zondag 25 oktober 2020

In dienst van Stad en Staat: Pieter Gerbenzon

Dit artikel is het zesde uit een serie over burgers die zich inzetten voor militaire taken en gaat over de dienstplicht, schutterijen en het reguliere leger. De discussie over de dienstplicht is nu weliswaar minder, maar nooit helemaal weg geweest en gezien het personeelstekort in het leger ook nu actueel. Het is nuttig om dit fenomeen in historisch perspectief te plaatsen. Sommigen hebben de dienstplicht ondergaan maar er zijn ook mensen vrijwillig het leger ingegaan, waarbij "het leger" een rekbaar begrip is. Ook milities, schutterijen en andere paramilitaire organisaties komen aan de orde. Met de beschrijving van de lotgevallen van deze mannen zie je tegelijkertijd een verschuiving van de loyaliteit jegens de stad naar loyaliteit jegens de staat.

De meubelmaker

Dit zesde artikel gaat over Pieter Gerbenzon, kleinzoon van Gerben Gerbenzon, (de grenadier) en geboren op 23 februari 1864. Hij is overleden op 11 juli 1934 en was van beroep meubelmaker. 

Met de invoering van de dienstplicht werd iedere mannelijke inwoner van achttien jaar (later verhoogd naar negentien en twintig jaar) dienstplichtig voor de Nationale Militie. Ze meldden zich bij de gemeente waar ze woonden en werden geregistreerd in de militieregisters. Elke gemeente moest jaarlijks een aantal dienstplichtigen leveren. De gemeente lootte uit de dienstplichten degenen die daadwerkelijk in dienst moesten. Dat gebeurde op nummervolgorde. Wie het laagste nummer geloot had was eerst aan de beurt. Daarna volgden de hogere nummers, tot het gewenste aantal bereikt was. De loting onder de dienstplichtigen werd bijgehouden in de lotingsregisters. De militieregisters bevatten allerlei gegevens: naam van de dienstplichtige, geboortedatum, geboorteplaats, beroep, namen van de ouders, signalement, reden voor vrijstelling of afkeuring, datum van inlijving en regiment waarbij ingelijfd. Wie ingeloot was kon zijn nummer ruilen met iemand die een hoger nummer had op de lijst en daarmee vrijgesteld was. Dit heet nummerverwisseling. Iemand die ingeloot was kon zich ook laten vervangen door een remplaçant, een plaatsvervanger van buiten de lijst. Wie de werkelijke dienst ontliep door gebruik te maken van een nummer verwisselaar of remplaçant betaalde zijn plaatsvervanger hier voor. De mogelijkheid van plaatsvervanging werd afgeschaft in 1898. De loting bleef bestaan tot 1938. Iedere dienstplichtige werd daarna opgeroepen voor militaire dienst.

In 1901 werd een nieuw Militiewet aangenomen. De eerste oefening was op het twintigste levensjaar en duurde acht en halve maand. Ze bleven dan acht jaar militie plichtig en gingen daarna over naar de Landweer tot hun 35e jaar. Deze Landweer verving de Schutterijen. Daarnaast werd in 1913 nog de Landstorm opgericht. Daarin stroomden alle oud-landweersoldaten en de vrijgestelde en uitgelote mannen. Zo werd een grote reserve van (ongeoefende) militairen verkregen.

Volgens het militieregister was Pieter 1 meter 70 lang, had hij een ovaal aangezicht en blauwe ogen en een normale neus en kin, blond haar en blonde wenkbrauwen, geen merktekenen. 



Afbeelding 1 Gegevens van Pieter Gerbenzon in het militieregister

Pieter werd vrijgesteld omdat hij enige wettige zoon was van Johannes Elsertus Gerbenzon en Elisabeth Amiabel. 


Afbeelding 2 Bewijs van vrijstelling van de Nationale Militie wegens enige wettige zoon

De keuringsdatum was 11 maart 1884. Toch is hij in schutterlijke dienst geweest, dit blijkt uit de brief van de gemeente Leeuwarden van 19 augustus 1898, “op grond van 34jarigen ouderdom en 5jarige dienst bij de reserve”.  Op 31 juli 1907 werd de schutterij overigens afgeschaft en werd het, door Koning Willem III bij zijn bezoek in 1852 geschonken vaandel, door de toenmalige kommandant kolonel G.J. Sas overgedragen aan het Stadsbestuur, teneinde te worden geplaatst in het Stadhuis. 


Afbeelding 3 Ontslag uit schutterlijke dienst

In juli 1896 was Pieter al meubelmaker in de Weerklank. Hij maakte toen beschilderde panelen voor kleinmeubelen. Op 15 juni 1897 was hij ondertekenaar tot steun van graanhandelaar C.V. Gerritsen van de Radicale Bond (Liberalen). Gerrritsen was de man van Aletta Jacobs. De aanhang van de Bond bestond uit intellectuelen, middenstanders en geschoolde arbeiders. De Radicale Bond ging later op in de Vrijzinnig-Democratische Bond. Of hij zich verder nog met politiek heeft ingelaten is onbekend. Hij was wel steeds bestuurlijk actief. Op 24 oktober 1907 werd hij bijvoorbeeld tot commissaris van het onderlinge zieken- en begrafenisfonds "Regt door Zee" gekozen en op 1 januari 1923 werd hij benoemd door de Gedeputeerde Staten van Friesland tot plaatsvervangend lid namens de werkgevers in de raad van beroep voor de ongevallenwet. Verder was hij was bestuurslid van de zangvereniging "Tavenu"



Afbeelding 4 Het bestuur van "Tavenu" Pieter Gerbenzon zit op de voorste rij in het midden

Op 10 maart 1900 was hij voor de gezellenproef voor meubelmaker geslaagd en in 1901 vestigde hij zich als meubelmaker in de Gloppe en later in het pand Weerd 17 in Leeuwarden. Hij had de zaak van zijn baas overgenomen.

