leeuwarden getrouwd met Roelfien Martinus ten Bruin, geboren in Veendam.

Betterwird is ontstaan op een terp. Toen het klooster Klaarkamp er een uithof vestigde, werd het een dorp. In 1387 werd het vermeld als Betterwird. In 1437 werd het vermeld als Betterwirde, in 1437 als Bettrawyrd, in 1505 Bitterwirdt. In de 19e eeuw werd de naam gespeld als Bitterwerd. De naam zou duiden op een beter bewoonde hoogte (wierd of terp). 

Betterwird was vroeger een stuk groter. Het oostelijk deel van de buurtschap is in de jaren 70 en 80 van de twintigste eeuw langzaam opgeslokt door de uitbreiding van het industrieterrein van Dokkum.

Roelfien is op 24 maart 1891 in Veendam overleden. Ulbe was zeilmaker van beroep. Zij was dienstmeid in Lekkum. In 1838 woonden ze in Leeuwarden. Bij de loting van 1835 had hij nummer 50 gekregen en hoefde geen dienst te doen in de Nationale Militie.

Afbeelding 1 Bewijs van vrijstelling voor de Nationale Militie

Op het bewijs van vrijstelling voor de Nationale Militie staat het signalement van Ulbe. Hij had blauwe ogen, bruin haar, Rond gezicht met ronde kin, geen bijzonderheden. Hij was 1 El en 800 St. 

Op 1 september 1833 deed hij belijdenis. Op 26 mei 1845 is hij vertrokken naar Veendam.


Afbeelding 2 Handtekening van Ulbe Gerrits Buwalda

Kinderen van hen:

- Sikke Philippus Buwalda, geboren op 3 oktober 1845 te Beneden Verlaat gem. Veendam. Hij overleed in 1908.

- Beitske Buwalda, geboren op 18 september 1839. Ze overleed in 1926.

- Janke Buwalda, geboren te Leeuwarden, geboren op 3 september 1841, zij is 6 maanden oud geworden en is overleden op 13 maart 1842

- Janke Buwalda, geboren op 5 februari 1843. Ze is getrouwd met Geuchien Bieze, een zeeman.

- Trijntje Buwalda, geboren op 1 mei 1851 te Veendam, overleden 19 september 1853 te Veendam

- Anne Eleonara Buwalda, geboren op 19 oktober 1838 te Leeuwarden, dienstmeid. Ze overleed in 1917. Ze was getrouwd met George Josephus Ossentjuk, mandenmaker en afkomstig uit Breda.

- Gerrit Ulbes Buwalda, (no. 30), geboren op 14 januari 1837, zeilmaker van beroep, gehuwd op 13 augustus 1863 met Wiena van Dijk, naaister, geboren te Muntendam. Gerrit overleed in 1886.

Volgens een bron is Ulbe in 1890 overleden. Volgens een andere bron zou hij in 1894 in Chicago, Illinois zijn overleden. (1)

Gerrit Ulbes Buwalda (no. 120)

Zijn vader was Gerrit Ulbes Buwalda, van beroep van 1815 tot 1818 pelmolenaar en vanaf 1826 koopman, Hij is op 12 november 1815 getrouwd met Beitske Jans Koning. Zie de verklaring hieronder.


Afbeelding 3 Verklaring uit het huwelijksregister van Dokkum, 1815

Op 29 september 1815 kocht hij samen met Klaas Ulbes Buwalda een deel van de Pelmolen met huis en erf in Betterwird voor een bedrag van 1.500 gulden. In 1818 kocht hij nog een deel, namelijk 13/40 van Cornelis Eelzes de Vries, Sytze Buwalda en zijn naamgenoot Gerryt Buwalda, wonende te Nes. Het was dus een familiebedrijf. Samen hadden ze ook wat greidland en vastgoed, de huizen no 2 en 3 in Betterwird. Dat werd in 1814 verkocht voor 650 gulden. In 1819 had hij een schuld van 1.000 gulden bij een inwoner van Harlingen, Maaike Suiderbaan, Of het helemaal goed ging met het molenaarschap valt te betwijfelen. In 1821 ha hij een schuld van 250 gulden. In 1822 werd de inventaris verkocht voor 1104 gulden en was hij waarschijnlijk klaar met het molenaarschap.