Op de wereldtentoonstelling van 1910 te Brussel won hij een gouden medaille voor zijn vakmanschap als meubelmaker .Dit was best een prestatie, want ook de Nationale pers besteedde er aandacht aan: de Telegraaf van 22 oktober 1910, de Nieuwe Courant, de Maasbode, het Algemeen Handelsblad, de NRC en het Nieuws van de dag en de Tijd hebben er aandacht aan besteed. Zelfs de Nederlandsche Staatscourant vermelde het in een bijlage op 12 juni 1911. Beetje jammer dat ze zijn naam fout hadden gespeld daar in Brussel. Maar kennelijk zat Pieter daar de niet zo mee, want ook in het telefoonboek stond het gedurende de periode 1922 tot 1950 fout: Fa. P. Gerberzon & Zn. In 1933 werd het telefoonnummer overigens gewijzigd van 1463 in 5553. 


Afbeelding 5 Vermelding in de Telegraaf van 22 oktober 1910


Afbeelding 6 De gouden Medaille van de Wereldtentoonstelling en enige andere medailles

In 1919 werd hij tot lid van de kascommissie van de afdeling Leeuwarden van de vereniging “Nederlandsch Fabrikaat” gekozen. De afdeling had destijds 216 leden. Hij verkocht toen ook al antiek. In 1919 is onder zijn leiding een tegelkamer uit een huis in Workum uitgebroken en overgebracht naar het Fries museum, zodat het voor het nageslacht behouden bleef. Tevens schonk hij regelmatig stukken aan datzelfde Fries museum. De bekende notaris Nanne Ottema was een goede vriend. 

Hij kon goed tekenen en redelijk schilderen. Een aantal schilderijen van hem zijn in omloop.


Afbeelding 7 Schilderij voorstellende bloemen in een Keulse pot uit 1927

Hij signeerde met een P die in de G van Gerbenzon verwerkt was.



Afbeelding 8 Handtekening van P. Gerbenzon


Afbeelding 9 Schilderij voorstellende de Leusdense Heide, gesigneerd PG 1926

In 1930 was hij lid van het bestuur van de Middelbaar Technisch en Ambachtsonderwijs en natuurlijk oprichter van de meubelfabriek P. Gerbenzon & Zonen, gevestigd in de Weerd in Leeuwarden. 

De Firma P. Gerbenzon & Zonen leverde bijvoorbeeld het meubilair voor het gebouw van de wijkvereniging de Zaaier begin oktober 1932, Noordersingel 66 in Leeuwarden.

Dat hij zijn mannetje stond mag blijken uit het feit dat hij op 9 juli 1906 de dienstbode bij een brand uit de woning boven een kledingwinkel op de hoek van de Nieuwestad haalde. Dit pand heette toen de “Toren van Babel”.  


Afbeelding 10 Nieuwsbericht in de Leeuwarder Courant van 10 juli 1906



Afbeelding  11 P. Gerbenzon aan het werk in zijn meubelfabriek (foto Fa. P. Gerbenzon & Zonen)

Het overlijden van Pieter werd in het Leeuwarder Nieuwsblad van 12 juni 1934 gemeld. Daar werd ook vermeld waaraan hij overleed. 


Afbeelding 12 Artikel in het Leeuwarder Nieuwsblad van 12 juli 1934 

In een andere krant er ook aandacht aan besteed. Zo lezen we ook wat over zijn karakter.

Hedenmiddag werd op de Noorderbegraafplaals alhier het stoffelijk overschot van wijlen den heer P Gerbenzon aau den schoot der aarde toevertrouwd in tegenwoordigheid van familieleden, vrienden, afgevaardigden van bestuur en leeraren der Ambachtsschool van wier bestuur de overledene tal van jaren deel uitmaakte en personeel uit Gerbenzon’s werkplaats. Toen de kist in de groeve was neergelaten strooiden allen die het lijk hadden gevolgd eenige bloempjes in het graf. Nadat het graf was toegedekt en een drietal bloemstukken er op was neergelegd trad ds G IL Steyn die in het sterfhuis den lijkdienst had geleid naar voren. Hij wees er op dat uit de groote belangstelling van de vele aanwezigen blijkt dat vele harten geroerd zijn geworden bij den dood van dezen eenvoudigen mensch die door zijn medeleven met anderen zijn tegemoetkomendheid, zijn vriendelijkheid en zijn eenvoud zich een eerezuil heeft opgericht in de harten van allen die hem goed hebben gekend. Namens de weduwe en kinderen bracht spreker dank aan allen die tijdens de ziekte en bij het overlijden blijken van hunne belangstelling gaven en sprak den wensch uit dat de nabestaanden hun troost mogen vinden in Gods voorzienigheid en den geest van Jezus Christus. Nadat ds Steyn eenige verzen had voorgelezen uit de Schrift waarin wordt aangemaand niet de aandacht te schenken aan de dingen die men ziet doch meer aan de dingen die men niet ziet, daar de eerste tijdelijk de laatste eeuwig zijn, was deze plechtigheid afgeloopen. 

Geraadpleegde literatuur en bronnen:

-  Leeuwarder Courant, 11 maart 1919

-  Nieuwsblad van Friesland: Hepkema’s Courant, 11 juli 1906

- Leeuwarder Courant 6 november 1896

- www.militieregisters.nl

- Nieuwsblad van het Noorden 09-01-1923

- Leeuwarder Nieuwsblad, 12 juni 1934


Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Geleerde voorouders: Renicus van Emmenes Dit artikel is het derde uit een serie over mijn voorouders die als geleerde, bijvoorbeeld dominee ...