Beitske overleed op 2 augustus 1826 te Dokkum, pas 33 jaar oud. Gerrit overleed op 26 november 1829 te Dokkum, pas 43 jaar oud, berooid, want er was geen onroerend goed in de nalatenschap en er is een aantekening van onvermogendheid. Een pelmolen maalde gort. Gort was basisvoedsel voor de arbeiders en de bevolking op het platteland. Met de komst van de aardappel verminderde de afzet van gort, zo rond het midden van de negentiende eeuw. Of dit de reden is van het stoppen van Gerrit als molenaar is niet duidelijk. Het afval van het pelproces, eiwitrijk, werd als veevoer verkocht. En veel pelmolens waren combinatie molens zodat ze ook graan konden verwerken. Wanbeleid of ziekte lijkt eerder de reden van het mislukken van het molenaarschap. In juli 1822 ging hij failliet. In de Leeuwarder courant van 30 augustus 1822 staat de volgende tekst: "Een extra hegte, fterke, zwaar doortimmerde, wel in order zijnde, en van oudsher welbeklante PEL- en ROG-MOLEN, hebbende Gerrit Ulbes Buwalda, direct vrij te aanvaarden. Er werd 6.977 gulden geboden.

Verwarring met een andere Gerrit Ulbes Buwalda, pelmolenaar is mogelijk, maar die was getrouwd met Wikje Pieters en waarschijnlijk familie. Familie bleef in elk geval de pelmolen in Anjum bedienen en in 1831 bestond deze in elk geval nog.

Gerrit Ulbe Buwalda, oorlogsslachtoffer

Afbeelding 4 Verzetsmonument met daarop de naam Gerrit Ulbe Buwalda, Julianapark, Stadskanaal


Afbeelding 5 Gemeentelijke begraafplaats Stadskanaal Vak 4 Rij FF Graf 20

De naam Ulbe Gerrits Buwalda komt vaker voor, net als de naam Gerrit Ulbe Buwalda. Zo is er een Gerrit Ulbe Buwalda omgekomen op 2 juni 1944 in Groningen als lid van het verzet. Hij is overleden in een Groninger ziekenhuis. Geboren op 3 januari 1917 in Stadskanaal. Hij was ongehuwd en kapper, net als een broer van hem, Sikko Buwalda. Deze komt voor op een filmpje uit 1938. Net als het uithangsbord van de kapperszaak. 


Afbeelding 6 Uithangbord van de kapperszaak op het Postkade 11 in Stadskanaal


Afbeelding 7 Sikko Buwalda staat links op de afbeelding


Afbeelding 8 Op deze foto van de kappersvereniging van Stadskanaal staat Sikko Buwaldo derde van rechts op de tweede rij van voren.
 

Vader was machinist. Hij was een kleinkind van Sikke Philippus Buwalda, die weer de zoon is van Ulbe Gerrits Buwalda (no 60) en dus inderdaad familie. Zijn vader was Friedus Buwalda. Het wrange toeval wilde dat zijn achterneef en bijna naamgenoot, Gerrit Buwalda, ook door de Duitsers is doodgeschoten, in 1943 tijdens de treinstaking.

De tekst op het monument:

‘AAN HEN DIE VIELEN’.


‘ER WAS VERZET.

VERZET DAT BLOED,

ZWEET EN TRANEN KOSTTE.

TOEN VELEN ZWEGEN.


HANS ONDERWATER, 1977


GERRIT ULBE BUWALDA 1917-1944 GRONINGEN

KORNELIUS EDSKES 1919-1945 MUSSEL

DANIEL EISINGA 1898-1942 BUCHENWALD

KLAAS GROENEWOLD 1909-1945 COESFELD

HARMANNUS HAAN 1913-1944 ONSTWEDDE

GEZIENUS HENDRIKS 1924-1945 EINDHOVEN

CORNELIS HOVING 1893-1944 WESTERBORK

JACOB KORSSE 1916-1945 NEUENGAMME

EGBERT KRUIZE 1901-1944 STADSKANAAL

JAN MOED 1879-1943 VUGHT

HENDRIK NOBBE 1915-1945 BERGEN-BELSEN

DIRK DE RUITER 1920-1944 MUSSEL

ANNE RUTGERS 1911-1943 WITTEN

GERRIT VAN DER TUUK 1917-1945 NEUENGAMME

JOHANNES VIS 1913-1943 WITTEN

JAN WEVER 1914-1945 GRONINGEN


WE HERDENKEN OOK ONZE BURGERSLACHTOFFERS’.

Op 7 november 1940 had hij een advertentie in de krant gezet dat een klein bruin Taxhondje was weggelopen en dat er een beloning voor terug bezorging werd beloofd. Het adres was Postkade 11 in Stadskanaal.

Het dossier is summier; in een rapport opgemaakt door de korpschef van politie D.N. van Wier op 27 december 1960, dus 16 jaar na de gebeurtenis, staat het volgende: "G.U. Buwalda nam indertijd actief deel aan het verzet. Hij had hierdoor moeten onderduiken. Eind mei 1944 werd hij bij Eelde (Gr.), toen hij op de vlucht was gegaan, door achtervolgende Duitsers neergeschoten, waarbij hij zwaar werd gewond. Hij overleed op 2 juni 1944 in het R.K. ziekenhuis te Groningen." Deze korpschef moet over de gebeurtenis in een rapport hebben gelezen, want zelf kwam hij in oktober 1954 pas bij de gemeentepolitie van Ontswedde en was hij daarvoor brigadier in Arnhem.

Bronnen en Literatuur:

(1) https://www.genealogieonline.nl/stamboom-van-britsom-en-bax/I551092.php

- AlleGroningers te Groningen, BS Overlijden Bron: boek, Periode: 1890, Veendam, 25 maart 1890, Overlijdensregister 1890, aktenummer 69

- AlleGroningers te Groningen, BS Geboorte Bron: boek, Periode: 1845, Veendam, 4 oktober 1845, Geboorteregister 1845, aktenummer 161

- AlleGroningers te Groningen, BS Geboorte Bron: boek, Periode: 1851, Veendam, 3 mei 1851, Geboorteregister 1851, aktenummer 87

- AlleGroningers te Groningen, BS Overlijden Bron: boek, Periode: 1853, Veendam, 19 september 1853, Overlijdensregister 1853, aktenummer 133

AlleFriezen te Leeuwarden, BS Geboorte Ambtenaar van de Burgerlijke Stand in Leeuwarden - Historisch Centrum Leeuwarden, Br..., Leeuwarden, archief 1007, inventaris­num­mer 62, 6 februari 1843, Geboorteregister 1843, aktenummer 80

Geboorteregister 1837, archiefnummer 1007, Ambtenaar van de Burgerlijke Stand in Leeuwarden - Historisch Centrum Leeuwarden, inventarisnummer 56, aktenummer 0027 Gemeente: Leeuwarden Periode: 1837

Lidmatenregister Herv. Gemeente Leeuwarden, archiefnummer 28, Collectie doop-, trouw-, lidmaten- begraafboeken - Tresoar, inventarisnummer 1009 Gemeente: Leeuwarden Periode: 1805-1855

uwelijksregister 1815, archiefnummer 30-09, Burgerlijke Stand Dokkum - Tresoar, inventarisnummer 2001, aktenummer 0027 Gemeente: Dokkum Periode: 1815

- Overlijdensregister 1826, archiefnummer 30-09, Burgerlijke Stand Dokkum - Tresoar, inventarisnummer 3003, blad 016 Gemeente: Dokkum Periode: 1826

Minuut-akten 1815, archiefnummer 26, Notarieel archief - Tresoar, inventarisnummer 027008, aktenummer 00283 Gemeente: Dokkum Periode: 1815

- Minuut-akten 1819, archiefnummer 26, Notarieel archief - Tresoar, inventarisnummer 027012, aktenummer 00009 Gemeente: Dokkum Periode: 1819

Minuut-akten 1822, archiefnummer 26, Notarieel archief - Tresoar, inventarisnummer 027015, aktenummer 00006 Gemeente: Dokkum Periode: 1822

- Opregte Haarlemsche Courant van 9 juli 1822

- Leeuwarder Courant van 9 juli 1822; 30 augustus 1822

https://www.4en5mei.nl/oorlogsmonumenten/zoeken/1834/stadskanaal-verzetsmonument-in-het-julianapark

- https://www.erelijst.nl/gerrit-ulbe--buwalda

- De Noord-Ooster 7  november 1940

https://www.nationaalarchief.nl/onderzoeken/archief/2.19.255.01/invnr/23580A/file/NL-HaNA_2.19.255.01_23580A_0001

- https://www.tracesofwar.nl/persons/64004/Buwalda-Gerrit-Ulbe.htm

- Winschoter Courant 8 oktober 1954

 Groninger archieven 2209 Catalogus van audiovisueel materiaal, 1914 - heden  61 fragmenten AV20663 Ommelanderwijk / Eltjo Huizinga, 1938  AV20663 Kopie van originele dorpsfilm van Ommerlanderwijk uit 1938 met toegevoegd gesproken commentaar.

Geleerde voorouders: Cornelis van Hille (No.8.164)

Geleerde voorouders: Cornelis van Hille (Hillenius) (no.8.164) predikant Bij familieonderzoek blijkt dat er nogal wat predikanten in de fami...